2002R0733 — NL — 11.12.2008 — 001.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 733/2002 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 22 april 2002

betreffende de invoering van het .eu-topniveaudomein

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 113, 30.4.2002, p.1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

VERORDENING (EG) Nr. 1137/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 22 oktober 2008

  L 311

1

21.11.2008




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 733/2002 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 22 april 2002

betreffende de invoering van het .eu-topniveaudomein

(Voor de EER relevante tekst)



HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 156,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag ( 3 ),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De invoering van het .eu-topniveaudomein (TLD) is als een van de doelstellingen om de elektronische handel te versnellen opgenomen in het initiatief e-Europe, zoals bekrachtigd door de Europese Raad tijdens zijn bijeenkomst in Lissabon op 23 en 24 maart 2000.

(2)

In de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de organisatie en het beheer van internet wordt verwezen naar de invoering van het „.eu”-TLD en in de resolutie van de Raad van 3 oktober 2000 betreffende de organisatie en het beheer van internet ( 4 ) wordt de Commissie ermee belast de coördinatie van het beleid op het gebied van internetbeheer te bevorderen.

(3)

TLD's zijn onlosmakelijk verbonden met de internetinfrastructuur. Ze zijn een essentieel onderdeel van de mondiale interoperabiliteit van het World Wide Web („WWW” of „het internet”). De toekenning van domeinnamen en de daarbij behorende adressen maakt het mogelijk voor gebruikers om te zoeken naar en verbindingen te leggen met computers en websites op het internet. TLD's zijn ook een onmisbaar onderdeel van elk internet e-mailadres.

(4)

In de zin van artikel 154, lid 2, van het Verdrag zou het .eu-TLD moeten bijdragen tot gebruik van, en toegang tot, internetnetwerken en op internet gebaseerde virtuele markten voor een extra registratiedomein naast de bestaande landcodetopniveaudomeinen (ccTLD's) of de generieke topniveaudomeinen, en zou het aldus moeten leiden tot meer keus en meer concurrentie.

(5)

In de zin van de artikelen 154 en 155 van het Verdrag zou het .eu-TLD de interoperabiliteit van de trans-Europese netwerken moeten verbeteren doordat het zorgt voor de beschikbaarheid van .eu-naamservers in de Gemeenschap. Dit zal gevolgen hebben voor de topologie en de technische infrastructuur van internet in Europa, dat zal profiteren van een aantal extra naamservers in de Gemeenschap.

(6)

Door het .eu-TLD zou de interne markt beter zichtbaar moeten worden op de virtuele internetmarkt. Het .eu-TLD zou een duidelijke koppeling moeten leggen met de Gemeenschap, het daaraan verbonden rechtskader en de Europese markt. Het zou bedrijven, organisaties en natuurlijke personen binnen de Gemeenschap de mogelijkheid moeten bieden tot registratie in een specifiek domein waardoor deze relatie duidelijk wordt. Dit betekent dat het „.eu”-TLD niet alleen een hoeksteen voor de elektronische handel in Europa zal zijn, maar ook de doelstellingen van artikel 14 van het Verdrag zal ondersteunen.

(7)

Het .eu-TLD kan de voordelen van de informatiemaatschappij in heel Europa bespoedigen, een rol spelen bij de integratie van toekomstige lidstaten in de Europese Unie, en het risico van een digitale kloof met de buurlanden helpen afwenden. Derhalve kan worden verwacht dat de verordening zal worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte en dat wijzigingen van de bestaande regelingen tussen de Europese Unie en Europese derde landen zullen worden nagestreefd om de vereisten van het .eu-TLD zodanig aan te passen dat entiteiten van deze landen eraan kunnen deelnemen.

(8)

Deze verordening laat het Gemeenschapsrecht inzake de bescherming van persoonsgegevens onverlet. De uitvoering van deze verordening dient in overeenstemming te zijn met de beginselen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens.

(9)

Bij het beheer van internet wordt doorgaans uitgegaan van de beginselen van niet-inmenging, zelfbeheer en zelfregulering; voorzover mogelijk en onverminderd het Gemeenschapsrecht behoren deze beginselen ook van toepassing te zijn op het .eu-ccTLD. Bij de invoering van het .eu-topniveaudomein kan rekening worden gehouden met de beste praktijken in dit verband en kan in voorkomend geval worden gesteund op vrijwillige richtsnoeren of gedragscodes.

(10)

De invoering van het .eu-topniveaudomein zou het profiel van de Europese Unie op de wereldwijde informatienetwerken ten goede komen en zal aan het internetnaamgevingssysteem een meerwaarde geven naast de nationale ccTLD's.

(11)

Doel van deze verordening is het vaststellen van de voorwaarden voor de invoering van het .eu-TLD, te voorzien in de aanwijzing van een register en het algemene beleidskader te specificeren waarbinnen het register zal functioneren. Nationale topniveaudomeinen vallen niet onder deze verordening.

(12)

Het register is de instantie die wordt belast met de organisatie, het bestuur en het beheer van het .eu-TLD, met inbegrip van het onderhoud van de daarmee verbonden databanken en de bijbehorende openbare raadplegingsdiensten, de accreditering van registrators, de registratie van domeinnamen die door geaccrediteerde registrators worden aangevraagd, de exploitatie van de TLD-naamservers en de verspreiding van de TLD-zonebestanden. Bij het topniveaudomein behorende openbare raadplegingsdiensten worden „Who is”-raadplegingen genoemd. Databanken van het type „Who is” moeten voldoen aan het Gemeenschapsrecht inzake de bescherming van gegevens en de persoonlijke levenssfeer. Toegang tot deze databanken verschaft informatie over een houder van een domeinnaam, wat van essentieel belang is om het vertrouwen van de gebruikers te versterken.

(13)

Na bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van een oproep aan belangstellenden om te reageren dient de Commissie op basis van een open, doorzichtige en niet-discriminerende selectieprocedure een register aan te wijzen. De Commissie moet een contract sluiten met het geselecteerde register. Dit contract moet de voorwaarden bevatten die van toepassing zijn op het register voor wat de organisatie, het bestuur en het beheer van het .eu-TLD betreft. Het contract wordt gesloten voor een beperkte tijdsduur met de mogelijkheid van verlenging.

(14)

De Commissie heeft namens de Gemeenschap verzocht om delegatie van de EU-code teneinde een internet-ccTLD te creëren. De Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN) heeft op 25 september 2000 een resolutie vastgesteld waarin wordt bepaald dat „alfa-2-codes als lcTND's uitsluitend delegeerbaar zijn wanneer het Maintenance Agency van ISO 3166 in zijn exceptionele reserveringslijst een reservering heeft opgenomen van de code die betrekking heeft op een toepassing van ISO 3166-1 die een gecodeerde representatie van de naam van het betrokken land, grondgebied of gebied nodig heeft”. Aan deze voorwaarden wordt voldaan door de EU-code, die dus aan de Gemeenschap kan worden gedelegeerd.

(15)

ICANN is thans verantwoordelijk voor het coördineren van de delegatie aan registers van codes die voor ccTLD's staan. De resolutie van de Raad van 3 oktober 2000 moedigt de toepassing aan van de op ccTLD's-registers toegepaste beginselen die door het Governmental Advisory Committee (GAC) zijn aangenomen. Het register moet een contract met ICANN sluiten met eerbiediging van de GAC-beginselen.

(16)

Een overheidsbeleid om speculatie en misbruik bij de registratie van domeinnamen tegen te gaan moet er ook voor zorgen dat overheidsinstanties en houders van oudere rechten die in de nationale en/of communautaire wetgeving zijn erkend of vastgesteld een specifiek tijdsbestek toegewezen krijgen (sunrise period); tijdens deze periode is de registratie van domeinnamen uitsluitend gereserveerd voor overheidsinstanties en deze houders van oudere rechten die in de nationale en/of communautaire wetgeving zijn erkend of vastgesteld.

(17)

Domeinnamen mogen niet willekeurig worden ingetrokken; intrekking kan evenwel worden verkregen wanneer een bepaalde domeinnaam kennelijk in strijd is met de openbare orde. Het intrekkingsbeleid moet niettemin voorzien in een mechanisme dat snel en doeltreffend werkt.

(18)

Er moeten regels worden vastgesteld met betrekking tot de kwestie van bona vacantia teneinde de status te bepalen van domeinnamen waarvan de registratie niet wordt verlengd of die bijvoorbeeld vanwege het erfrecht geen houder meer hebben.

(19)

Het nieuwe .eu-TLD-register moet niet de bevoegdheid hebben om domeinen op het tweede niveau te creëren waarbij gebruik wordt gemaakt van alfa-2-codes die staan voor landen.

(20)

In het kader dat is vastgelegd door de verordening, de regels van het beleid van algemeen belang inzake de uitvoering en de functies van het .eu-TLD en de beginselen van het beleid van algemeen belang op het gebied van registratie dienen bij de vastlegging van het registratiebeleid diverse opties te worden bestudeerd, met inbegrip van de methode „wie het eerst komt, het eerst maalt”.

(21)

Wanneer naar betrokken partijen wordt verwezen, moet worden voorzien in een raadpleging waarbij met name overheidsinstanties, bedrijven, organisaties en natuurlijke personen betrokken zijn. Het register zou een adviesorgaan kunnen instellen om een dergelijke raadpleging te organiseren.

(22)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen, waaronder criteria voor de selectieprocedure van het register, de aanwijzing van het register, alsmede de vaststelling van regels voor het beleid, dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( 5 ).

(23)

Daar het doel van het overwogen optreden, namelijk de invoering van het .eu-TLD niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, en derhalve wegens de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat de verordening niet verder dan nodig is om dit doel te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

Doel en werkingssfeer

1.  Doel van deze verordening is de invoering van het .eu-landcodetopniveaudomein (ccTLD) in de Gemeenschap. Deze verordening stelt de voorwaarden voor de invoering vast, met inbegrip van de aanwijzing van een register, en het algemene beleidskader waarbinnen het register zal functioneren.

2.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de in de lidstaten geldende regelingen met betrekking tot nationale ccTLD's.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) „register”: de instantie die wordt belast met de organisatie, het bestuur en het beheer van het .eu-TLD, met inbegrip van het onderhoud van de daarmee verbonden databanken en de bijbehorende openbare raadplegingsdiensten, de registratie van domeinnamen, de exploitatie van het register van domeinnamen, de exploitatie van de TLD-naamservers van het register en de verspreiding van de TLD-zonebestanden;

b) „registrator”: een persoon of instantie die op grond van een overeenkomst met het register diensten levert met het oog op de registratie van domeinnamen.

Artikel 3

Kenmerken van het register

1.  De Commissie zorgt

▼M1

a) voor de vaststelling van de criteria en de procedure voor de aanwijzing van het register; deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing; om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruikmaken van de in artikel 6, lid 4, bedoelde urgentieprocedure;

▼B

b) overeenkomstig de procedure van artikel 6, lid 2, voor de aanwijzing van het register, na een oproep aan belangstellenden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen te hebben bekendgemaakt en de procedure met betrekking tot deze oproep te hebben afgerond;

c) overeenkomstig de procedure van artikel 6, lid 2, voor de totstandkoming van een overeenkomst waarin de voorwaarden voor het toezicht van de Commissie op de organisatie, het bestuur en het beheer van het .eu-TLD door het register worden gespecificeerd. De overeenkomst tussen de Commissie en het register wordt gesloten voor een bepaalde tijd en kan worden verlengd.

Het register mag geen registraties aanvaarden zo lang het registratiebeleid niet is vastgesteld.

2.  Het register heeft de vorm van een organisatie zonder winstoogmerk naar het recht van een lidstaat en heeft haar vestigingsplaats, hoofdbestuur en hoofdkantoor in de Gemeenschap.

3.  Met voorafgaande goedkeuring van de Commissie sluit het register een passende overeenkomst voor de delegatie van het .eu-ccTLD. Daarbij worden de relevante beginselen die zijn aangenomen door het Governmental Advisory Committee, in acht genomen.

4.  Het .eu-TLD-register fungeert zelf niet als registrator.

Artikel 4

Verplichtingen van het register

1.  Het register houdt zich aan de voorschriften, het beleid en de procedures die in deze verordening zijn vastgelegd, alsmede aan de contracten bedoeld in artikel 3. Het register volgt doorzichtige en niet-discriminerende procedures.

2.  Het register:

a) organiseert, bestuurt en beheert het .eu-TLD in het algemeen belang en op basis van de beginselen van kwaliteit, efficiëntie, betrouwbaarheid en toegankelijkheid;

b) registreert via een geaccrediteerde .eu-registrator domeinnamen in het .eu-TLD die worden aangevraagd door:

i) bedrijven die hun vestigingsplaats, hoofdbestuur of hoofdkantoor in de Gemeenschap hebben, of

ii) organisaties die in de Gemeenschap gevestigd zijn, zonder afbreuk te doen aan de toepassing van de nationale wetgeving, of

iii) natuurlijke personen die in de Gemeenschap verblijven;

c) brengt een vergoeding in rekening die direct gerelateerd is aan de daadwerkelijk gemaakte kosten;

d) past het op terugvordering van de kosten gebaseerd beleid en een procedure toe voor snelle buiten gerechtelijke beslechting van geschillen tussen houders van domeinnamen met betrekking tot de rechten die verband houden met namen, met inbegrip van de intellectuele-eigendomsrechten, alsmede geschillen over individuele besluiten van het register. Dit beleid wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 1, en houdt rekening met de aanbevelingen van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom. Het beleid zorgt voor afdoende procedurele waarborgen voor de betrokken partijen en laat eventuele gerechtelijke stappen onverlet;

e) stelt procedures voor de accreditering van .eu-registrators vast en voert deze uit, en waarborgt voorts een doeltreffende en eerlijke mededinging tussen .eu-registrators;

f) zorgt voor de integriteit van de databanken van de domeinnamen.

Artikel 5

Beleidskader

▼M1

1.  De Commissie stelt na raadpleging van het register regels vast met betrekking tot het overheidsbeleid voor de toepassing en werking van het.eu-TLD, alsmede de beginselen van het overheidsbeleid inzake registratie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Het overheidsbeleid omvat onder meer:

a) het beleid inzake de buitengerechtelijke beslechting van geschillen;

b) het beleid inzake speculatie en misbruik bij de registratie van domeinnamen, met name de mogelijkheid om tijdelijk door middel van een stapsgewijze registratie van domeinnamen houders van oudere rechten, die in de nationale en/of communautaire wetgeving zijn erkend of ingesteld, alsook overheidsinstanties in de gelegenheid te stellen hun namen te registreren;

c) het beleid inzake mogelijke intrekking van domeinnamen, met inbegrip van de kwestie van bona vacantia;

d) de behandeling van vraagstukken in verband met taal en geografische concepten;

e) de behandeling van de intellectuele eigendom en andere rechten.

▼B

2.  Uiterlijk drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, kunnen de lidstaten de Commissie en de andere lidstaten een beperkte lijst doen toekomen van algemeen erkende namen die betrekking hebben op geografische en/of geopolitieke begrippen van hun politieke of territoriale organisatie en die

a) ofwel niet mogen worden geregistreerd;

b) ofwel alleen mogen worden geregistreerd onder een domein op het tweede niveau, overeenkomstig de regels van het overheidsbeleid.

De Commissie stelt het register onverwijld in kennis van de lijst van meegedeelde namen waarop deze criteria van toepassing zijn. Tegelijkertijd maakt de Commissie de lijst bekend.

Wanneer een lidstaat of de Commissie binnen 30 dagen na de bekendmaking bezwaar maakt tegen een naam op een meegedeelde lijst, neemt de Commissie, volgens de procedure van artikel 6, lid 3, maatregelen om de situatie te verhelpen.

3.  Alvorens met het registreren te beginnen, bepaalt het register in overleg met de Commissie en andere betrokken partijen het voorlopige registratiebeleid met betrekking tot „.eu”-TLD. Het register past in het registratiebeleid de uit hoofde van artikel 5, lid 1, vastgestelde regels met betrekking tot het overheidsbeleid toe, rekening houdend met de in artikel 5, lid 1 bis, vermelde lijst van uitzonderingen.

4.  De Commissie informeert het in artikel 6 bedoelde comité op gezette tijden over de in lid 3 van het onderhavige artikel bedoelde activiteiten.

▼M1

Artikel 6

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het communicatiecomité (hierna „het comité” genoemd) dat is ingesteld bij artikel 22, lid 1, van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) ( 6 ).

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

4.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

▼B

Artikel 7

Voorbehoud van rechten

De Commissie behoudt alle rechten die aan het .eu-TLD zijn verbonden, zoals met name de intellectuele eigendomsrechten en andere rechten op de registerdatabanken die voor de uitvoering van deze verordening vereist zijn, alsmede het recht om het register opnieuw aan te wijzen.

Artikel 8

Verslaglegging

De Commissie brengt een jaar na de aanneming van deze verordening en vervolgens om de twee jaar aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing, de doeltreffendheid en de werking van het .eu-TLD.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.



( 1 ) PB C 96 E van 27.3.2001, blz. 333.

( 2 ) PB C 155 van 29.5.2001, blz. 10.

( 3 ) Advies van het Europees Parlement van 4 juli 2001 (PB C 65 E van 14.3.2002, blz. 147), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 6 november 2001 (PB C 45 E van 19.2.2002, blz. 53) en besluit van het Europees Parlement van 28 februari 2002 (nog niet verschenen in het Publicatieblad). Besluit van de Raad van 25 maart 2002.

( 4 ) PB C 293 van 14.10.2000, blz. 3.

( 5 ) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

( 6 ) PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33.