02003D0076 — NL — 11.08.2021 — 002.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 1 februari 2003

tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal

(2003/76/EG)

(PB L 029 van 5.2.2003, blz. 22)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

BESLUIT (EU) 2018/599 VAN DE RAAD van 16 april 2018

  L 101

1

20.4.2018

►M2

BESLUIT (EU) 2021/1208 VAN DE RAAD van 19 juli 2021

  L 261

54

22.7.2021




▼B

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 1 februari 2003

tot vaststelling van de bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal

(2003/76/EG)



Artikel 1

1.  
De Commissie wordt belast met de afwikkeling van de bij het aflopen van het EGKS-Verdrag nog lopende financiële verrichtingen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Bij in gebreke blijven van een debiteur van de EGKS tijdens de liquidatieperiode wordt het daaruit voortvloeiende verlies eerst geboekt op het bestaande kapitaal en vervolgens op de ontvangsten van het lopende jaar. Alvorens de Commissie een schuldvordering tegen een in gebreke blijvende debiteur van de EGKS afschrijft, benut zij alle mogelijkheden, daaronder begrepen het aanspreken van garanties (hypotheken, waarborgen, bankgaranties of andere). De Commissie behoudt zich het recht voor alle mogelijke maatregelen te treffen ingeval de debiteur weer solvent wordt.

▼M2

1 bis.  

De Commissie schrijft, zelfs vóór uitputting van alle genoemde mogelijkheden, schuldvorderingen af in de volgende gevallen:

a) 

wanneer de verwachte kosten van de invordering hoger zijn dan het te innen bedrag en de afschrijving geen afbreuk zou doen aan de reputatie van de Unie;

b) 

wanneer het niet mogelijk is de schuldvordering te innen wegens de insolventie van de debiteur, of als gevolg van andere insolventieprocedures;

c) 

wanneer de inning afbreuk doet aan het evenredigheidsbeginsel.

▼B

2.  
De liquidatie geschiedt volgens de regels en procedures die op deze verrichtingen van toepassing zijn, met inachtneming van de bestaande bevoegdheden en voorrechten van de Europese instellingen, overeenkomstig het EGKS-Verdrag en het op 23 juli 2002 geldende afgeleide recht.

▼M2

Artikel 2

1.  
De activa worden door de Commissie beheerd op een wijze die een jaarlijkse toewijzing in het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal van 111 miljoen EUR tot en met 2027 waarborgt voor het financieren van onderzoek in de sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie, meer bepaald 40 miljoen EUR om gezamenlijk onderzoek in die sectoren te financieren en 71 miljoen EUR om onderzoek te financieren naar baanbrekende technologieën die zullen leiden tot een nagenoeg koolstofvrije staalproductie en om onderzoeksprojecten te financieren naar een rechtvaardige transitie voor voormalige of sluitende kolenmijnen of en bijbehorende infrastructuur overeenkomstig het mechanisme voor een rechtvaardige transitie en in overeenstemming met artikel 4, lid 2. De activa worden na 2027 door de Commissie beheerd op een wijze die rentabiliteit op lange termijn garandeert. De activa worden belegd met het doel dat deze hun waarde behouden en zo mogelijk in waarde stijgen.
2.  
De jaarlijkse toewijzing van 111 miljoen EUR moet worden gevormd door de netto-opbrengsten van de beleggingen en, indien deze ontoereikend zijn, de verkoop van een deel van de activa van de EGKS in liquidatie en, wanneer de liquidatie is afgesloten, van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.

Artikel 3

1.  
Over de in artikel 1 bedoelde liquidatieverrichtingen en de in artikel 2 bedoelde beleggingsverrichtingen en activabeheer worden jaarlijks een winst-en-verliesrekening, een balans en een financieel verslag opgemaakt, gescheiden van de overige financiële verrichtingen van de Unie.

Deze financiële documenten worden gehecht aan de financiële documenten die de Commissie jaarlijks op grond van artikel 318 VWEU en Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) (het„Financieel Reglement”).

2.  

De in lid 1 bedoelde verrichtingen vallen onder de in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in het Financieel Reglement vastgelegde bevoegdheden van het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer inzake controle en kwijting.

▼B

Artikel 4

▼M2

1.  
De netto-opbrengsten van de in artikel 2 bedoelde beleggingen en de opbrengsten van de verkoop van een deel van de activa gelden als ontvangsten in de algemene begroting van de Unie. Deze ontvangsten hebben een bijzondere bestemming, te weten de financiering van onderzoeksprojecten die buiten het kaderprogramma voor onderzoek om worden uitgevoerd ten behoeve van sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie. Zij vormen het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Het beheer ervan berust bij de Commissie.

▼B

2.  
De in lid 1 bedoelde opbrengsten worden verdeeld in een verhouding van 27,2 % voor met kolen verband houdend onderzoek en 72,8 % voor met staal verband houdend onderzoek. Indien nodig wijzigt de Raad, op voorstel van de Commissie, met eenparigheid van stemmen de verdeling van de bedragen over met kolen verband houdend onderzoek en met staal verband houdend onderzoek.

▼M2 —————

▼M1

4.  
De op 31 december van een jaar niet-gebruikte ontvangsten en de op die datum uit hoofde van deze ontvangsten beschikbare kredieten, alsook de ingevorderde bedragen, worden van rechtswege naar het volgende jaar overgedragen. Deze kredieten kunnen niet naar andere posten van de begroting worden overgeschreven.
5.  
De met annuleringen van vastleggingen overeenkomende begrotingskredieten komen stelselmatig aan het einde van elk begrotingsjaar te vervallen. Voorzieningen voor vastleggingen die als gevolg van de annuleringen zijn vrijgegeven, worden ter beschikking gesteld van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.

▼M1

Artikel 4 bis

Het bedrag van de annuleringen van de vastleggingen die sinds 24 juli 2002 op grond van artikel 4, lid 5, zijn verricht, wordt op 10 mei 2018 ter beschikking gesteld van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.

▼B

Artikel 5

1.  
De netto-ontvangsten die beschikbaar zijn voor de financiering van de onderzoeksprojecten van het jaar n+2, worden opgenomen in de balans van de EGKS in liquidatie van het jaar n en, wanneer de liquidatie is afgesloten, in de balans van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.

▼M2 —————

▼B

Artikel 6

De administratieve uitgaven voortvloeiend uit de liquidatie, de beleggingen en de beheersverrichtingen zoals bedoeld in deze beschikking en overeenkomend met de uitgaven waarin is voorzien in artikel 20 van het Verdrag van 8 april 1965 tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, en waarvan het bedrag bij het besluit van de Raad van 21 november 1977 is gewijzigd, komen via de algemene begroting van de Europese Unie ten laste van de Commissie.

Artikel 7

De Commissie stelt het bedrag van de activa en passiva van de EGKS in de afsluitingsbalans op 23 juli 2002 vast.

Artikel 8

Deze beschikking wordt van kracht op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 24 juli 2002.

Artikel 9

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

▼M2 —————



( 1 ) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).