|
19.3.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 82/3 |
BESLUIT VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT van de EVA nr. 83/19/COL
van 28 november 2019
Trondheim Spektrum (Noorwegen) [2020/413]
DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA (hierna “de Autoriteit” genoemd),
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name de artikelen 61 en 62,
Gezien Protocol 26 bij de EER-overeenkomst,
Gezien de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie (hierna “de toezichtovereenkomst” genoemd), en met name artikel 24,
Gezien Protocol nr. 3 bij de toezichtovereenkomst, en met name artikel 1, lid 2, van deel I en artikel 7, lid 3, van deel II,
Gezien Besluit nr. 195/04/COL (gewijzigd) van de Autoriteit,
Na de belanghebbenden te hebben uitgenodigd hun opmerkingen te maken, en gezien deze opmerkingen,
Overwegende hetgeen volgt:
I. FEITEN
1. PROCEDURE
1.1. EERSTE KLACHT
|
(1) |
Op 14 maart 2017 heeft de Autoriteit een klacht (1) ontvangen waarin werd beweerd dat de gemeente Trondheim (hierna “de gemeente” genoemd) onrechtmatige staatssteun zou hebben verleend aan Trondheim Spektrum AS (hierna “TS” genoemd), een vennootschap die eigenaar en exploitant is van Trondheim Spektrum, een multifunctionele sportfaciliteit in Trondheim, Noorwegen. De Autoriteit heeft de Noorse autoriteiten bij brief van 27 maart 2017 uitgenodigd om hun opmerkingen in te dienen over de klacht (2). De Noorse autoriteiten hebben hierop geantwoord bij brief van 2 juni 2017 (3). |
1.2. TWEEDE KLACHT
|
(2) |
Op 27 juli 2017 heeft de Autoriteit een tweede klacht (4) ontvangen waarin eveneens werd beweerd dat de gemeente onrechtmatige staatssteun had verleend aan TS. De Autoriteit heeft de Noorse autoriteiten bij brief van 24 augustus 2017 uitgenodigd om hun opmerkingen in te dienen (5). In diezelfde brief heeft de Autoriteit de Noorse autoriteiten verzocht meer informatie te geven over hun opmerkingen bij de eerste klacht. De Autoriteit heeft de Noorse autoriteiten bij brief van 1 september 2017 aanvullende informatie van de tweede klager bezorgd (6). |
|
(3) |
De Noorse autoriteiten hebben bij brief van 20 september 2017 hun opmerkingen betreffende de tweede klacht ingediend en de informatie bezorgd die de Autoriteit in verband met de eerste klacht had gevraagd (7). Op 29 september 2017 werd de zaak verder besproken tijdens de jaarlijkse pakketvergadering in Oslo. Deze bespreking werd vervolgens samengevat in een vervolgbrief (8). |
1.3. VERZOEK OM INFORMATIE
|
(4) |
Op 20 oktober 2017 heeft de Autoriteit een verzoek om informatie verzonden aan de Noorse autoriteiten (9). Op 22 november 2017 hebben de Noorse autoriteiten en de Autoriteit een videoconferentie gehouden om het verzoek om informatie te bespreken. Bij brief van 8 december 2017 hebben de Noorse autoriteiten geantwoord (10). |
1.4. AANVULLENDE INFORMATIE VAN DE TWEEDE KLAGER
|
(5) |
Op 19 september 2017 heeft de tweede klager aanvullende inlichtingen verstrekt (11). Op 6 november 2017 heeft de tweede klager aanvullende inlichtingen verstrekt (12). Op 9 november 2017 heeft de Autoriteit de aanvullende inlichtingen van een van de klagers aan de Noorse autoriteiten verstrekt (13). Op 22 november en 13 december 2017 hebben de Noorse autoriteiten en de Autoriteit de zaak besproken tijdens videoconferenties. Op 1 december 2017 hebben de Noorse autoriteiten meer informatie verstrekt aan de Autoriteit (14). |
|
(6) |
Op 26 oktober 2018 heeft de tweede klager aanvullende informatie verstrekt (15). |
1.5. VOLGEND VERZOEK OM INFORMATIE
|
(7) |
Op 16 januari 2018 heeft de Autoriteit een verzoek om informatie verzonden aan de Noorse autoriteiten (16), waarop deze hebben geantwoord bij brieven van 1 en 5 februari 2018 (17). |
1.6. AANMELDING VAN DE HUUROVEREENKOMST VAN 2019
|
(8) |
Op 29 november 2018 (18) hebben de Noorse autoriteiten een huurovereenkomst (hierna “de huurovereenkomst van 2019” genoemd) aangemeld, die in werking zal treden op 1 december 2019. Bij brief van 28 januari 2019 heeft de Autoriteit de Noorse autoriteiten om bijkomende informatie verzocht. Bij brief van 21 februari 2019 hebben de Noorse autoriteiten geantwoord (19). |
|
(9) |
Op 13 maart 2019 hebben de Noorse autoriteiten en de Autoriteit de zaak besproken tijdens een videoconferentie. Na de vergadering hebben de Noorse autoriteiten meer informatie verstrekt (20). Op 18 maart 2019 hebben de Noorse autoriteiten aanvullende informatie verstrekt (21). Op 11 juni, 15 juli en 18 oktober 2019 hebben de Noorse autoriteiten en de Autoriteit de zaak besproken tijdens videoconferenties. |
1.7. AGVV-INFORMATIEBLAD BETREFFENDE KAPITAALVERHOGING
|
(10) |
Op 10 december 2018 hebben de Noorse autoriteiten een AGVV (22)-informatieblad (23) ingediend, betreffende ad-hocsteun voor TS in de vorm van een kapitaalverhoging ten bedrage van 55 miljoen NOK (ongeveer 5,68 miljoen EUR), waarin zij stelden dat deze maatregel voor een groepsvrijstelling in aanmerking kwam. |
1.8. FORMELE ONDERZOEKSPROCEDURE
|
(11) |
Bij Besluit nr. 32/19/COL (hierna “het inleidingsbesluit” genoemd) heeft de Autoriteit de formele onderzoeksprocedure ingeleid. Bij brief van 2 mei 2019 (24) hebben de Noorse autoriteiten verzocht om een verlenging van de uiterste termijn van 20 mei 2019 om opmerkingen in te dienen en alle nodige documenten, inlichtingen en gegevens voor de beoordeling van de maatregelen te verstrekken. Bij brief van 10 mei 2019 (25) heeft de Autoriteit ingestemd met een verlenging van de uiterste termijn tot 20 juni 2019. Op 19 juni 2019 hebben de Noorse autoriteiten verzocht om een verdere verlenging van de uiterste termijn tot 30 augustus 2019. De Autoriteit is op 20 juni 2019 (26) op dit verzoek ingegaan. |
|
(12) |
Bij brief van 30 augustus 2019 (27), hebben de Noorse autoriteiten geantwoord op het inleidingsbesluit van de Autoriteit. |
|
(13) |
Op 23 mei 2019 werd het inleidingsbesluit bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het EER-supplement (28). De Autoriteit heeft opmerkingen ontvangen van een belanghebbende, een van de klagers. Bij schrijven van 27 juni 2019 (29) heeft de Autoriteit deze opmerkingen voor reactie aan de Noorse autoriteiten doorgezonden. Bij brief van 30 augustus 2019 (30) hebben de Noorse autoriteiten hun opmerkingen bij de opmerkingen van de belanghebbenden ingediend. |
2. CHRONOLOGISCH OVERZICHT
|
(14) |
Het doel van de gemeente is om de inwoners van Trondheim faciliteiten te bieden voor sport- en vrijetijdsactiviteiten. In Trondheim Spektrum worden kleine en grote sportevenementen gehouden en er worden ook andere evenementen georganiseerd, onder meer concerten, beurzen en congressen. In Trondheim Spektrum zal in 2020 bijvoorbeeld het Europees kampioenschap handbal voor vrouwen en mannen worden gehouden. |
|
(15) |
In 2004 heeft de gemeente een principe van kosteloze faciliteiten ten behoeve van de sportclubs van de gemeente geformaliseerd. Dat bevordert de deelname van kinderen en jongeren aan sportactiviteiten, ongeacht het inkomensniveau van individuele gezinnen. |
|
(16) |
Teneinde sportfaciliteiten aan de inwoners van de stad te kunnen aanbieden, is de gemeente zelf eigenaar en exploitant van verschillende sportfaciliteiten, maar huurt zij daarnaast ook faciliteiten die eigendom zijn van derden en door derden worden geëxploiteerd. De gemeente koopt capaciteit van TS, sportclubs met eigen faciliteiten, andere overheidsinstanties (bijvoorbeeld in schoolgebouwen) en in een zeer beperkte mate koopt zij deze ook van particuliere faciliteiten. |
|
(17) |
De gemeente huurt capaciteit van dergelijke faciliteiten in het kader van bijzondere huurovereenkomsten, en de gezamenlijke capaciteit wordt kosteloos verdeeld tussen de sportclubs. De verdeling van de capaciteit is toevertrouwd aan de lokale sportraad (Idrettsrådet), die deel uitmaakt van de organisatiestructuur van de Noorse Sportconfederatie (Norges idrettsforbund). |
|
(18) |
De totale beschikbare capaciteit wordt ter beschikking gesteld aan de lokale sportraad. De sportraad heeft een comité ingesteld dat zich buigt over de verdeling van de door de gemeente beschikbaar gestelde capaciteit. Het comité verdeelt de beschikbaar gestelde uren op grond van richtsnoeren die door de sportraad zijn vastgesteld. |
|
(19) |
TS is eigenaar en exploitant van Trondheim Spektrum, een multifunctionele faciliteit in het centrum van Trondheim. De faciliteit bestaat uit acht multifunctionele zalen. De zalen worden gebruikt door lokale sportclubs om er te trainen en voor kleine en grote sportevenementen en andere evenementen zoals concerten, beurzen en congressen. |
|
(20) |
De geschiedenis van TS gaat terug tot de vennootschap Nidarøhallen die in 1961 werd opgericht met als doel de bouw en exploitatie van een sport- en tentoonstellingsruimte in Trondheim. Op 5 juni 2002 werd de naam van de vennootschap veranderd in Trondheim Spektrum AS. |
|
(21) |
De gemeente is altijd al de meerderheidsaandeelhouder in TS geweest en is dat ook nu nog met 99,68 % van de aandelen (31). |
|
(22) |
De bouw van het eerste deel van de faciliteit werd voltooid in 1963 (zalen A en B). De faciliteit werd viermaal uitgebreid, in 1971 (zaal C), 1980 (zaal G), 1988 (zalen D en E/H) en 2000 (zaal F). |
|
(23) |
Sinds de zomer van 2017 vinden er in Trondheim Spektrum omvangrijke renovatie- en uitbreidingswerkzaamheden plaats. |
|
(24) |
De gemeente huurt capaciteit van TS om deze beschikbaar te stellen aan de sportraad. Volgens de huurovereenkomst is Trondheim Spektrum van september tot mei (32) voornamelijk gereserveerd voor jeugdsportactiviteiten. De resterende capaciteit in de periode september tot mei en de totale capaciteit voor de rest van het jaar wordt door TS verhuurd voor andere sportactiviteiten, beurzen, concerten enz. TS organiseert een aantal beurzen, onder meer een jaarlijkse beurs voor de visserijsector. Voorts genereert TS inkomsten uit de exploitatie van een kiosk, een café en een restaurant. |
|
(25) |
Volgens het toekomstige bedrijfsplan van TS wordt gestreefd naar een soortgelijk en min of meer gelijk respectief inkomstenaandeel uit de huurovereenkomst met de gemeente, en uit andere activiteiten, zoals dat in het verleden ook het geval is geweest (33). |
3. BESCHRIJVING VAN DE MAATREGELEN
3.1. BESTAANDE STEUNMAATREGELEN
|
(26) |
Het inleidingsbesluit betrof verschillende vermeende steunmaatregelen ten gunste van TS. In haar inleidingsbesluit heeft de Autoriteit geen beoordeling gegeven van de aard van de maatregelen die, indien zij steun zouden vormen, bestaande steun zouden vormen in de zin van artikel 1, onder b), van deel II van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie (hierna “Protocol nr. 3” genoemd). Deze maatregelen zijn daarom niet opgenomen in het toepassingsgebied van dit besluit. Deze maatregelen betroffen een i) gemeentelijke lening (maatregel 1); ii) gemeentelijke garantie (maatregel 2); iii) erfpachtovereenkomsten (maatregel 3), en iv) steun die is verleend in het kader van het kansspelfonds (maatregel 8) (34). |
3.2. DE VERMEENDE STEUNMAATREGELEN
|
(27) |
Zoals vermeld in punt 120 van het inleidingsbesluit ging het formele onderzoek dieper in op de volgende maatregelen:
|
|
(28) |
Voor een uitvoeriger beschrijving van de maatregelen verwijst de Autoriteit naar deel 4 van het inleidingsbesluit. |
3.3. MAATREGEL 4 — HUUROVEREENKOMSTEN AFGESLOTEN IN DE PERIODE 1999 TOT EN MET 2017
|
(29) |
De capaciteit van Trondheim Spektrum werd traditioneel vooral gebruikt door sportclubs op grond van huurovereenkomsten die werden afgesloten tussen TS en de gemeente. De gemeente heeft de faciliteit verhuurd sinds de opening in 1963. Van 1990 tot 2002 heeft de gemeente de faciliteiten voor ongeveer 12 miljoen NOK per jaar van Trondheim Spektrum gehuurd. |
|
(30) |
De klagers hebben aangevoerd dat de huurprijs boven de marktvoorwaarden ligt. Dit betekent dat de huurprijs gebaseerd is op de behoeften van TS en niet op de capaciteit die de gemeente nodig heeft. De klagers beweren dat de huurprijs nooit gebaseerd is geweest op zakelijke onderhandelingen, maar eenzijdig door de gemeenteraad werd bepaald. |
|
(31) |
Volgens de Noorse autoriteiten was de door de gemeente aan TS betaalde huur marktconform en houdt deze daarom geen staatssteun in. Indien de Autoriteit daarover anders beslist, beweren de Noorse autoriteiten dat nieuwe steun in elk geval verenigbaar zou zijn met de werking van de EER-overeenkomst. |
|
(32) |
Tijdens de procedure tot aan het inleidingsbesluit hadden de Noorse autoriteiten beweerd dat de huurovereenkomsten deel uitmaken van een bestaande steunregeling. In haar inleidingsbesluit was de Autoriteit voorlopig van oordeel dat de huurovereenkomsten van 1999 tot en met 2017 geen steunregeling vormden. De Noorse autoriteiten hebben in hun opmerkingen bij het inleidingsbesluit geen bezwaar aangetekend tegen het voorlopige oordeel van de Autoriteit op dit punt. |
|
(33) |
Overeenkomstig artikel 15, lid 1, van deel II van Protocol nr. 3 heeft de Autoriteit de bevoegdheid steun terug te vorderen binnen een verjaringstermijn van tien jaar. Deze termijn gaat in op de dag waarop de onrechtmatige steun als individuele steun of in het kader van een steunregeling aan de begunstigde is verleend. Door elke maatregel van de Autoriteit ten aanzien van de onrechtmatige steun wordt de verjaring gestuit (35). |
|
(34) |
In het inleidingsbesluit beperkte de Autoriteit haar beoordeling tot de huurovereenkomsten waarvoor de verjaringstermijn niet is verstreken (36). De Autoriteit was van mening dat de verjaringstermijn op 27 maart 2017 onderbroken werd (37). |
|
(35) |
Dienovereenkomstig blijken de huurovereenkomsten waarvoor de verjaringstermijn niet verstreken is, de volgende te zijn:
|
|
(36) |
Dat komt omdat uit de door de Noorse autoriteiten verstrekte informatie blijkt dat de huurovereenkomst in werking is getreden op 1 januari 2008 (38), de datum die — tot het tegendeel is bewezen — moet worden beschouwd als de datum waarop steun werd verleend in het kader van de overeenkomst. |
|
(37) |
In haar inleidingsbesluit vermeldde de Autoriteit echter dat zij niet beschikte over informatie betreffende de huurovereenkomst die tijdens het jaar 2007 in werking was aangezien de huurovereenkomst die de Noorse autoriteiten opgaven als degene die de overeenkomst 2007-2008 voorafging op 31 december 2006 verstreken was. Bovendien beschikte de Autoriteit niet over informatie over de datum waarop de huurovereenkomst voor 2007-2008 was ondertekend en of de ondertekeningsdatum de datum zou kunnen zijn waarop steun in welke vorm ook was verleend in het kader van de overeenkomst. |
|
(38) |
De Noorse autoriteiten meldden in hun opmerkingen bij het inleidingsbesluit dat zij niet in staat waren de huurovereenkomst die voor 2007 in werking was, te verstrekken aangezien er blijkbaar geen schriftelijke overeenkomst was gesloten. De Noorse autoriteiten meldden dat de huur was betaald overeenkomstig de huurovereenkomst van de voorgaande periode en dat dit erop leek te wijzen dat de overeenkomst stilzwijgend was verlengd, conform het Noorse contractenrecht. In elk geval geeft de door de Noorse autoriteiten verstrekte informatie aan hoeveel huur de gemeente betaalde voor een specifieke hoeveelheid capaciteit. |
|
(39) |
De Autoriteit vroeg in dit verband geen verdere informatie aangezien de Noorse autoriteiten geen bezwaar maakten tegen de beoordeling van de Autoriteit inzake de verjaringstermijn en gezien het feit dat de Noorse autoriteiten informatie hadden verstrekt betreffende het bedrag dat in verband met de huurovereenkomst werd betaald. Het gebrek aan bewijsstukken zou daarom niet van invloed zijn op het oordeel van de Autoriteit over de maatregel in onderhavig besluit. |
3.4. MAATREGEL 5 — HUUROVEREENKOMST VAN 2019 — AANMELDING
|
(40) |
Zoals vermeld in overweging 8 hierboven, hebben de Noorse autoriteiten de huurovereenkomst van 2019 aangemeld. TS en de gemeente hebben een nieuwe huurovereenkomst gesloten, die op 1 december 2019 in werking zal treden (39). Deze overeenkomst loopt ten einde op 30 april 2035. |
|
(41) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat deze huurovereenkomst gebaseerd is op de beginselen die ook aan vorige huurovereenkomsten ten grondslag lagen. De Noorse autoriteiten hebben voorts uiteengezet dat met de nieuwe huurovereenkomst aanzienlijk meer capaciteit aan de sportclubs beschikbaar wordt gesteld. In totaal wordt in het kader van de nieuwe huurovereenkomst jaarlijks een capaciteit van 16 848 uur gehuurd, vergeleken met 12 500 uur in het verleden. De nieuwe huurovereenkomst komt neer op een stijging van de huurprijs per uur van ongeveer 1 200 naar 1 700 NOK (van ongeveer 124 naar 176 EUR). Er zijn twee redenen voor deze stijging. Ten eerste werd de door de gemeente betaalde historische huur vastgesteld op basis van het niveau dat in 1989 en 1990 was bepaald en was dit nadien nooit aangepast. Ten tweede werden de kosten per vierkante meter van de bestaande faciliteit ruimschoots overschreden door de bouwkosten die werden gemaakt om flexibiliteit te bieden en resultaten voor multisportgebruik op te leveren in de exploitatiekosten per vierkante meter. |
|
(42) |
Beide klagers beweerden dat de huur in de nieuwe huurovereenkomst boven de marktvoorwaarden ligt, omdat deze huur gebaseerd is op de behoeften van TS en niet op de capaciteit die de gemeente nodig heeft. De klagers beweren dat de huurprijs niet op zakelijke onderhandelingen is gebaseerd, maar is vastgesteld om de bouwkosten voor de uitbreiding van Trondheim Spektrum te betalen. |
|
(43) |
Een van de klagers heeft voorts beweerd dat de belangrijkste kostenelementen van het uitbreidings- en renovatieproject samenhangen met eisen in verband met andere activiteiten dan degene die vallen onder huurovereenkomsten, zoals concerten, professionele sportevenementen en beurzen. Een van de klagers beweert dat de opsplitsing van kosten tussen de verschillende activiteiten daarom niet correct is, aangezien de behoeften van de sportclubs met lagere kosten gedekt hadden kunnen worden. |
|
(44) |
Volgens de Noorse autoriteiten is de huur die de gemeente in het kader van de nieuwe huurovereenkomst aan TS betaalt, marktconform en houdt deze daarom geen staatssteun in. Indien de Autoriteit het bestaan van staatssteun in de nieuwe huurovereenkomst niet kan uitsluiten, hebben de Noorse autoriteiten de huurovereenkomst aangemeld als verenigbare steun overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder c), van de EER-overeenkomst. |
3.5. MAATREGEL 6 — KAPITAALVERHOGING IN VERBAND MET NIEUWE EN ONVERWACHTE KOSTEN — GROEPSVRIJSTELLING
|
(45) |
Zoals vermeld in overweging 10 hierboven, hebben de Noorse autoriteiten op 10 december 2018 een AGVV-informatieblad (40) ingediend betreffende ad-hocsteun aan TS ten bedrage van 55 miljoen NOK (ongeveer 5,68 miljoen EUR) in de vorm van een kapitaalverhoging. De Noorse autoriteiten hebben TS de kapitaalverhoging verstrekt overeenkomstig artikel 55 van de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV). |
|
(46) |
Door een wijziging van de projectomvang in 2018 steeg de begroting van 536 naar 591 miljoen NOK (ongeveer 61,05 miljoen EUR) (41). De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat TS de bijkomende kosten niet kan dekken met zijn bestaande middelen noch via aanvullende marktfinanciering. Daarom vroeg TS op 6 juli 2018 de kapitaalverhoging aan. De kapitaalinjectie werd verleend op 5 december 2018. |
|
(47) |
De bijkomende kosten van 55 miljoen NOK kunnen volgens de Noorse autoriteiten als volgt worden toegewezen:
|
|
(48) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat TS reeds hoge schulden had en dat daarom de voorkeur werd gegeven aan nieuw kapitaal in plaats van aanvullende leningen om deze bijkomende kosten te dekken. Het zou daarom lastig zijn geweest om financiering (in de zin van een aanvullende lening) te krijgen op de markt. TS wendde zich daarom tot zijn eigenaars om de nodige financiering te verkrijgen. |
|
(49) |
De gemeente was op dat ogenblik de meerderheidsaandeelhouder van TS (ongeveer 78 %), andere aandeelhouders gaven niet aan dat zij voornemens waren deel te nemen aan de kapitaalverhoging (42). Bijgevolg stond de gemeente voor een keuze: de bijkomende middelen verstrekken en het project voltooien of aanvaarden dat TS niet in staat zou zijn het project te voltooien volgens de gewijzigde, definitieve plannen die waren opgemaakt nadat de werkzaamheden aan het originele project van start waren gegaan. |
|
(50) |
Volgens de Noorse autoriteiten was de kapitaalinjectie volgens een aantal overwegingen voordelig voor de gemeente als meerderheidsaandeelhouder van TS. |
|
(51) |
De uitbreiding van de zaal met 3 200 zitplaatsen zal TS in staat stellen grotere evenementen te organiseren, zodat de faciliteit aantrekkelijker wordt voor evenementenbeheerders. TS gaat ervan uit dat het jaarlijks vier tot zes zulke grote evenementen zal kunnen organiseren. Naast de huurinkomsten leveren die grote evenementen ook inkomsten op in de vorm van vip-evenementen, catering en vestiairebijdragen. Daarom zou de uitbreiding naar alle waarschijnlijkheid tot een aanzienlijke inkomstenstijging voor TS leiden. |
|
(52) |
De Noorse autoriteiten hebben gemeld dat de renovatiewerkzaamheden begonnen waren voordat TS om een kapitaalverhoging verzocht. De werkzaamheden waren aangevat voordat de gedetailleerde plannen voor de uitvoering van het project waren voltooid. De haast bij het opstarten van de bouwwerkzaamheden was ingegeven door het feit dat het project zeker op tijd afgewerkt moest zijn voor het Europees kampioenschap handbal voor vrouwen en mannen dat TS in 2020 in de faciliteit wil houden. |
|
(53) |
TS haalt een groot deel van zijn inkomsten uit huur, maar een ander groot deel is afkomstig uit de ticketverkoop. De extra 3 200 zitplaatsen zouden de opbrengsten uit de ticketverkoop wellicht doen toenemen, vooral omdat TS dankzij de uitbreiding ook in staat zou zijn om evenementen zoals “Disney On Ice” te programmeren. |
|
(54) |
Het alternatief voor een uitbreiding was tijdelijke zitplaatsen installeren voor het Europees kampioenschap handbal en andere grote evenementen. De installatie en afbraak van de tijdelijke zitplaatsen zou ongeveer elf dagen in beslag nemen. TS zou gedurende die tijd de zaal moeten sluiten en er zouden dan geen sportactiviteiten kunnen plaatsvinden. Het gebruik van tijdelijke zitplaatsen zou voor TS dus een verlies van inkomsten met zich mee hebben gebracht. |
|
(55) |
Een grotere liftcapaciteit en een grotere opslagruimte zullen leiden tot lagere kosten en grotere efficiëntie. Met de grotere liftcapaciteit kan uitrusting veilig en doeltreffend worden vervoerd naar de verschillende ruimten van de faciliteiten. Deze efficiëntie alleen al zal TS kosten besparen tijdens de dagelijkse exploitatie. Het alternatief bestond erin de uitrusting op een voertuig te laden en daarmee het stadion rond te rijden. Dit werd beschouwd als een dure en ondoeltreffende oplossing, vooral met het oog op de aanstaande kampioenschappen. |
|
(56) |
De opslagruimten waren nodig voor een goede logistiek en een doeltreffende organisatie van grote evenementen, onder meer het kampioenschap handbal. Bovendien was de raad van bestuur van mening dat het mogelijk zou zijn om opslagruimte te verhuren, bijvoorbeeld tussen twee grote evenementen in, en dat zou opnieuw inkomsten kunnen opleveren voor TS. |
|
(57) |
Tot slot bood deze situatie de gemeente de kans om vrijwel de enige aandeelhouder van TS te worden. Door de kapitaalverhoging, die op 5 december 2018 werd verleend, steeg het aandeel van de gemeente naar 99,68 % (43). Het aandeel van 99 % stelt de gemeente in staat de resterende aandelen aan te kopen zonder toestemming van de huidige minderheidsaandeelhouders. Als enige aandeelhouder zal de gemeente overeenkomstig de Noorse vennootschapswetgeving (44) een gunstige positie hebben aangezien zij eenzijdig kan beslissen over de manier waarop TS in de toekomst zal worden geëxploiteerd. |
|
(58) |
Dit betekent ook dat de gemeente zou kunnen besluiten om de statuten te wijzigen zodat TS beslissingen kan treffen zonder goedkeuring van de minderheidsaandeelhouders. De kapitaalinjectie zorgde er daarom voor dat de gemeente een fatsoenlijk rendement op haar langetermijninvesteringen kan ontvangen, of dat zij de enige aandeelhoudereigenaar wordt van een commercieel aantrekkelijke, moderne multifunctionele infrastructuur (45). |
|
(59) |
Zonder die kapitaalinjectie zou de gemeente meerderheidsaandeelhouder gebleven zijn van een vennootschap met als enige activa een commercieel minder aantrekkelijke, inferieure infrastructuur, en bijgevolg minder positieve vooruitzichten voor de toekomst (46). |
|
(60) |
Een van de klagers beweerde dat de kapitaalverhoging niet in overeenstemming is met alle voorwaarden die in hoofdstuk I van de AGVV zijn vastgelegd. |
3.6. MAATREGEL 7 — FINANCIERING VAN INFRASTRUCTUURKOSTEN
|
(61) |
Op 14 maart 2017 verleende de gemeenteraad goedkeuring aan een bestemmingsplan voor het gebied waar Trondheim Spektrum gevestigd is en voor het omringende parkgebied. Dit proces werd geïnitieerd door TS met als doel de faciliteit uit te breiden tot een multifunctionele faciliteit, geschikt voor concerten en grote sportevenementen, en met een grotere capaciteit voor sportclubs, beurzen en congressen. |
|
(62) |
De Noorse autoriteiten hebben toegelicht dat een bestemmingsplan de basis vormt voor een project zoals de uitbreiding van Trondheim Spektrum (47). Het bestemmingsplan — met inbegrip van het gebruik van procedurele verordeningen (48) (in het Noors: rekkefølgekrav) — legt de projectontwikkelaar geen economische verplichtingen op, maar geeft het gebied een bestemming in verband met het project en geeft aan welke (openbare) infrastructuur aanwezig moet zijn voordat het project wordt uitgevoerd (49). |
|
(63) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat een vastgoedontwikkelingsovereenkomst, zoals de overeenkomst die in het onderhavige geval door de gemeente en TS is gesloten, een instrument is dat de projectontwikkelaar en de betrokken gemeente helpt garanderen dat is voldaan aan de voorschriften van het bestemmingsplan en die van de procedurele verordeningen (rekkefølgekrav), onder meer voor algemene infrastructuurmaatregelen. |
|
(64) |
Vastgoedontwikkelingsovereenkomsten kunnen bepalingen omvatten — maar dat is niet verplicht — die een deel van de economische lasten in verband met de algemene infrastructuurmaatregelen aan de projectontwikkelaar opleggen. Belangrijk is dat vastgoedontwikkelingsovereenkomsten het resultaat zijn van onderhandelingen tussen een gemeente en de projectontwikkelaar (50). |
|
(65) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat algemene infrastructuurmaatregelen niet behoren tot de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaar, maar wel tot die van de gemeente. Voorts is noch de gemeente, noch de projectontwikkelaar verplicht om een vastgoedontwikkelingsovereenkomst te sluiten (51). |
|
(66) |
Als echter een vastgoedontwikkelingsovereenkomst wordt gesloten, stelt de wetgeving ter zake de limieten vast voor de kosten die aan de projectontwikkelaar kunnen worden opgelegd. De achterliggende redenering is dat de macht ongelijk verdeeld is tijdens het onderhandelen en sluiten van ontwikkelingsovereenkomsten, en dat de gemeente daarbij een machtsoverwicht heeft. |
|
(67) |
De gemeenteraad heeft in 1993 het beginsel van volledige overdracht van de uitgaven goedgekeurd. Dit betekent dat bouwprojecten alle infrastructuurkosten moeten dragen die het gevolg zijn van het project. Wanneer de gemeente dit beginsel toepast, moet zij echter rekening houden met deel 17‐3, derde alinea, van de planning- en bouwwet, waarin wordt geregeld wat een vastgoedontwikkelingsovereenkomst moet inhouden (52). |
|
(68) |
Een van de klagers beweert dat de gemeente TS heeft verlost van infrastructuurkosten die een projectontwikkelaar normaal gezien moet dragen in verband met dit soort bouwwerken, en dat de gemeente daarom een voordeel heeft verleend aan TS. |
|
(69) |
De infrastructuurkosten die (gedeeltelijk) door de gemeente zijn betaald, betreffen:
|
3.7. MAATREGEL 9 — IMPLICIETE GARANTIE DIE INHERENT IS AAN DE LENINGSOVEREENKOMST TUSSEN NORDEA EN TS
|
(70) |
Op 11 december 2017 ondertekende TS een leningsovereenkomst met Nordea voor 490 miljoen NOK (53). Nordea zal tijdens de bouwperiode het werkkapitaal verschaffen. De Noorse autoriteiten hebben toegelicht dat de gemeente geen partij is bij de leningsovereenkomst en dat er ook geen contractuele verplichtingen bestaan die vereisen dat de gemeente financiering of kapitaal verstrekt aan TS (54). |
|
(71) |
In de leningsovereenkomst staat echter wel het volgende vermeld (55):
|
|
(72) |
Deze verklaringen houden verband met een clausule in de leningsovereenkomst onder “andere algemene voorwaarden” (56), namelijk:
|
|
(73) |
Onder hetzelfde kopje luidt de volgende clausule (57):
|
|
(74) |
Tot slot wordt onder het kopje “Eigendomsoverdracht — verplichte vervroegde aflossing” (58) in de leningsovereenkomst vermeld (59):
|
|
(75) |
TS en Nordea hadden eerder een leningsovereenkomst gesloten op 27 juli 2017. De overeenkomst bevatte een voorwaarde dat elke overschrijding van de bouwkosten tijdens de bouwperiode ofwel door TS, ofwel door de gemeente moest worden gedragen. De leningsovereenkomst was medeondertekend door de financieel verantwoordelijke van de gemeente. Die overeenkomst bevatte dus clausules in verband met de verantwoordelijkheid van de gemeente ten aanzien van eventuele kostenoverschrijdingen van het project, evenals verplichtingen in verband met de huurovereenkomst die op dat ogenblik nog niet was afgerond (60). |
|
(76) |
De medeondertekening van de leningsovereenkomst werd later beschouwd als een gemeentegarantie krachtens deel 51 van de gemeentewet (61). De gemeente concludeerde dat de garantie alleen effectief kon zijn als de staat er zijn goedkeuring aan hechtte. De garantie zou, om uiteenlopende redenen, die goedkeuring wellicht niet krijgen, en daarom werd aan de financieel verantwoordelijke van de gemeente het advies verstrekt om Nordea er meteen van op de hoogte te brengen dat de gemeente geen partij kon zijn bij de leningsovereenkomst. Deze overeenkomst is nietig. TS en Nordea ondertekenden daarom de huidige leningsovereenkomst zonder de gemeente daar officieel bij te betrekken. |
4. OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN
|
(77) |
Op 12 juni 2019 heeft de Autoriteit opmerkingen ontvangen van een belanghebbende, een van de klagers in de zaak. De opmerkingen betroffen de prijs die de gemeente heeft betaald aan een andere sportfaciliteit, ter ondersteuning van de eerder ingediende beweringen betreffende de prijsopdrijving van de huurovereenkomst. |
5. OPMERKINGEN VAN DE NOORSE AUTORITEITEN BETREFFENDE DE OPMERKINGEN VAN DE BELANGHEBBENDE
|
(78) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat de opmerkingen van de belanghebbende verband houden met een schoolgebouw, dat volledig eigendom is van de provincie waar het zich bevindt. In 2018 en 2019 kocht de gemeente daar meer uren als tussenoplossing om te voorzien in voldoende zaalcapaciteit voor de sportclubs; de capaciteit van Trondheim Spektrum was immers gedeeltelijk onbeschikbaar omdat daar bouwwerkzaamheden plaatsvonden. Na die periode had de gemeente niet langer de behoefte om de overeenkomst met deze faciliteit voort te zetten en beschikte zij overigens ook niet over de financiële mogelijkheden om dat te doen. |
|
(79) |
De Noorse autoriteiten zijn van mening dat de tussentijdse overeenkomst niet te vergelijken valt met de huurovereenkomst. Als eigenaar van de faciliteit was de provincie bereid om zaalcapaciteit aan te bieden onder de marktprijs, tijdens de periode waarin de uitbreidingswerkzaamheden van Trondheim Spektrum plaatsvonden. Deze regeling was niet marktconform, en dat was ook niet de bedoeling. Ze kan niet worden beschouwd als een aanwijzing dat de huurovereenkomst van de gemeente met Trondheim Spektrum niet marktconform is. |
II. BEOORDELING
6. IS ER SPRAKE VAN STAATSSTEUN?
6.1. INLEIDING
|
(80) |
In artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst is het volgende bepaald:
|
|
(81) |
Om als steun in de zin van deze bepaling te worden aangemerkt, moet een maatregel bijgevolg aan elk van de volgende voorwaarden voldoen: i) het is een maatregel van de staat of uit staatsmiddelen bekostigd; ii) de maatregel verschaft een voordeel aan een onderneming; iii) bepaalde ondernemingen worden begunstigd (selectiviteit), en iv) de maatregel dreigt de mededinging te vervalsen en heeft een ongunstige invloed op het handelsverkeer. |
6.2. HET BEGRIP ONDERNEMING
|
(82) |
Om als staatssteun in de zin van artikel 61 van de EER-overeenkomst te worden aangemerkt, moet de maatregel een bepaalde onderneming een voordeel verschaffen. Een onderneming is een eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd (62). Hieruit volgt dat de openbare of particuliere aard van de entiteit die de betrokken activiteit uitoefent of het feit dat een entiteit gedeeltelijk dan wel geheel in handen is van de overheid, geen invloed kan hebben op het antwoord op de vraag of deze entiteit al dan niet de hoedanigheid van “onderneming” heeft (63). |
|
(83) |
Economische activiteiten zijn activiteiten die bestaan in het aanbieden van goederen of diensten op een markt (64). Entiteiten die niet commercieel actief zijn, in die zin dat zij geen goederen of diensten op een bepaalde markt aanbieden, zijn daarentegen geen ondernemingen. In het algemeen vormen zowel de aanleg als de exploitatie van een infrastructuur een economische activiteit op zich (en vallen zij dus onder de staatssteunregels) indien die infrastructuur wordt gebruikt, of zal worden gebruikt, om goederen of diensten op de markt aan te bieden (65). Staatssteun mag worden toegekend op verschillende niveaus: bouw, exploitatie en gebruik van de infrastructuur (66). |
|
(84) |
Trondheim Spektrum is een multifunctionele faciliteit waar onder meer concerten, grote sportevenementen, beurzen en congressen plaatsvinden. Voorts is gepland dat in 2020 het Europees kampioenschap handbal voor mannen en vrouwen in Trondheim Spektrum zal plaatsvinden. TS voert daardoor economische activiteiten uit. |
|
(85) |
TS verhuurt ook faciliteiten aan de gemeente, die deze op haar beurt aan sportclubs ter beschikking stelt. Het feit dat de gemeente de capaciteit die zij van TS huurt als kosteloze faciliteiten aan de sportclubs van de gemeente aanbiedt, heeft geen ongunstige invloed op de aard van de transactie tussen TS en de gemeente, die een economische activiteit is. Derhalve is TS een onderneming in de zin van artikel 61 van de EER-overeenkomst. |
6.3. AANWEZIGHEID VAN STAATSMIDDELEN
|
(86) |
Om als staatssteun te worden aangemerkt, moet de maatregel door de staat of uit staatsmiddelen worden toegekend. |
|
(87) |
De overdracht van staatsmiddelen kan uiteenlopende vormen aannemen, zoals subsidies, leningen, garanties, deelnemingen in het kapitaal van ondernemingen en voordelen in natura. Staatsmiddelen omvatten alle middelen van de overheidssector, ook van gemeenten (67). |
6.3.1. Maatregelen 4 & 5 — de huurovereenkomsten die werden gesloten van 2007 tot en met 2017 en de huurovereenkomst van 2019
|
(88) |
Als de huurovereenkomsten tussen de gemeente en TS (maatregelen 4 en 5) staatssteunelementen omvatten, dan zou een dergelijke steunmaatregel verleend zijn door de staat en met behulp van staatsmiddelen in de zin van artikel 61, lid 1, EER aangezien de financiering rechtstreeks van de gemeente afkomstig zou zijn. |
6.3.2. Maatregel 6 — kapitaalverhoging
|
(89) |
De kapitaalverhoging (maatregel 6) is door de gemeente rechtstreeks aan TS betaald; dit betekent dat sprake is van staatsmiddelen in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst. |
6.3.3. Maatregel 7 — financiering van infrastructuurkosten
|
(90) |
De financiering van infrastructuurkosten, die normaal door de projectontwikkelaar worden gedragen, door de gemeente zou rechtstreeks door de gemeente zijn betaald; daarom zou er sprake zijn van staatsmiddelen in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst. |
6.3.4. Maatregel 9 — impliciete garantie die inherent is aan de leningsovereenkomst tussen Nordea en TS
|
(91) |
Op 11 december 2017 ondertekende TS een leningsovereenkomst met Nordea voor 490 miljoen NOK (ongeveer 50,67 miljoen EUR) (68). Nordea zal tijdens de bouwperiode het werkkapitaal verschaffen (69). |
|
(92) |
Zoals beschreven in deel 3.7, zijn in de leningsovereenkomst clausules opgenomen waarin staat dat TS voornemens is maatregelen te treffen waardoor het voor de gemeente mogelijk wordt om, zonder te handelen in strijd met de wet, zo nodig een garantie te verstrekken aan Nordea in verband met het risico ten gevolge van overschrijding van de toegestane kredieten tijdens de bouwperiode (70). |
|
(93) |
De leningsovereenkomst bevat bovendien een clausule waarin staat dat de huurovereenkomst tussen TS en de gemeente niet kan worden gewijzigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nordea (71). Voorts bevat de leningsovereenkomst de voorwaarde dat de gemeente ten minste 77,93 % van TS in handen moet hebben (72). |
|
(94) |
De Noorse autoriteiten hebben aangevoerd dat het deel in de leningsovereenkomst waarin wordt vermeld dat de huurovereenkomst met de gemeente niet kan worden gewijzigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nordea niet bindend is voor de gemeente. Als de huurovereenkomst wordt gewijzigd, moet TS daarvoor toestemming moet krijgen van zijn kredietgever, namelijk Nordea. |
|
(95) |
Wat betreft de voorwaarde voor het verlenen en handhaven van de bouwlening, namelijk dat de gemeente minstens 77,93 % van TS moet bezitten, wijzen de Noorse autoriteiten erop dat de raad van bestuur van TS, die de leningsovereenkomst heeft gesloten, niet beschikt over de bevoegdheid om zijn aandeelhouders en dus de gemeente te binden, ook niet als sprake is van een mogelijke toekomstige verkoop van aandelen. De leningsovereenkomst geeft aan dat Nordea zich er goed van bewust is dat de overeenkomst de gemeente niet kan binden, aangezien in het tweede gedeelte wordt gesteld dat een wijziging aan de eigendomsstructuur zonder toestemming betekent dat TS contractbreuk pleegt (73). |
|
(96) |
De Noorse autoriteiten hebben meer informatie verstrekt over de leningsovereenkomst, waarbij zij beklemtonen dat de gemeente geen partij is bij die overeenkomst en dat de raad van bestuur van TS de gemeente, haar meerderheidsaandeelhouder, nergens toe kan verbinden. De clausules betreffende de verplichting van TS om mogelijke structurele wijzigingen door te voeren in de vennootschap en om maatregelen te treffen die de gemeente zo nodig in staat stellen een garantie te verstrekken, vormen geen vaste en concrete juridische verplichting die de gemeente tot een en ander kan verbinden. |
|
(97) |
De Noorse autoriteiten hebben verwezen naar een brief van de gemeente aan de provinciegouverneur (in het Noors: Fylkesmannen). De brief werd verzonden na de gebeurtenissen die ertoe hebben geleid dat de vorige leningsovereenkomst nietig werd verklaard, ten gevolge van een juridische beoordeling waarin werd vastgesteld dat de gemeente geen partij kon zijn bij de leningsovereenkomst en dat zij geen garantie kon verstrekken. |
|
(98) |
In deze brief bracht de gemeente de provinciegouverneur ervan op de hoogte dat “TS en Nordea op dit ogenblik zoeken naar andere financiële oplossingen zonder betrokkenheid van de gemeente” (74). |
|
(99) |
De Noorse autoriteiten hebben voorts vermeld dat, als de gemeente er juridisch toe verbonden was geweest om tussenbeide te komen, TS geen kapitaalverhoging had moeten aanvragen (75) en de gemeente niet de mogelijkheid had gehad om een beslissing te nemen voor of tegen die maatregel. |
|
(100) |
De Noorse autoriteiten zijn daarom van mening dat de leningsovereenkomst geen contractuele verplichting voor de gemeente met zich meebrengt in de vorm van een vaste en concrete toezegging om staatsmiddelen beschikbaar te stellen. |
|
(101) |
De overdracht van staatsmiddelen kan uiteenlopende vormen aannemen, zoals subsidies, leningen, garanties, deelnemingen in het kapitaal van ondernemingen en voordelen in natura. Een vaste en concrete toezegging om staatsmiddelen op een later tijdstip beschikbaar te stellen, wordt ook als een overdracht van staatsmiddelen beschouwd (76). Het doen ontstaan van een concreet risico dat de staat — als gevolg van een garantie of een contractueel aanbod — in de toekomst een extra last zal moeten dragen, is voldoende voor de toepassing van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst (77). Aangezien staatsmaatregelen uiteenlopende vormen aannemen en moeten worden geanalyseerd volgens hun effecten, kan niet worden uitgesloten dat voordelen die zijn verstrekt in de vorm van een staatsgarantie een extra last voor de staat met zich kunnen brengen (78). |
|
(102) |
De Autoriteit heeft de aard van de beschreven bepalingen van de leningsovereenkomst beoordeeld in het licht van de door de Noorse autoriteiten verstrekte informatie. |
|
(103) |
Door de Noorse autoriteiten werd aangetoond dat de gemeente formeel gezien geen partij is bij de huidige overeenkomst (79). De bepalingen van de leningsovereenkomst verwijzen naar het besluit van de raad van bestuur van de gemeente van 25 juli 2015 waarin wordt vermeld dat deze bereid is de nodige financiële verantwoordelijkheid op zich te nemen die voortvloeit uit de renovatie en ontwikkeling van TS. De Noorse autoriteiten hebben echter documentatie verstrekt waarmee wordt aangetoond dat de gemeentelijke verantwoordelijke in 2016 heeft vermeld dat de gemeente de bouw niet zal financieren maar uitsluitend capaciteit zal huren (80). |
|
(104) |
De financieel verantwoordelijke van de gemeente heeft weliswaar de eerste lening medeondertekend, aangezien de Noorse wet vereist dat de overheid dergelijke garanties goedkeurt, maar die ondertekening werd nietig verklaard en de partijen werden daarvan op de hoogte gebracht. |
|
(105) |
Volgens de eisen van de Noorse wetgeving zouden bepalingen in de leningsovereenkomst die naar de gemeente verwijzen ook bij de huidige lening niet afdwingbaar zijn voor de nationale rechtbanken. |
|
(106) |
In het licht van het bovenstaande moeten verklaringen in de leningsovereenkomst betreffende de zaken die Nordea belangrijk heeft geacht bij de beoordeling of aan TS al dan niet een lening zou worden verstrekt, worden beschouwd als eenzijdige overwegingen voor rekening van Nordea. |
|
(107) |
De bepalingen in de leningsovereenkomst waarin wordt gesteld dat de huurovereenkomst niet kan worden gewijzigd zonder de goedkeuring van Nordea en de bepaling waarin de voorwaarde wordt gesteld dat de gemeente minstens 77,93 % van TS moet bezitten, kunnen zonder bewijzen waarin de formele betrokkenheid van de gemeente wordt aangetoond niet worden beschouwd als een vaste en concrete toezegging van staatsmiddelen. TS is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (81) die in vergelijking met andere vennootschappen naar Noors recht geen aanvullende rechten geniet wegens het feit dat de gemeente eigenaar is. |
|
(108) |
Aangezien er geen andere gegevens zijn die wijzen op een vaste en concrete toezegging van staatsmiddelen vanwege de gemeente, kan niet worden aangetoond dat in deze bepalingen van de leningsovereenkomst staatsmiddelen worden toegezegd. |
|
(109) |
In de leningsovereenkomst stonden geen andere bepalingen die twijfel hebben gezaaid bij de Autoriteit in haar inleidingsbesluit, en in het licht van het feit dat Nordea een particuliere marktpartij is, is de Autoriteit van mening dat de leningsovereenkomst tussen TS en Nordea geen staatssteun inhoudt. Deze maatregel zal derhalve niet verder worden beoordeeld in deze tekst. |
6.4. VOORDEEL
|
(110) |
De maatregel dient TS een voordeel op te leveren waardoor deze vennootschap wordt bevrijd van lasten die in de regel ten laste van haar begroting komen. |
6.4.1. Maatregelen 4 & 5 — de huurovereenkomsten die werden gesloten van 2007 tot en met 2017 en de huurovereenkomst van 2019
6.4.1.1. Inleiding
|
(111) |
Tijdens de procedure tot aan het inleidingsbesluit beweerden de Noorse autoriteiten dat de huurovereenkomsten deel uitmaken van een bestaande steunregeling. In haar inleidingsbesluit was de Autoriteit voorlopig van oordeel dat de huurovereenkomsten van 1999 tot en met 2017 geen steunregeling vormden. De Noorse autoriteiten hebben in hun opmerkingen bij het inleidingsbesluit geen bezwaar aangetekend tegen het voorlopige oordeel van de Autoriteit op dit punt. In het licht van het bovenstaande, en met verwijzing naar de beoordeling van de Autoriteit in punt 5.1 van het inleidingsbesluit, is de Autoriteit van mening dat de huurovereenkomst die werd gesloten van 1999 tot en met 2017 geen steunregeling vormt. |
|
(112) |
De Noorse autoriteiten hebben aangevoerd dat de van 2007 tot en met 2017 gesloten huurovereenkomsten, evenals de huurovereenkomst van 2019 marktconform waren en daarom geen voordeel inhouden in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst. |
|
(113) |
De EER-rechtsorde is neutraal ten aanzien van de regeling van het eigendomsrecht en doet op geen enkele wijze afbreuk aan het recht van EER-staten om als economische spelers op te treden. Wanneer overheden direct of indirect economische transacties aangaan, in welke vorm ook, zijn zij echter onderworpen aan EER-staatssteunregels. Economische transacties die worden aangegaan door overheidsinstanties (met inbegrip van overheidsbedrijven), verlenen geen voordeel aan de tegenpartij van die transactie — en vormen dus geen steun — indien zij marktconform verlopen (82). |
|
(114) |
De Noorse autoriteiten hebben opgemerkt dat het — gezien de uiteenlopende omvang, uitrusting, het verschil in ontwerp en locatie van andere faciliteiten in Noorwegen — niet mogelijk is in Noorwegen een andere faciliteit aan te wijzen die volledig te vergelijken is met Trondheim Spektrum (83). De Noorse autoriteiten hebben echter informatie verstrekt over andere faciliteiten die voor soortgelijke doelstellingen worden gehuurd als die waarvoor de gemeente capaciteit huurt van TS, alsmede informatie over andere faciliteiten in Noorwegen, ter ondersteuning van hun argument dat de huurovereenkomsten marktconform waren. |
6.4.1.2. Door de Noorse autoriteiten verstrekte benchmarks
|
(115) |
De gemeente heeft informatie verstrekt over de manier waarop de tarieven van TS voor derden zich tot die van andere faciliteiten verhouden alsmede informatie over prijzen voor het huren van zaalcapaciteit voor sport en ontspanning in andere faciliteiten. |
|
(116) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat Trondheim Spektrum beschikt over twee zalen die groter zijn dan 2 000 m2 (zaal D en zaal F), en die bijzonder goed geschikt zijn voor grotere beurzen, concerten, congressen en dergelijke evenementen. Afhankelijk van het type evenement rekent TS ongeveer 70 000 tot 85 000 NOK per dag aan voor de grotere zaal D (ongeveer 7 230 tot 8 780 EUR), en 59 000 tot 70 000 NOK voor de iets kleinere zaal F (ongeveer 6 100 tot 7 230 EUR). |
|
(117) |
De Noorse autoriteiten hebben een vergelijking gemaakt met de huur van soortgelijke faciliteiten elders in Trondheim. De vrijmetselaarsloge in Trondheim rekent bijvoorbeeld een dagtarief aan van slechts 15 000 tot 18 000 NOK (ongeveer 1 550 tot 1 860 EUR). Dit is een iets kleinere faciliteit voor maximaal 600 personen, terwijl zaal F in Trondheim Spektrum een capaciteit van meer dan 1 000 personen heeft. |
|
(118) |
Volgens de Noorse autoriteiten rekenen faciliteiten in Noorse steden van vergelijkbare omvang vergelijkbare tarieven aan. In Stavanger kost het huren van capaciteit zoals die van zaal F iets meer dan 200 000 NOK voor vier dagen, terwijl de Grieghallen in Bergen voor vier dagen ongeveer 300 000 NOK aanrekenen (resp. ongeveer 20 100 en 31 000 EUR). De prijzen van TS liggen iets onder die van Bergen (84). |
|
(119) |
De Noorse autoriteiten hebben voorts verwezen naar Sotra Arena, gelegen in de gemeente Fjell, op 25 minuten rijden van de stad Bergen, een faciliteit met een overdekte capaciteit van 12 000 m2. In 2016 werd deze faciliteit gebruikt voor beurzen, waarvoor ongeveer 100 000 tot 125 000 NOK werd aangerekend voor drie dagen (ongeveer 10 300 tot 12 900 EUR) voor ongeveer 5 000 tot 7 000 m2. |
|
(120) |
In het licht van deze vergelijking vermelden de Noorse autoriteiten dat de prijzen die TS aanrekent voor zaalcapaciteit, wanneer die aan derden wordt verhuurd, blijkbaar de marktprijzen volgen. |
|
(121) |
De gemeente koopt capaciteit van TS, sportclubs met eigen faciliteiten, andere overheidsinstanties (bijvoorbeeld in schoolgebouwen) en in een zeer beperkte mate koopt zij deze ook van particuliere faciliteiten. |
|
(122) |
Het door de gemeente betaalde uurtarief schommelt tussen 350 en 2 046 NOK (ongeveer 36 tot 211 EUR). Het aan TS betaalde uurtarief bedraagt 1 174 NOK (ongeveer 121 EUR). Volgens de nieuwe huurovereenkomst bedraagt het uurtarief 1 700 NOK. De Noorse autoriteiten merken op dat de prijsverschillen aan een reeks uiteenlopende factoren toe te schrijven zijn. Ook is het zo dat een aantal van deze faciliteiten (deels) door de staat gefinancierd zijn en dat zij er contractueel toe gebonden zijn (enige) capaciteit te verstrekken tegen vaste tarieven. |
|
(123) |
Andere factoren, die de relatief grote prijsverschillen kunnen verklaren, zijn dat niet alle dagtijden evenveel kosten en dat niet alle faciliteiten even modern, goed uitgerust en centraal gelegen zijn als Trondheim Spektrum. De Noorse autoriteiten hebben toegelicht dat alle eerder vermelde overwegingen redenen zijn waarom sommige capaciteit die de gemeente van andere faciliteiten aankoopt in vergelijking minder kost (85). |
|
(124) |
De Noorse autoriteiten hebben voorbeelden gegeven van de tarieven die worden aangerekend door Vestlandshallen, een sportcentrum in Bergen. Volgens de Noorse autoriteiten rekent deze faciliteit aan gebruikers (die geen sportclubs zijn) ongeveer dezelfde prijs aan als de prijs die de gemeente aan TS betaalt. Dit wordt gebaseerd op een berekening waarbij de “zaaluren” van TS gelden voor een oppervlakte van 800 m2 en voor 60 minuten. Een “vierde van een zaal” in Vestlandshallen zou dan ongeveer 440 m2 zijn en 940 NOK kosten voor 90 minuten (ongeveer 97 EUR). Theoretisch zou de prijs dan ongeveer 626 NOK bedragen voor 60 minuten en dus 1 252 NOK voor een iets grotere oppervlakte dan het equivalent in TS (ongeveer 65 en 129 EUR). |
|
(125) |
Bovendien brengen de Noorse autoriteiten naar voor dat de stad Bergen gebruikers die geen voorkeursbehandeling krijgen 1 150 NOK aanrekent voor één uur in Haukelandshallen, een faciliteit die vergelijkbaar is met Trondheim Spektrum (ongeveer 119 EUR). Voorts rekent de stad Tromsø maximaal 1 940 NOK aan voor één uur en een vergelijkbare oppervlakte in Tromsøhallen (ongeveer 200 EUR). |
|
(126) |
Wat specifiek de huurovereenkomst van 2019 betreft, hebben de Noorse autoriteiten uiteengezet dat de nieuwe huurovereenkomst een stijging van nagenoeg 50 % van het uurtarief betekent; de huur gaat namelijk van ongeveer 1 200 NOK per uur naar 1 700 NOK per uur (resp. 124 EUR en 176 EUR) (86). De Noorse autoriteiten erkennen dat dit tot de hogere bedragen behoort in de reeks uurtarieven die zij hebben verstrekt (de uurtarieven afkomstig uit een steekproef van sportfaciliteiten gaan van ongeveer 350 tot 2 046 NOK (ongeveer 36 tot 211 EUR)) (87). |
|
(127) |
Volgens de Noorse autoriteiten zal Trondheim Spektrum na de renovatie een moderne en zeer centraal gelegen faciliteit zijn in een van de grootste en snelst groeiende steden van Noorwegen. Volgens de Noorse autoriteiten zou de Autoriteit mogen besluiten dat de huurovereenkomst een voordeel inhoudt als het uurtarief veel hoger zou liggen dan de prijzen op de markt, wat echter niet het geval is (88). |
|
(128) |
De Noorse autoriteiten hebben voorts vermeld dat het uurtarief voor commerciële gebruikers van Trondheim Spektrum in het verleden hoger was (1 000 tot 1 800 NOK; ongeveer 103 tot 186 EUR) dan in het kader van de huurovereenkomst van de gemeente (1 200 NOK; ongeveer 124 EUR). Dit zal naar verwachting ook in de toekomst zo blijven, met een uurtarief van ongeveer 1 700 NOK (ongeveer 176 EUR) in het kader van de nieuwe huurovereenkomst en een dienovereenkomstig hoger uurtarief voor de commerciële gebruikers. |
|
(129) |
Volgens de Noorse autoriteiten is het zo dat, als zou worden geconcludeerd dat de gemeente een prijs boven het marktniveau betaalde, dit noodzakelijkerwijs zou betekenen dat ook de commerciële gebruikers van TS dat gedaan zou hebben. Volgens de Noorse autoriteiten is er geen reden om aan te nemen dat commerciële gebruikers een prijs boven het marktniveau zouden betalen voor de huur van zaalruimte in Trondheim Spektrum (89). |
|
(130) |
Volgens de Noorse autoriteiten zou de Autoriteit kunnen besluiten dat met de huurovereenkomsten geen steun gemoeid is. Teneinde ertoe bij te dragen dat de Autoriteit tot dit besluit zou komen, hebben de Noorse autoriteiten tot dusver in wezen het volgende verstrekt:
|
6.4.1.3. De beoordeling van de huurovereenkomsten door de Autoriteit
|
(131) |
Om te bepalen of een transactie marktconform is, kan die transactie worden beoordeeld in het licht van de voorwaarden waarop vergelijkbare transacties door vergelijkbare particuliere partijen in vergelijkbare situaties hebben plaatsgevonden (benchmarking) (91). |
|
(132) |
Benchmarking is misschien geen geschikte methode om marktprijzen te bepalen indien de beschikbare benchmarks niet zijn bepaald rekening houdende met marktoverwegingen of indien de bestaande prijzen sterk verstoord zijn door overheidsmaatregelen (92). |
|
(133) |
Voorts zijn er, zoals de Noorse autoriteiten opmerken, belangrijke verschillen wanneer het erop aankomt deze faciliteiten met elkaar te vergelijken, bijvoorbeeld op het gebied van de huurperiode (93), het aantal gehuurde uren, de kwaliteit van de faciliteiten en de ligging ervan in (of buiten) de stad. |
|
(134) |
De Autoriteit is van mening dat de door de Noorse autoriteiten verstrekte benchmarks onvoldoende vergelijkbaar of geschikt zijn voor de vaststelling van een marktprijs waarmee de huur die in het kader van de huurovereenkomst werd betaald rechtstreeks kan worden vergeleken, zie ook de overwegingen 142 tot en met 152 verderop. |
|
(135) |
De Autoriteit kan alleen concluderen dat de huurovereenkomsten steunelementen omvatten en bijgevolg TS een voordeel verlenen in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst, als de Autoriteit vaststelt dat de prijs die in het kader van de huurovereenkomsten werd betaald voldoende van de marktprijs afwijkt om die conclusie te rechtvaardigen (94). |
|
(136) |
Zoals hierboven beschreven, kan in dit geval geen nauwkeurige marktprijs worden vastgesteld aan de hand van de traditionele methoden om een benchmark te bepalen aangezien geen vergelijkbare en passende benchmarks kunnen worden aangewezen. |
|
(137) |
Bovendien lijkt het in dit geval niet aangewezen om een prijs vast te stellen met verwijzing naar de kostprijs voor de dienstverlening in het kader van de huurovereenkomst, aangezien moeilijk valt te bepalen welk aandeel van de investeringskosten aan de huurovereenkomst moet worden toegewezen, of welke kosten dat zouden zijn als de TS geen andere activiteiten had verricht. |
|
(138) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat deels tot de renovatie en uitbreiding van Trondheim Spektrum werd besloten omdat de gemeente niet beschikte over toereikende faciliteiten voor grotere culturele en sportevenementen. In dit verband hebben de Noorse autoriteiten vermeld dat Trondheim in 2020 het Europees kampioenschap handbal voor mannen en vrouwen zal organiseren. Een van de doelstellingen van de renovatie was dat de gerenoveerde faciliteit zou voldoen aan de eisen van de Europese handbalfederatie en plaats zou bieden aan een groot aantal toeschouwers. |
|
(139) |
Volgens de Autoriteit mag worden aangenomen dat een particuliere marktdeelnemer die capaciteit huurt om zaalruimte te kunnen aanbieden aan jeugdsportclubs, geen prijs zou aanvaarden ter dekking van hoge kosten voor renovatie en uitbreidingen die niet in verhouding staan tot de behoeften van die marktdeelnemer in het kader van de huurovereenkomst. Als een dergelijke aanpak zou worden geaccepteerd, zou daardoor een mechanisme mogelijk worden gemaakt waarbij de gemeente een prijs zou kunnen betalen om de faciliteiten te huren zodat jeugdsportclubs zaalruimte krijgen, die overeenstemt met de financiële behoefte om een renovatie uit te voeren van de faciliteiten in het algemeen, zonder deze bijdrage aan te melden als staatssteun (95). |
|
(140) |
De bouw van faciliteiten voor sportmanifestaties en andere openbare evenementen en de ondersteuning van verschillende soorten activiteiten ten gunste van het brede publiek kunnen worden beschouwd als een verantwoordelijkheid van de overheid. In dergelijke omstandigheden zou de staat niet handelen als een marktdeelnemer. De staat zou in dat geval handelen als een overheidsinstantie. De staat kan daarom in bepaalde omstandigheden dergelijke activiteiten financieren door staatssteun te verlenen. Een dergelijke maatregel zou echter moeten voldoen aan alle relevante criteria die zijn vastgesteld in de AGVV (96) om voor een groepsvrijstelling in aanmerking te komen, of die maatregel zou moeten worden aangemeld en goedgekeurd overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder c), van de EER-overeenkomst. |
|
(141) |
In het licht van het bovenstaande moet de Autoriteit andere methoden toepassen om te beoordelen of de huurovereenkomsten steunelementen inhouden. Hoewel dit niet rechtstreeks toepasselijk is, meent de Autoriteit dat de door de Noorse autoriteiten verstrekte benchmarks nuttig kunnen zijn om een op de markt aangetroffen reeks prijzen vast te stellen en aan de hand daarvan te beoordelen of de prijs die in het kader van de huurovereenkomsten werd betaald ver afligt van de marktprijzen voor een soortgelijke dienstverlening. |
|
(142) |
De Noorse autoriteiten hebben de Autoriteit een overzicht gegeven van de prijzen die de gemeente aan andere faciliteiten heeft betaald voor de huur van zaalcapaciteit met dezelfde doeleinden als die waarvoor de gemeente zaalcapaciteit van TS heeft aangekocht (97). Volgens de Autoriteit zouden deze prijzen het best vergelijkbaar zijn met de huurovereenkomsten die in dit besluit worden beoordeeld. |
|
(143) |
De Autoriteit is van mening dat deze faciliteiten geschikter zijn voor een vergelijking met de zaalcapaciteit die door de gemeente werd gehuurd dan de voorbeelden van prijzen die worden aangerekend door faciliteiten in andere steden (98). De verstrekte uurtarieven voor de andere faciliteiten blijken situaties te betreffen waarin de faciliteit voor een beperkte periode en voor verschillende evenementen wordt verhuurd. Deze faciliteiten zijn ook anders van aard. |
|
(144) |
De door de Noorse autoriteiten verstrekte benchmarks waarbij de gemeente zaalruimte huurt, betreffen ook regelingen waarbij een groter aantal uren wordt gehuurd voor dezelfde soort dienstverlening — hoewel geen daarvan het aantal uren benadert dat wordt gehuurd in het kader van de huurovereenkomst tussen de gemeente en TS. Deze faciliteiten bevinden zich ook in Trondheim (99). |
|
(145) |
De Noorse autoriteiten hebben laten weten dat de prijs schommelt tussen 350 NOK en 2 046 NOK per uur. De Noorse autoriteiten hebben gemeld dat de uurtarieven die de gemeente in het kader van een groot aantal van deze afzonderlijke contracten betaalt, inderdaad onder de marktprijs liggen en daarom niet volledig vergelijkbaar zijn aangezien een aantal van deze faciliteiten deels zijn gefinancierd door de staat en contractueel verplicht zijn enige capaciteit te verstrekken tegen vaste tarieven, en dat de overeenkomsten bovendien betrekking kunnen hebben tot dag/weekperioden met een verschillende waarde (100). |
|
(146) |
Bovendien komen voor de elf huurcontracten waarvoor de prijs werd verstrekt slechts twee faciliteiten, Heimdal and Utleira, dicht bij de prijs die de gemeente aan TS heeft betaald (101). De Noorse autoriteiten hebben erkend dat de tarieven voor deze twee faciliteiten hoger lagen dan de bedragen die werden betaald voor de andere faciliteiten waarover informatie werd versterkt. De Noorse autoriteiten hebben toegelicht dat de tarieven mogelijk geen weergave zijn van de marktprijs — aangezien de gemeente bij het vaststellen van het huurtarief ook rekening heeft gehouden met het belang van de gemeente om de activiteiten van sportclubs met een vast lidmaatschap en vrijwilligerswerking te ondersteunen. De marktprijs voor deze faciliteiten ligt daarom mogelijk iets lager dan vermeld (102). |
|
(147) |
Volgens openbaar toegankelijke informatie op de website van Heimdal variëren de uurtarieven van 275 tot 550, afhankelijk van de aard van het contract. Daaruit blijkt dat het tarief dat de faciliteit aan de markt aanrekent aanzienlijk lager ligt dan wat de gemeente in het kader van die huurovereenkomst betaalt. |
|
(148) |
In het kader van de overige negen huurovereenkomsten rekenen de faciliteiten een prijs aan die 77 % tot 242 % (103) lager is dan wat de gemeente aan TS betaalt in het kader van de oude huurovereenkomsten en die 154 % tot 385 % lager is dan de prijs die de gemeente aan TS betaalt in het kader van de huurovereenkomst van 2019. |
|
(149) |
Van de elf faciliteiten waarvoor een prijs werd verstrekt, worden er vier gehuurd van particuliere marktdeelnemers (104). De prijzen van deze vier faciliteiten variëren van 425 NOK tot 677 NOK. |
|
(150) |
De Autoriteit is derhalve van mening dat de door de Noorse autoriteiten verstrekte benchmarks eerder aantonen dat de prijs die de gemeente in het kader van de huurovereenkomst betaalde aanzienlijk hoger lag dan de prijs die aan andere faciliteiten werd betaald en door die andere faciliteiten werd aangerekend, zowel voor overeenkomsten in het verleden als, met name, na de prijsverhoging voor het huren van zaalcapaciteit in het kader van de huurovereenkomst van 2019. |
|
(151) |
Volgens de Autoriteit kunnen dergelijke prijsverschillen tussen de uurtarieven van deze faciliteiten enerzijds en het door de gemeente betaalde uurtarief in het kader van de huurovereenkomst met TS — die allemaal met dezelfde doeleinden door de gemeente werden gehuurd — niet volledig worden verklaard door het feit dat sommige van deze faciliteiten mogelijk deels door de staat werden gefinancierd, of mogelijk hebben toegezegd om een deel van de capaciteit te verstrekken tegen vaste tarieven. Het feit dat deze overeenkomsten betrekking kunnen hebben op perioden van de dag of de week die een verschillende waarde krijgen toebedeeld, is eveneens van toepassing op alle faciliteiten die door de Noorse autoriteiten als mogelijke benchmarks werden vermeld. |
|
(152) |
In het licht van de voorgaande overwegingen kan de Autoriteit niet uitsluiten dat de huurovereenkomsten van 2007 tot en met 2017 en de huurovereenkomst van 2019 aan TS een voordeel hebben verleend. Aangezien dergelijke steun echter verenigbaar zou zijn met de werking van de EER-overeenkomst, overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder c), is het echter niet nodig het bestaan van de steun definitief vast te stellen (105). |
6.4.2. Maatregel 6 — kapitaalverhoging in verband met nieuwe en onverwachte kosten — AGVV
|
(153) |
De Noorse autoriteiten hebben TS een kapitaalverhoging verleend voor een bedrag van 55 miljoen NOK (ongeveer 5,68 miljoen EUR) overeenkomstig artikel 55 AGVV. De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat TS deze bijkomende kosten niet kan dekken met zijn bestaande middelen of via aanvullende marktfinanciering. |
|
(154) |
De Noorse autoriteiten hebben aangegeven dat de kapitaalverhoging geen voordeel verleent aan TS. Volgens de Noorse autoriteiten was de kapitaalinjectie op grond van een aantal overwegingen voordelig voor de gemeente als eigenaar van TS. |
|
(155) |
De Noorse autoriteiten hebben gemeld dat de wijzigingen alles bij elkaar genomen aanzienlijke gevolgen zouden hebben voor de winstgevendheid van TS, met name in vergelijking met de situatie zonder die kapitaalinjectie, dus als er geen wijzigingen zouden zijn aangebracht aan de plannen voor de zitplaatsen, liften en opslagruimten. Alle maatregelen zouden geleid hebben tot een verhoging van de inkomsten/verlaging van de kosten, terwijl de alternatieven tot het tegendeel zouden hebben geleid (106). |
|
(156) |
De Noorse autoriteiten hebben voorts uiteengezet dat de gemeente door de kapitaalinjectie vrijwel de enige aandeelhouder van TS werd, zodat de gemeente in staat was de resterende aandelen te kopen, zelfs zonder de toestemming van de huidige minderheidsaandeelhouders. Als enige aandeelhouder zal de gemeente overeenkomstig de Noorse vennootschapswetgeving (107) een gunstige positie hebben aangezien zij eenzijdig kan beslissen over de manier waarop TS in de toekomst zal worden geëxploiteerd. |
|
(157) |
Volgens de Noorse autoriteiten zou een marktdeelnemer in een markteconomie die met deze twee scenario’s wordt geconfronteerd, wellicht dezelfde keuze hebben gemaakt en gehandeld hebben zoals de gemeente heeft gedaan. In elk geval zijn de Noorse autoriteiten van mening dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om te concluderen dat niet aan het criterium van de marktdeelnemer in een markteconomie is voldaan (108). |
|
(158) |
De Noorse autoriteiten hebben aangegeven dat de waarde van de aandelen in TS — die intrinsiek samenhangt met de infrastructuur die TS bezit — hoger zal zijn als die waarde gekoppeld is aan een voltooid Trondheim Spektrum, dan als die waarde gekoppeld zou zijn aan een stopgezet renovatieproject. De met de kapitaalverhoging gefinancierde wijzigingen zullen bijdragen tot de toekomstige winstgevendheid van TS, kosten besparen en de inkomstengenererende capaciteit van de infrastructuur versterken. |
|
(159) |
Bovendien heeft de gemeente haar aandeelhouderschap in TS fors opgetrokken. Dit brengt eerst en vooral een verhoging van de waarde daarvan met zich mee. De gemeente kocht in wezen voor 55 miljoen NOK een aandeel van 18 % in een vennootschap die infrastructuur bezit waarvan de uitbreiding alleen al bijna 600 miljoen NOK kost. Daarnaast is de gemeente vrijwel de enige eigenaar van TS zodat zij sterker en directer haar invloed kan doen gelden bij de exploitatie van de vennootschap en bij beslissingen voor de toekomst ervan. |
|
(160) |
De Noorse autoriteiten merken op dat het geenszins onwaarschijnlijk is dat Trondheim Spektrum op de middellange tot lange termijn zou kunnen worden verkocht voor een prijs die een aanvaardbaar rendement op de investering van de kapitaalinjectie met zich mee zou brengen. Als Trondheim Spektrum niet wordt verkocht, zal de waarde van dit eigendom zeer waarschijnlijk fors stijgen bij de voltooiing van de uitbreiding en bij de uitvoering van het businessplan en de strategie die ertoe leiden dat een groter deel van de inkomsten uit commerciële activiteiten wordt gehaald. |
|
(161) |
Indien een staat aanvoert dat hij als marktdeelnemer in een markteconomie heeft gehandeld, moet hij bij twijfel het bewijs leveren waaruit blijkt dat het besluit om de transactie uit te voeren is genomen op grond van economische analyses die te vergelijken zijn met die welke een rationele marktdeelnemer in een markteconomie (die zich in een situatie bevindt die zo dicht mogelijk die van de betrokken overheidsinstantie benadert) had laten uitvoeren om de winstgevendheid of economische voordelen van de transactie te bepalen (109). |
|
(162) |
Hoe diepgaand dit soort beoordeling vooraf gebeurt, kan variëren afhankelijk van de complexiteit van de betrokken transactie en de waarde van de betrokken activa, goederen of diensten. Normaal gesproken dient dit soort beoordelingen te worden uitgevoerd met de hulp van deskundigen met de nodige kennis en ervaring. Deze beoordelingen dienen steeds te zijn gebaseerd op objectieve criteria en beleidsoverwegingen mogen daarbij niet meespelen. Beoordelingen door onafhankelijke deskundigen kunnen de geloofwaardigheid van de beoordeling beter helpen te onderbouwen. |
|
(163) |
Teneinde vast te stellen of met een maatregel een economisch voordeel wordt verleend, dient te worden beoordeeld of in soortgelijke omstandigheden een met de betrokken onderneming qua omvang vergelijkbare particuliere marktdeelnemer handelend in een markteconomie ertoe zou kunnen worden gebracht een zo belangrijke kapitaalinbreng te doen, gelet met name op de bij het doen van die investering beschikbare informatie en te verwachten ontwikkelingen. |
|
(164) |
Dit beginsel van de marktdeelnemer (handelend) in een markteconomie is verder ontwikkeld ten aanzien van verschillende economische transacties. De EER-rechter heeft het “beginsel van de investeerder (handelend) in een markteconomie” ontwikkeld om te bepalen of in gevallen van overheidsinvesteringen (en met name kapitaalinjecties) sprake is van staatssteun. Om op grond van dit beginsel te bepalen of de investering van een overheidsinstantie staatssteun vormt, dient te worden beoordeeld of in soortgelijke omstandigheden een particuliere investeerder van een vergelijkbare omvang ertoe zou kunnen worden gebracht de betrokken investering te doen (110). |
|
(165) |
Naleving van het beginsel van de investeerder (handelend) in een markteconomie kan worden aangetoond aan de hand van een businessplan dat vooraf werd opgesteld en gediend heeft als grondslag voor het investeringsbesluit (111). Een staat kan slechts objectieve en verifieerbare elementen inroepen waarmee rekening werd gehouden vóór of tegelijk met het nemen van het investeringsbesluit. |
|
(166) |
Er moet dus worden aangetoond dat de investering gebaseerd is op een economische beoordeling die te vergelijken is met die welke een rationele particuliere investeerder in een vergelijkbare situatie zou hebben verricht om de toekomstige winstgevendheid te bepalen, voordat hij tot investering zou besluiten. |
|
(167) |
Economische ramingen die na toekenning van dit (mogelijke) voordeel zijn gemaakt, de vaststelling achteraf dat de door de betrokken staat gedane investering daadwerkelijk winstgevend is geweest of naderhand aangevoerde rechtvaardigingen voor de keuze van de gevolgde handelwijze kunnen echter niet volstaan tot bewijs dat een staat de investeringsbeslissing in zijn hoedanigheid als particuliere investeerder in een markteconomie heeft genomen (112). |
|
(168) |
Het feit dat een kapitaalinbreng nodig zou zijn opdat de onderneming haar activiteiten kan voortzetten, of om de passende kapitalisatie van het bedrijf te garanderen, volgens prudentiële regels of een raming van de betrokken risico’s, is ontoereikend als grondslag om te besluiten dat is voldaan aan de vereisten van het beginsel van de investeerder (handelend) in een markteconomie. |
|
(169) |
Een particuliere investeerder handelend in normale marktomstandigheden zou een dergelijke kapitaalinbreng alleen hebben gedaan indien bij het doen van die inbreng het verwachte rendement voldoende werd geacht, gelet op de destijds beschikbare informatie en de vooruitzichten van dat ogenblik. |
|
(170) |
Wanneer het beginsel van de marktdeelnemer (handelend) in een markteconomie wordt toegepast, wordt ervan uitgegaan dat een particuliere investeerder zal proberen zo veel mogelijk winst te behalen (113). Zoals vermeld door het Gerecht van eerste aanleg in de zaak Westdeutsche Landesbank Girozentrale/Commissie: “Normalerwijze zal een particuliere investeerder geen vrede nemen met een investering die hem geen verliezen, of slechts een beperkte winst oplevert. Hij zal immers een redelijke maximalisatie van het rendement van zijn investering trachten te verkrijgen naargelang van de gegeven omstandigheden en de bevrediging van zijn belangen op korte, middellange en lange termijn. Dit geldt ook voor het geval van een investering in een onderneming waarin hij reeds een aandelenparticipatie bezit.” (114) |
|
(171) |
De Noorse autoriteiten hebben vermeld dat de gemeente beoordeelde of zij, als meerderheidsaandeelhouder in Trondheim Spektrum, en op basis van objectieve criteria, verdere investeringen moest doen in de vorm van een kapitaalverhoging. Voorts dat de gemeente goede, markteconomische redenen had om de kapitaalverhoging toe te passen, vooral met het oog op het nulscenario (115). |
|
(172) |
Uit de door de Noorse autoriteiten verstrekte informatie bleek echter ook dat de gemeente geen economische beoordeling had verricht voordat zij besloot de kapitaalinjectie toe te staan. Het volstaat niet dat een marktdeelnemer die de keuze heeft tussen het voltooien van de renovaties en het alternatief waarschijnlijk zou hebben gehandeld zoals de gemeente dat heeft gedaan (116), zonder concrete beoordeling van de verwachte winstgevendheid van de investering. |
|
(173) |
De door de Noorse autoriteiten verstrekte toelichtingen tonen niet aan dat de investering voldoende rendabel was voor een investeerder in een markteconomie (117). Dit geldt zowel voor de nieuwe kosten als voor de overschrijding van de toegestane kredieten. De beoordeling kan niet worden gebaseerd op de algemene toelichtingen die de Noorse autoriteiten hebben verstrekt. Er werden bijvoorbeeld geen ramingen verstrekt betreffende de verwachte toename van inkomsten dankzij de bijkomende zitplaatsen, noch over de verwachte efficiëntiewinsten dankzij de grotere liften en de grotere opslagruimte. |
|
(174) |
De Autoriteit heeft de Noorse autoriteiten de gelegenheid geboden dergelijke documenten in verband met de transactie voor te leggen. De Noorse autoriteiten hebben geen economische beoordelingen verstrekt die te vergelijken zijn met die welke een rationele particuliere investeerder in een vergelijkbare situatie zou hebben verricht om de toekomstige winstgevendheid te bepalen, voordat hij tot een dergelijke investering zou besluiten. De Noorse autoriteiten hebben derhalve geen bewijzen verstrekt die aantonen dat de verwachte toekomstige winstgevendheid voldoende was vanuit het oogpunt van een particuliere investeerder (118). Op het ogenblik dat TS het bijkomende kapitaal vroeg, bezat de gemeente 78 % van de aandelen in TS. Andere eigenaars van TS toonden geen belangstelling voor deelname aan de kapitaalverhoging. Integendeel, verschillende minderheidsaandeelhouders kwamen overeen om hun aandelen voor 1 NOK over te dragen aan de gemeente. |
|
(175) |
Het feit dat andere aandeelhouders niet bereid waren deel te nemen aan de kapitaalverhoging en in feite hun aandelen voor 1 NOK aan de gemeente overdroegen, kan worden gezien als een aanwijzing dat de marktdeelnemers de transactie niet winstgevend achtten. |
|
(176) |
Tot besluit is de Autoriteit van oordeel dat de kapitaalverhoging TS een voordeel oplevert dat overeenkomt met het volledige bedrag van de kapitaalverhoging. |
6.4.3. Maatregel 7 — financiering van infrastructuurkosten
|
(177) |
Bij het bepalen of een economisch voordeel aan de onderneming wordt verleend, is de precieze vorm van de maatregel niet van belang. Niet alleen het verlenen van positieve economische voordelen is relevant voor het begrip “staatssteun”, maar ook het verlichten van economische lasten kan een voordeel zijn. Dit laatste is een ruime categorie die iedere verlichting van lasten omvat die normaal gesproken op het budget van een onderneming drukken. Dit omvat alle situaties waarin economische spelers worden bevrijd van de inherente kosten van hun economische activiteiten (119). |
|
(178) |
Hieronder vallen ook situaties waarin bepaalde marktdeelnemers niet de kosten hoeven te dragen die andere, vergelijkbare marktdeelnemers normaal gesproken binnen een bepaalde rechtsorde moeten dragen, ongeacht het niet-economische karakter van de activiteit waarmee de kosten verband houden (120). |
|
(179) |
De bouw van infrastructuur voor activiteiten die de staat verricht bij de uitoefening van het overheidsgezag en die niet zakelijk wordt geëxploiteerd, wordt in beginsel uitgesloten van de toepassing van de staatssteunregels (121). |
|
(180) |
Een selectief voordeel in verband met infrastructuur zoals die welke in dit geval wordt beoordeeld, die wordt gefinancierd met staatsmiddelen en die niet commercieel wordt geëxploiteerd, kan nog altijd worden aangetroffen:
|
|
(181) |
De Noorse autoriteiten hebben aangegeven dat de infrastructuur in kwestie openbare infrastructuur van algemene aard is, en dat TS niet minder heeft betaald dan wettelijk is voorgeschreven. De financiering van de infrastructuur betreft drie maatregelen. |
|
(182) |
Ten eerste, de brug die het schiereiland Nidarø verbindt met het vasteland waar de llen Kirke zich bevindt. Volgens de Noorse autoriteiten is de huidige brug verouderd. De brug wordt volledig gefinancierd door de gemeente. De brug zal centrale delen van de stad met elkaar verbinden, vormt ook de verbinding tussen belangrijke recreatiegebieden en parken en zal dus ten goede komen aan alle bewoners en bezoekers van Trondheim. |
|
(183) |
Ten tweede betreffen werkzaamheden aan Klostergata een waterleiding en waterzuivering die de gemeente in elk geval moest vervangen. De aanleg ervan valt samen met de werkzaamheden aan Trondheim Spektrum. Volgens het hoofdplan voor de riolering en het watermilieu 2013-2024, het hoofdplan voor de watervoorziening 2004-2012 en het gemeenteplan voor de watervoorziening 2017-2028 moet de gemeente grijs water scheiden van oppervlaktewater en oude waterleidingen vernieuwen. Aanbevolen wordt dat deze maatregelen binnen tien jaar (te rekenen vanaf 2014) worden uitgevoerd. De gemeente streeft ernaar haar werkzaamheden te coördineren met die van andere actoren. De waterleidingen in Klostergata werden aangelegd in de periode 1895-1915. De Noorse autoriteiten hebben erop gewezen dat de gemeente dergelijke waterleidingen altijd vervangt wanneer andere werkzaamheden worden verricht aan of langs de weg. TS zal een aandeel van 20 miljoen NOK betalen (123). |
|
(184) |
Ten derde zijn de groenvoorzieningen en het openbaar park bedoeld om het brede publiek aantrekkelijke plekken voor beweging en recreatie te bieden. De gemeente heeft plannen om dicht bij de rivier groen aan te planten en op die manier een goed milieu voor planten en dieren te creëren. De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat de groenvoorzieningen en het openbaar park niet noodzakelijk zijn voor het project, maar dat het hier om infrastructuur gaat die alle burgers en bezoekers van Trondheim ten goede zal komen (124). |
|
(185) |
Wanneer de Autoriteit wil beoordelen of een maatregel staatssteun vormt, moet zij niet zozeer de nagestreefde doelstellingen als wel het effect van de betrokken maatregelen analyseren. Zelfs als het infrastructuurplan was aangenomen in verband met plannen voor de projectontwikkeling in kwestie, zou de Autoriteit moeten beoordelen of de infrastructuur ten goede komt aan de gehele gemeenschap dan wel uitsluitend aan de projectontwikkeling in kwestie. Wanneer dergelijke infrastructuur echter alleen de projectontwikkelaar ten goede komt, moet deze de financiering ervan voor eigen rekening nemen (125). |
|
(186) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat de (gedeeltelijk) door de gemeente gefinancierde maatregelen geen direct feitelijk verband hebben met de projectontwikkeling, maar het gevolg zijn van het gemeentebeleid om dit soort algemeen toegankelijke infrastructuur en openbare groenvoorzieningen aan te leggen (126). Het terrein maakt deel uit van een belangrijk recreatiegebied langs de oevers van de Nidelva, met een zeer diverse fauna en flora. Nidarø maakt deel uit van een netwerk van wandelwegen dat populair is bij de inwoners van de stad en waarvan zij gebruikmaken voor recreatie en activiteiten in de openlucht (127). |
|
(187) |
In het licht van de door de Noorse autoriteiten verstrekte informatie is de Autoriteit van mening dat de infrastructuurmaatregelen in kwestie dienen voor de bevolking van Trondheim en deze gemeenschap ten goede komen. Het is weliswaar mogelijk dat de projectontwikkeling drukker verkeer in het gebied met zich zal meebrengen, maar de uitgevoerde werkzaamheden komen ten goede aan iedereen die er woont (128). |
|
(188) |
Zoals hierboven beschreven, sloten de gemeente en TS een overeenkomst betreffende de projectontwikkeling (129). De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat noch de gemeente, noch de projectontwikkelaar verplicht is een dergelijke ontwikkelingsovereenkomst te sluiten. |
|
(189) |
Een ontwikkelingsovereenkomst is een instrument dat de projectontwikkelaar en de gemeente er helpt voor zorgen dat de voorschriften van het bestemmingsplan en procedurele verordeningen worden nageleefd, ook als er sprake is van algemene infrastructuur. Deze plannen kunnen, maar moeten geen bepalingen bevatten die een deel van de economische lasten in verband met de algemene infrastructuurmaatregelen opleggen aan de projectontwikkelaar. Belangrijk is dat ontwikkelingsovereenkomsten het resultaat zijn van onderhandelingen tussen een gemeente en een projectontwikkelaar. |
|
(190) |
Er zijn geen wetsbepalingen die vereisen dat de gemeenten dergelijke kosten op de projectontwikkelaar verhalen. Als er tussen de gemeente en de projectontwikkelaar echter een ontwikkelingsovereenkomst wordt gesloten, stelt de wetgeving ter zake de limieten vast voor de kosten die aan de projectontwikkelaar kunnen worden opgelegd. De achterliggende redenering is dat de macht ongelijk verdeeld is tijdens het onderhandelen en sluiten van ontwikkelingsovereenkomsten, en dat de gemeente daarbij een machtsoverwicht heeft. |
|
(191) |
In dit verband hebben de Noorse autoriteiten verwezen naar een recent arrest van de rechtbank van eerste aanleg in Oslo, waar de rechter van mening was dat “de achterliggende redenering voor deel 17‐3 van de planning- en bouwwet onder meer was een beperking op te leggen aan wat de gemeenten in een ontwikkelingsovereenkomst zouden kunnen opnemen, aangezien de gemeentelijke bevoegdheid om projecten al dan niet een vergunning te verlenen de gemeente in een machtspositie plaatst. Voor deze bepaling moet daarom een eis inzake noodzakelijkheid, passendheid en evenredigheid worden opgenomen” (130). |
|
(192) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat de manoeuvreerruimte van de gemeente dus beperkt is door het wettelijk kader en door de hierboven vermelde rechtspraak in verband met toetsingen op het gebied van noodzakelijkheid en evenredigheid. Niettemin probeert de gemeente zo veel mogelijk kosten op te leggen aan de projectontwikkelaars. De gemeente heeft weliswaar een beginsel van volledige overdracht van de kosten aangenomen, maar dit beginsel wordt in de praktijk enigszins verzacht door de beperkingen uit hoofde van het nationale wettelijk kader. |
|
(193) |
In het kader van een ontwikkelingsovereenkomst worden er geen formules of vooraf bepaalde berekeningen gebruikt voor de kostentoewijzing tussen de gemeente en een projectontwikkelaar. Volgens de Noorse autoriteiten zouden dergelijke berekeningen ook niet vereist zijn volgens de wet of nuttig zijn in de praktijk. De projecten, ontwikkelaars en de economische capaciteit van de verschillende projecten lopen te sterk uiteen om mathematische modellen te kunnen toepassen. |
|
(194) |
De gemeente beoordeelt de voorstellen die de ontwikkelaar indient. Daarbij en om de evenredigheid van de kostentoewijzing te garanderen, moeten de totale kosten die de ontwikkelaar moet dragen vergeleken met andere projecten die als maatstaf dienen en met de praktijk (kostprijs van de bijdrage aan de openbare infrastructuur per m2 BRA (d.i. gebruiksoppervlakte)). Voor een typisch huisvestingsproject, dat doorgaans een zeer winstgevende projectontwikkeling is, bedraagt een aanvaardbare uitgave per m2 BRA ongeveer 2 000 NOK of minder. Volgens de Noorse autoriteiten zijn commerciële projecten, of projecten in verband met openbare diensten, minder rendabel, en hebben deze doorgaans een lagere kostprijs per m2 BRA. |
|
(195) |
Volgens de ontwikkelingsovereenkomst met TS die volgens deze praktijk werd gesloten, bedraagt de kostprijs voor TS 2 226 NOK per m2 BRA. |
|
(196) |
Zoals door de Autoriteit werd gevraagd, hebben de Noorse autoriteiten meer informatie verstrekt over recente, relatief grote bouwprojecten in Trondheim waarvoor een ontwikkelingsovereenkomst werd gesloten. Geen van die projecten draagt een substantieel hogere kostprijs per m2 BRA dan het project van TS. De projecten zijn huisvestingsprojecten en projecten in verband met commerciële/openbare dienstverlening. Sommige projecten behoren tot een van die categorieën en andere zijn gemengd van aard. |
|
(197) |
De kostprijs die in de ontwikkelingsovereenkomst aan TS wordt opgelegd, is hoger dan die van de meeste gegeven voorbeelden. De Noorse autoriteiten hebben opgemerkt dat zelfs zeer rendabele commerciële projecten zoals de uitbreiding van een hotel of de oprichting van een winkelcentrum lagere of slechts iets hogere kosten dragen dan TS per m2 BRA. |
|
(198) |
In antwoord op de vraag van de Autoriteit hebben de Noorse autoriteiten verklaard dat er, voor zover zij weten, geen nationale of specifiek voor Trondheim geldende statistieken bestaan over kosten per m2 BRA. Er zijn echter wel openbaar toegankelijke documenten die aangeven dat de kostprijs die TS moet dragen behoort tot de hogere bedragen die andere bouwprojecten bijdragen. Volgens een verslag van Norsk Eiendom uit augustus 2018, bijvoorbeeld, bedraagt de kostprijs per m2 BRA voor een aantal grote projecten in Oslo 975 tot 2 167 NOK, waaraan de meeste projecten ongeveer 1 400 tot 1 500 NOK bijdragen (131). |
|
(199) |
De Noorse autoriteiten vermelden dat de ingediende benchmarks over de kostprijs per m2 BRA vergelijkbaar zijn. Volgens de Noorse rechtsorde moet in de beoordeling van de evenredigheid in het bijzonder rekening worden gehouden met de economische duurzaamheid van de kostentoewijzing. Om na te gaan of de ontwikkelingsovereenkomst van TS afwijkt van de normale praktijk, kunnen huisvestingsprojecten als benchmark worden gebruikt, ook al kunnen zij in de regel meer kosten dragen dan projecten als die van TS. In elk geval hebben ook de ontwikkelingsovereenkomsten voor commerciële/openbare diensten die door de gemeenten worden gesloten een lagere kostprijs per m2 BRA dan TS. |
|
(200) |
Bovendien zijn er duidelijke aanwijzingen van de relevante wetgeving (die een beoordeling van de evenredigheid vereist) en de Noorse rechtbanken (132) dat de gemeente niet meer kosten aan TS had kunnen opleggen zonder in conflict te komen met de wet (133). |
|
(201) |
De Noorse autoriteiten hebben informatie verstrekt over de praktijk van het onderhandelen van ontwikkelingsovereenkomsten in Trondheim en een toelichting gegeven over de voorschriften van de relevante nationale wetgeving. De door de Noorse autoriteiten verstrekte informatie wijst er niet op dat er in het geval van TS afgeweken werd van de gebruikelijke praktijk voor het onderhandelen van de kostenverdeling. De verstrekte benchmarks, die weliswaar een ander soort projecten betreffen, wijzen er niet op dat TS minder heeft betaald dan wat doorgaans vereist is op het gebied van bijdragen aan openbare infrastructuur in verband met een ontwikkelingsproject in Trondheim. |
|
(202) |
De Autoriteit kan derhalve niet aantonen dat de onderhavige zaak afwijkt van de normale praktijk van kostenverdeling in openbare-infrastructuurprojecten. |
|
(203) |
Na beoordeling van de door de Noorse autoriteiten verstrekte informatie kan de Autoriteit derhalve niet besluiten dat de verdeling van de infrastructuurkosten, met betrekking tot de renovatie en uitbreiding van TS, een selectief voordeel heeft verschaft aan TS. Bijgevolg wordt de maatregel niet beschouwd als steun, en wordt deze maatregel verder niet meer beoordeeld. |
6.5. SELECTIVITEIT
|
(204) |
Om een maatregel als steun aan te merken, moet hij selectief zijn doordat hij “bepaalde ondernemingen of bepaalde producties” begunstigt. |
|
(205) |
De maatregelen in kwestie zijn individuele maatregelen die uitsluitend aan TS zijn gericht. Ze zijn daarom selectief in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst. |
6.6. INVLOED OP HET HANDELSVERKEER EN VERSTORING VAN DE MEDEDINGING
|
(206) |
De maatregel moet de mededinging verstoren en het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen ongunstig beïnvloeden. |
|
(207) |
Het enkele feit dat een maatregel de positie van een onderneming ten opzichte van andere concurrerende ondernemingen in het intra-EER-handelsverkeer versterkt, wordt voldoende geacht om te concluderen dat de maatregel het handelsverkeer tussen de EER-staten ongunstig kan beïnvloeden en de concurrentie tussen in verschillende EER-staten gevestigde ondernemingen dreigt te vervalsen (134). |
|
(208) |
De kapitaalinjectie heeft een voordeel verleend aan TS, dat zijn positie versterkt in vergelijking met andere ondernemingen waarmee het concurreert op een EER-brede markt. Dit geldt ook voor elk voordeel dat aan TS werd verleend door het potentiële steunelement dat inherent is aan de huurovereenkomsten. |
|
(209) |
De Autoriteit moet voorts nagaan of de maatregelen het handelsverkeer tussen de EER-staten ongunstig kunnen beïnvloeden. In dit verband heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat “wanneer steun van een lidstaat de positie van bepaalde ondernemingen in het intracommunautaire handelsverkeer versterkt ten opzichte van andere concurrerende ondernemingen, dit handelsverkeer moet worden geacht door de steun te worden beïnvloed” (135). |
|
(210) |
Trondheim Spektrum heeft de capaciteit om middelgrote en grote internationale evenementen te organiseren, die ook buiten de regio kunnen worden gehouden (136). |
|
(211) |
De Autoriteit merkt op dat invloed op het handelsverkeer niet louter hypothetisch of verondersteld mag zijn. Vastgesteld moet worden waarom de maatregel de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen en het handelsverkeer tussen de EER-staten kán beïnvloeden, op grond van de voorzienbare effecten van de maatregelen (137). |
|
(212) |
In een aantal besluiten hebben de Autoriteit en de Commissie geoordeeld dat, gezien de specifieke omstandigheden van de betrokken zaken, bepaalde activiteiten en maatregelen een zuiver lokaal karakter hadden en het handelsverkeer tussen de EER-staten dus niet beïnvloedden. In die zaken hebben de Autoriteit en de Commissie zich met name ervan vergewist dat de begunstigde diensten aan een beperkt gebied binnen een EER-staat leverde en dat er weinig kans was dat deze klanten uit andere EER-staten zou aantrekken en dat niet viel te voorzien dat de maatregel meer dan een marginaal effect zou hebben op de voorwaarden voor grensoverschrijdende investeringen of grensoverschrijdende vestiging. Sommige van deze besluiten betroffen sport- en recreatievoorzieningen die een overwegend lokaal publiek bedienen en waarvan niet te verwachten valt dat zij klanten of investeringen uit andere EER-staten zullen aantrekken (138). |
|
(213) |
In de onderhavige zaak is het weliswaar zo dat enkele door TS uitgevoerde activiteiten een lokaal karakter hebben, maar dat TS ook evenementen organiseert zoals beurzen en andere internationale evenementen die klanten uit het buitenland aantrekken. Bovendien zal TS in 2020 het Europees kampioenschap handbal organiseren, dat naar verwachting klanten uit het buitenland zal aantrekken. |
|
(214) |
Tot slot staat de markt voor de organisatie van internationale evenementen open voor concurrentie tussen aanbieders van faciliteiten en organisatoren van evenementen, die doorgaans activiteiten verrichten waarvoor handelsverkeer tussen EER-staten bestaat (139). |
|
(215) |
In het licht van het bovenstaande is de Autoriteit van mening dat de maatregelen in kwestie dreigen de mededinging te vervalsen en een ongunstige invloed kunnen hebben op het handelsverkeer tussen EER-staten. |
6.7. CONCLUSIE INZAKE HET BESTAAN VAN STEUN
|
(216) |
In het licht van het bovenstaande formuleert de Autoriteit de volgende conclusies:
|
7. PROCEDUREVOORSCHRIFTEN
|
(217) |
In artikel 1, lid 3, van deel I van Protocol nr. 3 is het volgende bepaald: “De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA wordt van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, om haar in staat te stellen haar opmerkingen kenbaar te maken. [….] De betrokken EVA-staat mag de voorgenomen maatregelen niet uitvoeren voordat deze procedure tot een definitieve beslissing heeft geleid.” |
|
(218) |
De Noorse autoriteiten voeren aan dat aan de nieuwe huurovereenkomst de voorwaarde is verbonden dat deze in overeenstemming is met de marktvoorwaarden (140). Zij maakt uitdrukkelijk aanpassingen mogelijk om de voorwaarden van de overeenkomst in overeenstemming te brengen met de marktvoorwaarden mocht de Autoriteit dit verlangen. In het licht daarvan is de Autoriteit van mening dat de Noorse autoriteiten zich hebben gehouden aan het voorschrift dat is uiteengezet in artikel 1, lid 3, van deel I van Protocol nr. 3 met betrekking tot de huurovereenkomst van 2019 indien de huurovereenkomst een steunelement zou bevatten. |
|
(219) |
De Noorse autoriteiten hebben de huurovereenkomsten die tussen 2007 en 2017 werden gesloten, niet bij de Autoriteit aangemeld. De Autoriteit besluit daaruit dat de autoriteiten zich niet hebben gehouden aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 1, lid 3, van deel I van Protocol nr. 3 met betrekking tot die maatregel indien de huurovereenkomsten steunelementen zouden bevatten. |
7.1. MAATREGEL 6 — KAPITAALINJECTIE VOLDOET NIET AAN DE AGVV
|
(220) |
Volgens artikel 3 AGVV zijn steunregelingen, in het kader van steunregelingen toegekende individuele steun en ad-hocsteun, verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 61, lid 3, onder c), van de EER-overeenkomst en zijn zij vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 1, lid 3, van deel I van Protocol nr. 3 mits die steun voldoet aan alle in hoofdstuk I van de AGVV vastgestelde voorwaarden en aan de in hoofdstuk III van de AGVV vastgestelde specifieke voorwaarden voor de betrokken steuncategorie. |
|
(221) |
Artikel 6, lid 1, AGVV bepaalt dat de verordening slechts van toepassing is op steun die een stimulerend effect heeft. Artikel 6, lid 2, AGVV bepaalt: “Steun wordt geacht een stimulerend effect te hebben wanneer de begunstigde ervan, voordat de werkzaamheden aan het project of de activiteit aanvangen, bij de betrokken lidstaat van de EU of EVA-staat een schriftelijke steunaanvraag heeft ingediend. De steunaanvraag bevat ten minste de volgende gegevens: a) de naam en de grootte van de onderneming; b) een beschrijving van het project, met inbegrip van de aanvangs- en einddatum; c) de locatie van het project; d) een lijst van de projectkosten, en e) het soort steun (subsidie, lening, garantie, terugbetaalbaar voorschot, kapitaalinjectie enz.) en het bedrag aan overheidsfinanciering dat voor het project nodig is.” |
|
(222) |
De Noorse autoriteiten melden dat het niet duidelijk is hoe artikel 6, lid 2 AGVV moet worden toegepast op lopende projecten die worden gewijzigd of uitgebreid, of waarvan de voltooiing onzeker lijkt. De Noorse autoriteiten hebben gemeld dat het logisch lijkt dat de formulering “werkzaamheden aan het project” in artikel 6, lid 2, AGVV niet noodzakelijk verwijst naar de aanvang van het gehele project, maar ook kan verwijzen naar een later ogenblik, met name in situaties waarin “het project” of “de activiteit” in werkelijkheid een wijziging, uitbreiding of iets dergelijks betreft, en dat dit met name ook moet worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar situaties waarin een nieuw “ogenblik van besluitvorming” is aangebroken. |
|
(223) |
De Noorse autoriteiten hebben aangevoerd dat het niet ongewoon is dat projecten worden gewijzigd en dat geraamde begrotingen ontoereikend blijken te zijn. Bij infrastructuurprojecten is dit mogelijk eerder de regel dan de uitzondering. |
|
(224) |
Een dergelijke interpretatie zou kunnen leiden tot onbedoelde discriminatie tussen de renovatie van bestaande infrastructuur en infrastructuur waarvoor de bouwwerkzaamheden aan de gang zijn. Voorts zouden projecten die reeds een aanzienlijk bedrag aan overheidsmiddelen hebben opgeslorpt, in dat geval halverwege moeten worden stopgezet of fors worden ingeperkt. |
|
(225) |
Daarnaast hebben de Noorse autoriteiten opgemerkt dat een dergelijke interpretatie ongewilde en ongewenste gevolgen zou kunnen hebben in de vorm van een voorzichtige planning van de begroting, die zou kunnen leiden tot het toewijzen van hogere steunbedragen. |
|
(226) |
Tot slot merken de Noorse autoriteiten op dat de Autoriteit in een aantal zaken steun heeft goedgekeurd die pas na de aanvang van een project werd aangevraagd. De Noorse autoriteiten zijn van mening dat artikel 6 AGVV zodanig kan worden geïnterpreteerd dat deze situatie hier ook onder valt (141). |
|
(227) |
De Noorse autoriteiten hebben bevestigd dat de werkzaamheden aan Trondheim Spektrum begonnen waren voordat TS de gemeente om een kapitaalverhoging verzocht. Het Hof van Justitie heeft een strikte interpretatie gegeven van de AGVV. Het Hof heeft vastgesteld dat wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de AGVV, dit zou betekenen dat de vrijstelling van de aanmeldingsverplichting niet op de maatregel van toepassing zou zijn (142). |
|
(228) |
Wat betreft een mogelijk later aanvangspunt van het project, merkt de Autoriteit op dat de bijkomende bouwkosten die door de kapitaalinjectie worden gefinancierd niet kunnen worden beschouwd als een project dat losstaat van de renovatie en uitbreiding van de infrastructuur. Deze bijkomende bouwwerken zijn een voortzetting van de oorspronkelijke renovatie- en uitbreidingswerkzaamheden aan Trondheim Spektrum en zouden niet zijn uitgevoerd als het oorspronkelijke project niet bestond. Volgens de Autoriteit zou een beoordeling van de bijkomende bouwwerken als een “nieuw ogenblik van besluitvorming” erop neerkomen dat sprake zou zijn van een nieuw “project”. Een dergelijke kunstmatige opsplitsing van een infrastructuurproject zou het strikte criterium van het stimulerend effect waarvan sprake in artikel 6 AGVV kunnen ondermijnen en zou kunnen indruisen tegen de doelstelling van de AGVV. |
|
(229) |
In het licht van het bovenstaande concludeert de Autoriteit dat de kapitaalinjectie niet in overeenstemming met de AGVV werd verleend. Voor staatssteun in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst, die niet onder de AGVV valt, geldt de aanmeldingsverplichting. De Noorse autoriteiten hebben de kapitaalinjectie niet bij de Autoriteit aangemeld. De Autoriteit concludeert derhalve dat de Noorse autoriteiten niet aan hun verplichtingen krachtens artikel 1, lid 3, van deel I van Protocol nr. 3 hebben voldaan. De steun die op 5 december 2018 werd verleend was derhalve onrechtmatig. In wat volgt zal de Autoriteit de verenigbaarheid van de maatregel rechtstreeks toetsen aan artikel 61, lid 3, onder c), van de EER-overeenkomst. |
8. VERENIGBAARHEID VAN DE STEUNMAATREGELEN
|
(230) |
De Autoriteit kan de staatssteun verenigbaar verklaren met de werking van de EER-overeenkomst uit hoofde van artikel 61, lid 3, onder c), van die overeenkomst mits aan bepaalde verenigbaarheidsvoorwaarden is voldaan. |
|
(231) |
Voor de meeste gevallen worden deze verenigbaarheidsvoorwaarden uiteengezet in de richtsnoeren van de Autoriteit inzake staatssteun. In dit geval zijn er echter geen richtsnoeren inzake staatssteun die van toepassing zijn op de desbetreffende maatregel. De Autoriteit zal de huurovereenkomsten (maatregelen 4 en 5) en de kapitaalinjectie (maatregel 6) daarom rechtstreeks toetsen aan artikel 61, lid 3, onder c), van de EER-overeenkomst. |
|
(232) |
De toetsing van de Autoriteit is gebaseerd op de gebruikelijke beoordelingsbeginselen:
|
8.1. DOELSTELLING VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG
|
(233) |
Staatssteun moet streven naar een welomschreven doelstelling van gemeenschappelijk belang die erkend is door de overeenkomstsluitende partijen. |
|
(234) |
In de EER-overeenkomst wordt de bevordering van sport niet rechtstreeks vermeld als gemeenschappelijke doelstelling. Bevordering van sport kan echter wel worden beschouwd als onderdeel van de bevordering van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, alsmede als sociaal beleid. Nauwere samenwerking op deze gebieden wordt als een EER-doelstelling gezien, zoals met name in de artikelen 1 en 78 van de EER-overeenkomst wordt aangegeven. Hoe deze nauwere samenwerking concreet moet verlopen, is nader omschreven in Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. Artikel 4 van dit protocol heeft als titel “Onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport” en voorziet bijvoorbeeld in de deelneming van de overeenkomstsluitende partijen aan het Europees Jaar van opvoeding door sport 2004. |
|
(235) |
Dit maakt het nauwe verband tussen de bevordering van sport en de doelstellingen van de EER-overeenkomst duidelijk. De bevordering van sport, ook aan de hand van de financiering van sportinfrastructuur, werd door de Autoriteit erkend als een doelstelling van gemeenschappelijk belang (143). |
|
(236) |
De faciliteit zal niet alleen worden gebruikt voor sportevenementen, maar ook voor culturele evenementen en daardoor bijdragen tot de bevordering van de culturele diversiteit. De EER-overeenkomst kent geen bepaling die overeenkomt met artikel 107, lid 3, onder d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Niettemin erkent de Autoriteit dat steunmaatregelen van de staten om culturele redenen kunnen worden goedgekeurd op grond van artikel 61, lid 3, onder c), van de EER-overeenkomst (144). |
|
(237) |
De Commissie heeft een aantal steunmaatregelen in verband met sport- en multifunctionele faciliteiten toegestaan. De Commissie heeft erkend dat de bouw en exploitatie van faciliteiten voor sport en andere publieke evenementen die het algemene publiek ten goede komen, kunnen worden beschouwd als een verantwoordelijkheid van de staat (145). |
|
(238) |
Aangezien Trondheim Spektrum zal garanderen dat het algemene publiek toegang krijgt tot (het beoefenen van) sport, cultuur en recreatie, met name in het licht van het multifunctionele karakter van de arena en het gebrek aan capaciteit en passende infrastructuur voor verschillende evenementen in Trondheim, zal de gemeente haar verantwoordelijkheid ten aanzien van het algemene publiek opnemen door een dergelijke faciliteit beschikbaar te stellen. De realisatie van Trondheim Spektrum moet dan ook worden gezien als het verwezenlijken van beleidsdoelen van gemeenschappelijk belang. |
|
(239) |
Voorts had voor de financiering van sport- en multifunctionele infrastructuur ook artikel 55 van de AGVV kunnen gelden indien aan bepaalde voorwaarden van die verordening was voldaan. Dit toont verder aan dat staatssteun aan dergelijke infrastructuur een doelstelling van gemeenschappelijk belang kan dienen. |
|
(240) |
Bijgevolg streven de maatregelen in kwestie een doelstelling van gemeenschappelijk belang na. |
8.2. NOODZAAK VAN OVERHEIDSMAATREGELEN
|
(241) |
Om na te gaan of staatssteun doeltreffend is om de vastgestelde doelstelling van gemeenschappelijk belang te bereiken, is het nodig om het aan te pakken probleem eerst nader te omschrijven. Een staatssteunmaatregel moet gericht zijn op situaties waar steun kan zorgen voor een wezenlijke verbetering die de markt zelf niet tot stand kan brengen, door bijvoorbeeld een oplossing te bieden voor marktfalen of door iets te doen aan een rechtvaardigheids- of cohesieprobleem. |
|
(242) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat in de gemeente geen geschikte faciliteiten aanwezig zijn om grotere sport- en culturele evenementen in onder te brengen. Trondheim Spektrum zal de gemeente in staat stellen andere evenementen te organiseren, bijvoorbeeld het Europees kampioenschap handbal 2020 voor mannen en vrouwen. Zonder de maatregelen in kwestie zou de doelstelling van openbaar belang niet kunnen worden behaald. |
|
(243) |
Bovendien heeft de lokale sportraad gemeld dat er momenteel veel te weinig capaciteit is voor de jeugdsport in Trondheim. Dit wordt onderschreven door ramingen van de gemeente die erop wijzen dat er uiterlijk in 2030 respectievelijk 2050 minstens 8 resp. 22 zalen nodig zijn (146). De behoefte aan overdekte sportfaciliteiten in de gemeente is aan het toenemen nu meer activiteiten voor kinderen en jongeren het hele jaar door worden georganiseerd, terwijl die in het verleden meer seizoensgebonden waren (147). |
|
(244) |
De Noorse autoriteiten voeren aan dat vast is komen te staan dat er in het algemeen te weinig wordt geïnvesteerd in infrastructuur zoals die van Trondheim Spektrum. De behoefte aan deze faciliteit kan niet worden ingevuld door particuliere marktdeelnemers, aangezien het wegens de economische schaal van het project onwaarschijnlijk is dat een particuliere investeerder zou investeren in projecten in Trondheim die tegemoetkomen aan dezelfde behoeften (148). TS heeft geprobeerd financiering te verkrijgen van andere aandeelhouders dan de gemeente, echter zonder succes. |
|
(245) |
De gemeente heeft een principe van kosteloze faciliteiten ten behoeve van de jeugdsportclubs van de gemeente goedgekeurd. Het idee daarachter is dat dit de deelname aan sportactiviteiten bevordert, ongeacht het inkomensniveau van individuele gezinnen. |
|
(246) |
De gemeente koopt zaalcapaciteit van TS aan de hand van de huurovereenkomsten en die capaciteit wordt vervolgens verdeeld over de jeugdsportclubs. Op die manier kunnen die clubs de burgers gratis sportactiviteiten aanbieden. Aangezien deze clubs niet over de financiële draagkracht beschikken om dit aanbod uit eigen middelen te bekostigen, zou de financiële kostprijs van de huur van zaalcapaciteit moeten worden gedragen door de eindgebruikers, de inwoners van de gemeente. |
|
(247) |
Als er geen potentiële steun werd verleend aan de hand van huurovereenkomsten, zou het aanbod sterk worden beperkt en dit zou ertoe kunnen leiden dat inwoners met beperkte financiële middelen uitgesloten zouden worden van de beoefening van amateursporten. De marktkrachten alleen zouden daarom niet hetzelfde niveau aan sportactiviteiten in Trondheim kunnen aanbieden. |
|
(248) |
Volgens de Noorse autoriteiten biedt de steun, zowel in de vorm van de huurovereenkomsten (maatregelen 4 en 5) als de kapitaalinjectie (maatregel 6), een oplossing voor marktfalen. De gemeente is voornemens haar inwoners toegang te bieden tot dergelijke infrastructuur die tegemoetkomt aan de behoeften van de inwoners van Trondheim (149). |
|
(249) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat TS geen break-evenpunt zal bereiken zonder de huurovereenkomsten met de gemeente. De huurovereenkomsten zijn daarom van fundamenteel belang voor de exploitatie van TS. Voorts zouden de renovatie en uitbreiding van Trondheim Spektrum zonder de kapitaalinjectie niet zijn kunnen voltooid zoals gepland. |
|
(250) |
Bijgevolg is de noodzaak van de maatregelen in kwestie, en de noodzaak van overheidsmaatregelen aangetoond. |
8.3. DE STAATSSTEUN VORMT EEN GESCHIKT INSTRUMENT
|
(251) |
De overheidssteun moet een geschikt instrument zijn om de aangewezen doelstelling van gemeenschappelijk belang te helpen verwezenlijken. Een steunmaatregel wordt niet als verenigbaar met de werking van de EER-overeenkomst beschouwd indien dezelfde positieve bijdrage aan de gemeenschappelijke doelstelling kan worden geleverd met andere, minder verstorende beleidsinstrumenten of andere, minder verstorende soorten steuninstrumenten. |
|
(252) |
Met behulp van de huurovereenkomsten en de kapitaalinjectie kan de gemeente de jeugdsportclubs in Trondheim toegang verlenen tot zaalcapaciteit conform haar besluit om alle jeugdsportclubs gratis toegang te bieden tot sportinfrastructuur. Hetzelfde geldt, in het algemeen, betreffende de toegang van het brede publiek van Trondheim tot een multifunctionele infrastructuur die geschikt is voor de organisatie van verschillende soorten sport- en culturele evenementen. De Noorse autoriteiten voeren aan dat er geen ander beleidsinstrument is dat even goed geschikt zou zijn om de doelstelling van gemeenschappelijk belang te behalen en dat minder verstorend zou zijn. |
|
(253) |
De Noorse autoriteiten hebben aangetoond dat er behoefte is aan nieuwe zaalcapaciteit in Trondheim en dat de huurovereenkomsten er alleen toe leiden dat TS het break-evenpunt kan bereiken. Voorts zouden de renovatie en uitbreiding van Trondheim Spektrum niet voltooid geraakt zijn zonder de kapitaalinjectie. De Autoriteit merkt voorts op dat het grootste aandeel van de kosten voor de renovatie van de infrastructuur wordt gefinancierd aan de hand van een particuliere lening. |
|
(254) |
De Noorse autoriteiten vermelden dat investeringssteun doorgaans minder verstorend wordt geacht dan exploitatiesteun, maar dat het verlenen van investeringssteun niet passend zou zijn geweest voor de aankoop van zaalcapaciteit. Het huren van capaciteit voor een prijs die dicht bij de marktprijs ligt, was en is nog steeds de geschiktste, zuinigste en minst verstorende realistische keuze om de doelstelling te behalen. |
|
(255) |
De Autoriteit merkt op dat investeringssteun doorgaans minder verstorend is dan exploitatiesteun en boven exploitatiesteun te verkiezen is. Exploitatiesteun kan in bepaalde omstandigheden echter noodzakelijk zijn als instrument om een doelstelling van gemeenschappelijk belang na te streven (150). |
|
(256) |
Steun die inherent is aan de huurovereenkomsten zou kunnen worden aangemerkt als exploitatiesteun. Zoals de Noorse autoriteiten hebben uiteengezet, kan echter niet krachtdadig worden beweerd dat die steun uitsluitend exploitatiesteun zou zijn. Dat komt omdat de inkomsten uit huurovereenkomsten ook kunnen worden gebruikt om kosten te dekken in verband met de financiering van de renovatie van Trondheim Spektrum (afschrijving, rente en aanbetaling van leningen) (151). |
|
(257) |
De Autoriteit is van mening dat de potentiële steun formeel gesproken weliswaar als exploitatiesteun kan worden aangemerkt, maar dat deze in feite de investering in de renovatie en uitbreiding van de infrastructuur ondersteunt. De maatregel stelt TS in staat te investeren in dit gebouw. Het effect van de potentiële steun die inherent is aan de huurovereenkomsten heeft, op die manier bekeken, de kenmerken van investeringssteun (152). |
|
(258) |
In het licht van het bovenstaande is de Autoriteit van mening dat dergelijke steun, in de omstandigheden van deze zaak, geschikt is om de doelstelling van gemeenschappelijk belang te bereiken. Voorts blijkt dat de doelstelling van gemeenschappelijk belang — namelijk het brede publiek toegang verlenen tot (het beoefenen van) sport, cultuur en recreatie — met andere beleidsinstrumenten of andere vormen van steun niet in dezelfde mate zou kunnen worden bereikt. De Autoriteit besluit daarom dat de maatregelen geschikte instrumenten zijn om de aangewezen doelstelling van gemeenschappelijk belang te helpen verwezenlijken. |
8.4. STIMULEREND EFFECT
|
(259) |
Staatssteun is uitsluitend verenigbaar met de werking van de EER-overeenkomst als deze steun een stimulerend effect heeft. Van een stimulerend effect is sprake wanneer de steun de begunstigde ervan ertoe aanzet de vastgestelde doelstelling van gemeenschappelijk belang te bevorderen, een gedragsverandering die deze zonder de steun niet zou doorvoeren. |
|
(260) |
De Noorse autoriteiten voeren aan dat, als er geen huurovereenkomsten waren gesloten, de jeugdsportclubs hun leden niet hetzelfde aantal en dezelfde variatie aan activiteiten hadden kunnen aanbieden onder dezelfde voorwaarden, overeenkomstig de gemeenschappelijke doelstelling die door de maatregel wordt nagestreefd. Voorts zou zelfs een lagere huurprijs in het kader van de huurovereenkomst wellicht tot datzelfde resultaat leiden aangezien de gehele exploitatie van TS daardoor in gevaar zou komen. |
|
(261) |
Bovendien hebben de Noorse autoriteiten aangetoond dat TS de renovatie en uitbreiding van Trondheim Spektrum niet kon financieren zonder de inkomstenstroom uit de nieuwe huurovereenkomst van 2019 (153). Op grond van het bovenstaande is de Autoriteit derhalve van mening dat aan de vereiste van een stimulerend effect is voldaan voor steun in welke vorm ook die inherent is aan de huurovereenkomsten. |
|
(262) |
Wat de investeringssteun betreft, merkt de Autoriteit op dat de kapitaalinjectie, die op 6 juli 2018 werd aangevraagd, werd toegekend nadat de werkzaamheden aan de renovatie en uitbreiding van de infrastructuur waren begonnen in de zomer van 2017. De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat Trondheim Spektrum zonder de kapitaalverhoging niet zou zijn uitgebreid en gerenoveerd, ten minste niet volgens het toenmalige plan en de toenmalige opzet. Er bestond dus een duidelijk, aantoonbaar nulscenario dat aantoont dat het verlenen van steun een stimulerend effect heeft gehad. |
|
(263) |
Aangezien de kapitaalinjectie werd toegestaan nadat de werkzaamheden aan het project waren aangevat, kan de Autoriteit niet uitgaan van de veronderstelling dat er een stimulerend effect aanwezig was voor steun die werd aangevraagd voordat de werken werden aangevat (154). De Autoriteit heeft, in bepaalde omstandigheden, steun goedgekeurd voor projecten waarvoor de bouwwerkzaamheden reeds waren gestart, na een grondige evaluatie van de omstandigheden (155). |
|
(264) |
De Autoriteit sluit echter het stimulerende effect van steun op een reeds gestart project niet uit wanneer onomstotelijk vaststaat dat door de toekenning van de steun projecten die anders niet waren voltooid, wel worden voltooid. Bij het beoordelen van het stimulerend effect van de steun in dit licht moet het nulscenario, d.w.z. wat de onderneming zou doen zonder de steun, diepgaand worden onderzocht (156). |
|
(265) |
De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat het de bedoeling was de renovatie en uitbreiding van Trondheim Spektrum volledig te financieren met behulp van op de markt verkregen krediet. Deze aanpak leidde ertoe dat de balans van TS een kritiek hoge verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen (nl. langetermijnschulden) vertoonde. Het risico dat uit deze hoge schuldgraad voortvloeide zou echter, zo meende men, gecompenseerd worden door de veilige langetermijninkomsten uit de huurovereenkomst. |
|
(266) |
De bijkomende kosten die door de kapitaalinjectie werden gedekt, konden niet worden betaald door een extra krediet te nemen, aangezien een verdere verhoging van de schuldgraad van TS op basis van de geraamde toekomstige inkomsten economisch niet verantwoord bleek. Voorts had Nordea, de kredietgever van TS, in het licht van deze ontwikkelingen een hernieuwde kredietbeoordeling van TS aangevraagd en bleek Nordea niet bereid om aanvullende financiering te verstrekken. |
|
(267) |
Bijgevolg vroeg de raad van bestuur van TS bijkomend kapitaal aan de eigenaars, aangezien er geen alternatieven waren om de nodige financiering rond te krijgen en TS werd geconfronteerd met een situatie waarin de renovatie en uitbreiding niet kon worden voltooid. |
|
(268) |
De Noorse autoriteiten hebben aangevoerd dat het stimulerende effect zich voordoet als het project waarvoor de investering wordt gebruikt niet in de gewenste vorm of met de gewenste omvang had kunnen worden verwezenlijkt als er geen kapitaalinjectie was geweest. |
|
(269) |
In dat verband wijzen de Noorse autoriteiten erop dat TS weinig tot geen financiële marge heeft — het zal er nauwelijks in slagen de renovatie te financieren en na verloop van tijd een break-evenpunt te behalen. Elke vermindering van de inkomsten, bijvoorbeeld uit de huurovereenkomst, of elke verhoging van de kosten — ook ten gevolge van een groter aandeel van infrastructuurkosten — zou TS in een situatie hebben gebracht waarin de kosten niet meer konden worden betaald. Zonder deze maatregelen had de renovatie van Trondheim Spektrum bijgevolg niet kunnen worden gerealiseerd. |
|
(270) |
De Noorse autoriteiten merken op dat TS zonder de kapitaalinjectie die diende ter dekking van nieuwe en onverwachte kosten de renovatie had moeten stopzetten of het project had moeten voltooien in een suboptimale, ongewenste vorm die niet zou voldoen of zou hebben voldaan aan de doelstelling van gemeenschappelijk belang, met inbegrip van, bijvoorbeeld, de behoefte aan diverse soorten amateursporten, of aan de doelstelling van de gemeente om evenementen te organiseren zoals het Europees kampioenschap handbal. Volgens de Noorse autoriteiten volstaat dit om aan te tonen dat de maatregel een stimulerend effect had (157). |
|
(271) |
Op grond van de door de Noorse autoriteiten verstrekte informatie is de Autoriteit van mening dat TS zonder de kapitaalinjectie niet in staat zou zijn geweest de renovatie van Trondheim Spektrum te voltooien. Volgens de Noorse autoriteiten kon TS geen financiering krijgen voor het project, hetgeen betekent dat de bouwwerkzaamheden stopgezet hadden moeten worden. Bij het nulscenario zouden de renovatie en uitbreiding van de infrastructuur bijgevolg niet zijn doorgegaan. In deze omstandigheden achtten de Noorse autoriteiten de kapitaalinjectie noodzakelijk. |
|
(272) |
In het licht hiervan is de Autoriteit van mening dat is aangetoond dat de kapitaalinjectie TS heeft gestimuleerd om zijn gedrag te veranderen teneinde aanvullende activiteiten te verrichten — de voltooiing van de renovatie van Trondheim Spectrum — een gedragsverandering die zonder de steun niet had plaatsgevonden (158). |
|
(273) |
De maatregelen in kwestie voldoen bijgevolg aan de vereiste van het stimulerende effect. |
8.5. EVENREDIGHEID
8.5.1. Huurovereenkomsten (maatregelen 4 en 5)
|
(274) |
Staatssteun is evenredig als de steun beperkt is tot het vereiste minimum om de aangewezen doelstelling van gemeenschappelijk belang te bereiken. |
|
(275) |
Zoals vermeld in overweging 216 hierboven, kan niet worden uitgesloten dat de huurovereenkomsten van 2007 tot en met 2017 en de huurovereenkomst van 2019 TS mogelijkerwijs een voordeel hebben opgeleverd. Om de verenigbaarheid van deze maatregelen te beoordelen, moet de Autoriteit de steun die inherent is aan de maatregelen in voldoende mate kwantificeren om te kunnen beoordelen of de maatregelen evenredig zijn. |
|
(276) |
De Noorse autoriteiten voeren aan dat een eventueel steunelement dat inherent is aan de huurovereenkomst gering en daardoor verenigbaar is. De huur die de gemeente aan TS betaalt in het kader van de huurovereenkomst volstaat net om TS het break-evenpunt te laten bereiken. Zonder de huurovereenkomsten zou TS de exploitatie niet kunnen voortzetten. |
|
(277) |
De Noorse autoriteiten voeren voorts aan dat zij bewijsmateriaal hebben ingediend waarmee wordt aangetoond dat er geen kruissubsidiëring van de commerciële activiteiten van TS plaatsvindt. In de bedrijfsvoering van TS werden de rekeningen gescheiden om de evenredigheid van de steun te garanderen en te waarborgen dat de steun wordt aangewend om de doelstelling van gemeenschappelijk belang te bereiken (159). |
|
(278) |
Volgens de Noorse autoriteiten dekken de maatregelen in kwestie (de huurovereenkomsten en de kapitaalinjectie) samen het financieringstekort, namelijk de exploitatieverliezen van TS. Alleen al op grond daarvan zijn de maatregelen noodzakelijk en evenredig. Deze conclusie wordt bevestigd door het feit dat nagenoeg de helft van de capaciteit van TS wordt gebruikt door amateursporters en dat de professionele gebruikers de marktprijs betalen voor het gebruik van de faciliteiten. |
|
(279) |
De Noorse autoriteiten voeren voorts aan dat zelfs als de verstrekte benchmarks niet geschikt zouden zijn voor de uitsluiting van steun in deze zaak, deze benchmarks wel aantonen dat de prijzen van de huurovereenkomsten vallen binnen de gebruikelijke tarieven voor de markt in Noorwegen. |
|
(280) |
De huur in het kader van een huurovereenkomst is gebaseerd op een vast aantal uren capaciteit per jaar, namelijk 16 848 uur, en een uurtarief van 1 700 NOK. In de vorige huurovereenkomst bedroeg het uurtarief 1 200 NOK voor, gemiddeld, 12 000 uur per jaar. |
|
(281) |
De huur die de gemeente jaarlijks aan TS betaalde bedroeg 30 miljoen NOK. Het maximale steunbedrag dat in het kader van de nieuwe huurovereenkomst aan TS zou kunnen worden verstrekt, zou dienovereenkomstig 30 miljoen NOK zijn. Daarbij zou er echter van worden uitgegaan dat de marktprijs voor de huurprijs per uur 0 NOK bedraagt. De berekening van het steunbedrag dat inherent is aan de nieuwe huurovereenkomst zou gelijk zijn aan het verschil tussen 30 miljoen NOK en de marktprijs. |
|
(282) |
De door de Noorse autoriteiten verstrekte benchmarks waren weliswaar niet vergelijkbaar genoeg om het bestaan van steun uit te sluiten, maar kunnen wel nuttig zijn om het steunbedrag dat inherent is aan de huurovereenkomsten bij benadering te bepalen (160). |
|
(283) |
Volgens door de Noorse autoriteiten verstrekte informatie betaalt de gemeente in het kader van de elf huurovereenkomsten die de Noorse autoriteiten als benchmarks hebben verstrekt, een gemiddeld uurtarief van ongeveer 688 NOK. De overeenkomsten behandelen echter uiteenlopende gehuurde capaciteit. Daarom is een gewogen gemiddeld tarief van ongeveer 908 NOK dienstiger (161). Dit loopt gelijk met de berekeningen van de Autoriteit. |
|
(284) |
Het gemiddelde tarief kan worden gebruikt om bij benadering het maximale steunbedrag te bepalen dat bij de huurovereenkomsten betrokken zou kunnen zijn. Voor de oude huurovereenkomst zou er op die manier sprake zijn van een steunelement ten bedrage van 1 200 NOK – 908 NOK = 292 NOK per uur. Het jaarlijkse steunbedrag zou dan ongeveer 3,6 miljoen NOK bedragen (162). Voor de nieuwe huurovereenkomst zou er op die manier sprake zijn van een steunelement ten bedrage van 1 700 NOK – 908 NOK = 792 NOK per uur. Het jaarlijkse steunbedrag zou in dat geval ongeveer 17 miljoen NOK bedragen. |
|
(285) |
Volgens informatie van de Noorse autoriteiten bedragen de jaarlijkse kosten en uitgaven van TS in 2020 ongeveer 60 miljoen NOK. Dat zou leiden tot een exploitatiesteunintensiteit van ongeveer 28 %. |
|
(286) |
De jaarlijkse exploitatiesteun stelt TS in staat om zijn exploitatieverliezen te dekken. Een vermindering van de steun die inherent is aan de huurovereenkomst zou ertoe geleid hebben dat TS het break-evenpunt niet haalde in het verleden of het momenteel niet haalt. |
|
(287) |
De Noorse autoriteiten hebben aangevoerd dat de bouw van TS deels wordt gefinancierd met de inkomsten uit de huurovereenkomsten. De Noorse autoriteiten kunnen geen vast aandeel toewijzen aan een specifieke uitgavencategorie maar zijn van mening dat het volledige steunelement in het kader van de huurovereenkomst zou kunnen worden toegewezen aan de financiële uitgaven van TS die voornamelijk verband houden met de bouwlening van Nordea. Deze uitgaven worden voor de periode 2020 tot 2026 geraamd tussen 19,8 en 15,3 miljoen NOK, en zouden aldus elk steunelement in de nieuwe huurovereenkomst vrijwel volledig absorberen (163). |
8.5.2. Kapitaalinjectie (maatregel 6)
|
(288) |
Zoals vermeld in overweging 216 hierboven, is de Autoriteit van oordeel dat de kapitaalinjectie TS een voordeel oplevert dat overeenkomt met het volledige bedrag van de kapitaalverhoging. Bovendien heeft TS investeringssteun ten bedrage van 27,5 miljoen NOK ontvangen in het kader van de kansspelfondsregeling (164). Het totaalbedrag van de aan TS verleende investeringssteun bedraagt dus 82,5 miljoen NOK. |
|
(289) |
Volgens informatie van de Noorse autoriteiten zouden de renovatie en uitbreiding van Trondheim Spektrum niet voltooid geraakt zijn zonder de kapitaalinjectie. De Autoriteit merkt voorts op dat het grootste aandeel van de kosten voor de renovatie van de infrastructuur wordt gefinancierd aan de hand van een particuliere lening. |
|
(290) |
De Autoriteit merkt verder op dat steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur volgens artikel 55 AGVV verenigbaar wordt geacht met de EER-overeenkomst en van de aanmeldingsverplichting is vrijgesteld mits is voldaan aan alle relevante voorwaarden van de AGVV-verordening. De AGVV is echter niet van toepassing in deze zaak zoals beschreven in deel 8.1.1. |
|
(291) |
Niettemin kan de steunintensiteit die uit hoofde van artikel 55 AGVV is toegestaan in zekere mate dienen als vuistregel, ter ondersteuning van de toetsing van de Autoriteit inzake de evenredigheid van de maatregelen die in dit besluit worden beoordeeld. |
|
(292) |
Volgens artikel 55 AGVV kunnen zowel sportinfrastructuur als multifunctionele recreatieve infrastructuur investeringssteun ontvangen van maximaal 30 miljoen EUR (ongeveer 315 miljoen NOK), en komt sportinfrastructuur in aanmerking voor 2 miljoen EUR (ongeveer 21 miljoen NOK) per jaar aan exploitatiesteun. Voor steun die niet hoger is dan dat bedrag, kan het maximale steunbedrag worden vastgesteld op 80 % van de in aanmerking komende kosten (165). |
|
(293) |
De investeringssteun ten bedrage van 82,5 miljoen NOK die aan TS werd verleend, zou daarom vallen binnen hetgeen door de AGVV is toegestaan voor multifunctionele infrastructuur. |
|
(294) |
Trondheim Spektrum wordt beschouwd als een multifunctionele recreatieve infrastructuur en zou daarom niet in aanmerking komen voor exploitatiesteun in het kader van de AGVV. Zoals hierboven vermeld, kunnen het maximale steunbedrag en de maximale steunintensiteit in het kader van de AGVV helpen bij de rechtstreekse toetsing van de evenredigheid aan artikel 61, lid 3, onder c), van de EER-overeenkomst. |
|
(295) |
De raming van een steunelement dat inherent is aan de huurovereenkomsten zou vallen binnen de grenzen van de exploitatiesteun die volgens artikel 55 AGVV aan sportinfrastructuur mag worden verleend en zou minder dan 80 % van de in aanmerking komende kosten omvatten (166). Dit zou zowel voor de nieuwe huurovereenkomst als voor de oude huurovereenkomsten gelden. |
|
(296) |
De Autoriteit is dienovereenkomstig van mening dat de beoordeelde maatregelen — de kapitaalinjectie (maatregel 6) en steun die inherent is aan de huurovereenkomsten (maatregelen 4 en 5) — beperkt blijven tot het minimum dat noodzakelijk is om de doelstelling van gemeenschappelijk belang te bereiken en dat deze maatregelen daarom evenredig zijn. |
8.6. VERMIJDEN VAN ONGEWENSTE NEGATIEVE EFFECTEN OP MEDEDINGING EN HANDELSVERKEER
|
(297) |
Wil staatssteun verenigbaar zijn met de werking van de EER-overeenkomst, dan moeten de negatieve effecten van de steunmaatregel in termen van mededingingsdistorsies en beïnvloeding van het handelsverkeer tussen overeenkomstsluitende partijen beperkt zijn en moeten de positieve effecten ervan in termen van bijdrage aan de doelstelling van gemeenschappelijk belang opwegen tegen die negatieve effecten. |
|
(298) |
De Noorse autoriteiten voeren aan dat Trondheim Spektrum in zijn huidige vorm een hoeksteen is van het sport- en cultuuraanbod in Trondheim, met name op het gebied van gratis amateursporten, die de gemeente verstrekt door de jeugdsportclubs kosteloze zaalcapaciteit te bezorgen. |
|
(299) |
Voorts hebben de Noorse autoriteiten verslagen ingediend waarin wordt aangetoond, aan de hand van de scheiding van rekeningen tussen de activiteiten in het kader van de huurovereenkomsten en andere commerciële activiteiten, dat de steun wordt gebruikt om activiteiten van lokale aard te financieren. |
|
(300) |
De Noorse autoriteiten hebben opgemerkt dat particuliere investeringen in faciliteiten zoals Trondheim Spektrum een zeldzaamheid zijn en dat zij in elk geval ontoereikend zouden zijn en dat de steun daarom de particuliere investering niet zou kunnen verdringen. De Noorse autoriteiten hebben voorts informatie verstrekt die aantoont dat TS zijn commerciële gebruikers geen te lage bedragen aanrekent (167). |
|
(301) |
Trondheim Spektrum heeft de capaciteit om middelgrote en grote internationale evenementen te organiseren, die ook buiten de regio kunnen worden gehouden (168). |
|
(302) |
De Autoriteit merkt echter op dat de maatregelen beperkt blijven tot de dekking van het financieringstekort in kwestie. Voorts is de capaciteit van de infrastructuur grotendeels bedoeld om jeugdsportclubs gratis toegang te geven tot faciliteiten en op die manier de deelname van kinderen en jongeren aan sportactiviteiten aan te moedigen, ongeacht het inkomensniveau van individuele gezinnen (169). |
|
(303) |
Trondheim Spektrum zal ervoor zorgen dat het grote publiek een steeds betere toegang krijgt tot sport en cultuur en dat het aan die activiteiten kan deelnemen, met name gezien het multifunctionele karakter van de infrastructuur en het gebrek aan capaciteit en geschikte alternatieve faciliteiten voor sport en culturele evenementen in Trondheim. De gemeente zal haar verantwoordelijkheid ten aanzien van het brede publiek opnemen door het infrastructuurproject mogelijk te maken en daardoor bijkomende culturele, muzikale en sportevenementen naar Trondheim te lokken. |
|
(304) |
In het licht van het bovenstaande is de Autoriteit van mening dat de maatregelen geen ongewenste negatieve effecten hebben op mededinging en handelsverkeer. |
8.7. TRANSPARANTIE
|
(305) |
De Noorse autoriteiten zullen de vereiste informatie betreffende de maatregelen bekendmaken in het Noorse steunregister: https://data.brreg.no/rofs/eng. Daardoor is voldaan aan de vereiste inzake transparantie. |
9. CONCLUSIE BETREFFENDE DE VERENIGBAARHEID
|
(306) |
Op grond van de voorgaande beoordeling is de Autoriteit van mening dat de kapitaalinjectie die op 5 december 2018 werd verleend staatssteun vormt in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst. Deze steun is verenigbaar met de werking van de EER-overeenkomst conform artikel 61, lid 3, onder c). |
|
(307) |
Op grond van de voorgaande beoordeling kan de Autoriteit niet uitsluiten dat de huurovereenkomsten die werden gesloten van 2007 tot en met 2017 en de nieuwe huurovereenkomst van 2019 staatssteun vormen in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst. Dergelijke steun is echter verenigbaar met de werking van de EER-overeenkomst conform artikel 61, lid 3, onder c), |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Eventuele steun die inherent is aan de huurovereenkomsten van 2007 tot en met 2017 en de nieuwe huurovereenkomst van 2019 wordt verenigbaar geacht met de werking van de EER-overeenkomst conform artikel 61, lid 3, onder c). De uitvoering van de nieuwe huurovereenkomst van 2019 wordt derhalve toegestaan.
Artikel 2
De kapitaalinjectie die op 5 december 2018 werd verstrekt, vormt staatssteun in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst. Deze steunmaatregel wordt verenigbaar geacht met de werking van de EER-overeenkomst conform artikel 61, lid 3, onder c).
Artikel 3
De financiering van infrastructuurkosten in verband met de renovatie en uitbreiding van Trondheim Spektrum vormt geen staatssteun in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst.
Artikel 4
De leningsovereenkomst tussen Trondheim AS en Nordea vormt geen staatssteun in de zin van artikel 61, lid 1, van de EER-overeenkomst.
Artikel 5
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk Noorwegen.
Artikel 6
Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek.
Gedaan te Brussel, 28 november 2019.
Voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA,
Bente ANGELL-HANSEN
De voorzitter
Verantwoordelijk lid van het College
Frank J. BÜCHEL
Lid van het College
Högni KRISTJÁNSSON
Lid van het College
Carsten ZATSCHLER
Medeondertekenaar, directeur van de Juridische en Uitvoerende Dienst
(1) Documenten nrs. 847105 en 848590 tot en met 848601.
(2) Document nr. 849708.
(3) Documenten nrs. 859505, 859499, 859501 en 859503.
(4) Documenten nrs. 867151, 868181 en 868182.
(5) Document nr. 870428.
(6) Document nr. 870360.
(7) Documenten nrs. 874440 en 874442.
(8) Document nr. 876728.
(9) Document nr. 877379.
(10) Documenten nrs. 887522, 887524 en 887526.
(11) Document nr. 874067.
(12) Document nr. 881377.
(13) Document nr. 888352.
(14) Documenten nrs. 885827, 885829, 888351 en 888354.
(15) Document nr. 936140.
(16) Document nr. 888021.
(17) Documenten nrs. 896723, 896725, 896727 en 896729.
(18) Documenten nrs. 1040641, 1040643, 1040645, 1040647 en 1040649.
(19) Documenten nrs. 1054292, 1054294, 1054296 en 1054298.
(20) Documenten nrs. 1059166, 1059170 en 1059171.
(21) Documenten nrs. 1059842 tot en met 1059848.
(22) Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarin bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1), waarnaar wordt verwezen in punt 1j van bijlage XV bij de EER-overeenkomst, zie Besluit nr. 152/2014 van het Gemengd Comité, bekendgemaakt in PB L 342 van 27.11.2014, blz. 63, en EER-supplement nr. 71 van 27.11.2014, blz. 61, gewijzigd bij Verordening (EU) 2017/1084 van de Commissie van 14 juni 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 wat betreft steun voor haven- en luchthaveninfrastructuur, aanmeldingsdrempels voor steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed en voor steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur, en regelingen inzake regionale exploitatiesteun voor perifere gebieden, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 702/2014 wat betreft de berekening van de in aanmerking komende kosten (PB L 156 van 20.6.2017, blz. 1), zie Besluit nr. 185/2017 van het Gemengd Comité, bekendgemaakt in PB L 174 van 27.6.2019, blz. 56, en EER-supplement nr. 52 van 27.6.2019, blz. 67.
(23) Zaak nr. 82883, GBER 30/2018/Sport.
(24) Document nr. 1067253.
(25) Document nr. 1068858.
(26) Document nr. 1079516.
(27) Document nr. 1085424.
(28) PB C 177 van 23.5.2019, blz. 27, en EER-supplement nr. 41 van 23.5.2019, blz. 1.
(29) Document nr. 1078019.
(30) Document nr. 1085424.
(31) Document nr. 1085422, blz. 11.
(32) TS heeft het recht om in deze periode de faciliteit gedurende in totaal 3 000 uur te gebruiken.
(33) Document nr. 1040641, blz. 4.
(34) Maatregelen 1 tot en met 3 en maatregel 8. Zie punt 120 van het inleidingsbesluit voor conclusie betreffende nieuwe en bestaande steun.
(35) Artikel 15, lid 2, van deel II van Protocol nr. 3.
(36) Zie verder punt 5.1.6.4 van het inleidingsbesluit.
(37) Zie punt 5.1.6 van het inleidingsbesluit.
(38) Bewijsstuk Q bij document nr. 859501.
(39) Aan de nieuwe huurovereenkomst is de voorwaarde verbonden dat deze in overeenstemming is met de marktvoorwaarden. De overeenkomst maakt aanpassingen door de gemeente mogelijk zodat deze beantwoordt aan het beginsel van de investeerder (handelend) in een markteconomie indien de Autoriteit dat vereist. Artikel 12 van de huurovereenkomst van 2019 luidt als volgt (in het Noors): “Denne avtalen forutsettes å være inngått på markedsmessige vilkår. Det tas forbehold om at avtalen vil — forut for og i avtaleperioden — justeres for å tilfredsstille eventuelle føringer/krav fra EFTAs overvåkningsorgan (ESA), og/eller andre offentlige myndigheter. Dette for at avtalen til enhver tid skal tilfredsstille markedsinvestorprinsippet.” Document nr. 887522, blz. 7.
(40) Zaak nr. 82883, GBER 30/2018/Sport.
(41) TS raamde de totale kostprijs op 595,4 miljoen NOK. De gemeente besloot echter om niet meer dan 591 miljoen NOK te verstrekken.
(42) Met uitzondering van een tennisclub die twee aandelen bezit. De tennisclub nam uiteindelijk niet deel aan de kapitaalverhoging.
(43) De Noorse autoriteiten hebben uitgelegd dat het huidige aandeelhouderschap zowel het gevolg is van de kapitaalinjectie en de daaruit voortvloeiende kapitaalverwatering van de andere aandeelhouders, als van de aankoop van de aandelen van de overige grotere aandeelhouders, namelijk Danske Bank, Sparebank 1 SMN en Nordea, die hebben aanvaard om hun aandelen voor 1 NOK aan de gemeente over te dragen.
(44) Lov om aksjeselskaper (aksjeloven), LOV-1997-06-13-44.
(45) Document nr. 1085433, punt 3.2.
(46) Document nr. 1085422, blz. 10 tot en met 15.
(47) De Noorse autoriteiten verwijzen naar deel 11 van de planning- en bouwwet; lov om planlegging og byggesaksbehandling (plan- og bygningsloven), LOV-2008-06-27-71.
(48) “Procedurele verordeningen” zijn voorschriften in verband met de volgorde waarin werkzaamheden voor de inrichting van openbare diensten, technische infrastructuur en groenvoorzieningen moeten worden uitgevoerd voordat gebruik wordt gemaakt van de gebieden in kwestie. Daarnaast omvatten zij voorschriften in verband met het ogenblik waarop de gebieden mogen worden gebruikt voor het oprichten van bouwwerken, met inbegrip van voorschriften betreffende de volgorde waarin de ontwikkelingswerkzaamheden moeten worden verricht. Zie deel 11‐9 van de planning- en bouwwet.
(49) De Noorse autoriteiten verwijzen naar deel 18 van de planning- en bouwwet.
(50) Document nr. 1085422, blz. 16.
(51) Document nr. 1085422, blz. 16.
(52) Document nr. 874440, blz. 20. Het gedetailleerde bestemmingsplan voor een gedeelte van Nidarø werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 14 maart 2017 in zaak 25/17.
(53) Document nr. 1054294.
(54) Document nr. 1054298, blz. 6.
(55) Document nr. 1054294, leningsovereenkomst tussen Nordea en TS, d.d. 11 december 2017, blz. 1, paragrafen 5 en 6. Niet-officiële vertaling verstrekt door de Noorse autoriteiten. Noors: “Nordea har lagt betydelig vekt på at Trondheim Spektrum AS har til hensikt å gjøre selskapsendringer eller andre tiltak som åpner muligheten for at Trondheim kommune, uten å komme i strid med lovverket, om nødvendig kan stille en garanti overfor Nordea som reduserer risikoen ifm kostnadsoverskridelser.”/“Nordea har for øvrig lagt sterk vekt på eierskapet fra Trondheim kommune og vedtaket i formannskapet datert 25. juni 2014 i sak 144/14, hvor det blant annet fremgår av punkt 2 at Trondheim kommune, som største eier av Trondheim Spektrum AS, er innstilt på å ta det nødvendige økonomiske ansvaret som følger av rehabilitering og utvikling av Trondheim Spektrum.”
(56) Document nr. 1054294, leningsovereenkomst tussen Nordea en TS, d.d. 11 december 2017, blz. 5, “Andere algemene voorwaarden” — opsommingsteken 3. Niet-officiële vertaling verstrekt door de Noorse autoriteiten. Noors: “Risikoen som følge av at det oppstår kostnadsoverskridelser i byggeperioden og kredittkunden selv ikke kan betale disse: Trondheim Spektrum AS vil gjøre selskapsendringer eller andre tiltak som åpner muligheten for at Trondheim kommune, uten å komme i strid med lovverket, om nødvending kan stille garanti overfor Nordea.”
(57) Document nr. 1054294, leningsovereenkomst tussen Nordea en TS, d.d. 11 december 2017, blz. 5, “Andere algemene voorwaarden” — opsommingsteken 4. Niet-officiële vertaling verstrekt door de Noorse autoriteiten. Noors: “Leieavtalen med Trondheim kommune av 26.10.2017 kan ikke endres/reduseres uten Nordeas forutgående skriftlige samtykke.”
(58) Noors: “eierskifte — obligatorisk førtidig tilbakebetaling”.
(59) Document nr. 1054294, leningsovereenkomst tussen Nordea en TS, d.d. 11 december 2017, blz. 4. Niet-officiële vertaling verstrekt door de Noorse autoriteiten. Noors: “Det er et vilkår for inngåelse og opprettholdelse av Byggekredittavtalen, at Trondheim Kommune eier minst 77,93 % av Kredittkunden, og opprettholder sin eierandel uendret. For det tilfellet at eiersammensetningen endres, uten Nordeas forutgående skriftlige samtykke, skal Byggekreditten og ethvert utestående tilbakebetales som angitt i klausul 11 (Førtidig forfall av byggekreditten).”
(60) Document nr. 1054298, blz. 5.
(61) Lov om kommuner og fylkeskommuner (kommuneloven), LOV-1992-09-25-107. Deel 51 bepaalt: “1. Vedtak om å stille kausjon eller annen økonomisk garanti for virksomhet som drives av andre enn kommunen eller fylkeskommunen selv, skal godkjennes av departementet. 2. Det kan ikke stilles kausjon eller annen økonomisk garanti knyttet til næringsvirksomhet som drives av andre enn kommunen eller fylkeskommunen selv.” Niet-officiële vertaling: “1. Een besluit om een zekerstelling of een andere economische garantie te verschaffen voor een activiteit die wordt uitgevoerd door anderen dan de gemeente of provincie zelf moet worden goedgekeurd door het ministerie. 2. Zekerstellingen of andere economische garanties die verband houden met economische activiteiten die worden verricht door anderen dan de gemeente of provincie kunnen niet worden verschaft.”
(62) Arrest in Höfner en Elser/Macroton, C‐41/90, EU:C:1991:161, punten 21‐23.
(63) Arrest in Congregación de Escuelas Pías Provincia Betania, C‐74/16, EU:C:2017:496, punt 42.
(64) Arrest in Cassa di Risparmio di Firenze e.a., C‐222/04, EU:C:2006:8, punt 108.
(65) Arrest in Mitteldeutsche Flughafen en Flughafen Leipzig-Halle/Commissie, C‐288/11 P, EU:C:2012:821, punten 40‐43.
(66) Beschikking nr. 496/13/COL van de Autoriteit van 11 december 2013 betreffende de financiering van concerthal en congrescentrum Harpa, punt 50.
(67) Arrest in Bondsrepubliek Duitsland/Commissie, C‐248/84, EU:C:1987:437, en de mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun”, punt 48.
(68) Document nr. 1054294.
(69) Document nr. 1054298, blz. 6.
(70) Document nr. 1054294, leningsovereenkomst tussen Nordea en TS, d.d. 11 december 2017, blz. 5, “Andere algemene voorwaarden” — opsommingsteken 3.
(71) Document nr. 1054294, leningsovereenkomst tussen Nordea en TS, d.d. 11 december 2017, blz. 5, “Andere algemene voorwaarden” — opsommingsteken 4.
(72) Document nr. 1054294, leningsovereenkomst tussen Nordea en TS, d.d. 11 december 2017, blz. 4, “Eigendomsoverdracht — verplichte vervroegde aflossing” — eerste paragraaf.
(73) Document nr. 1054298, blz. 7.
(74) Document nr. 1085428.
(75) In dit besluit wordt hiernaar verwezen als maatregel 6, zie punt 3.5.
(76) Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun”, punt 51.
(77) Zie de arresten in Ecotrade, C‐200/97, EU:C:1998:579, punt 41, Bouygues en Bouygues Télécom/Commissie e.a., C‐399/10 P en C‐401/10 P, EU:C:2013:175, punten 137‐139.
(78) Zie daartoe Ecotrade, C‐200/97, punt 43, en Bouygues en Bouygues Télécom/Commissie e.a., C‐399/10 en C‐401/10 P, punt 107.
(79) Document nr. 1085428.
(80) Document nr. 87440, blz. 21.
(81) Lov om aksjeselskaper (aksjeloven), LOV-1997-06-13-44.
(82) Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun”, punten 73 en 74.
(83) Document nr. 859501, blz. 17.
(84) Document nr. 859501, blz. 17. De Noorse autoriteiten hebben voorts verwezen naar een interview met het management van Trondheim Messeselskap AS, een vennootschap die in heel Noorwegen beurzen organiseert, waaruit de gemeente vernam dat Trondheim Spektrum niet als een bijzonder voordelige locatie wordt beschouwd. De Noorse autoriteiten hebben naar dit interview verwezen voor meer informatie over de prijsvergelijking.
(85) Document nr. 859501, blz. 18.
(86) Cijfers van 2017.
(87) Zie punt 5.4.2 van dit besluit.
(88) Document nr. 1040641, blz. 9.
(89) Documenten nrs. 1040641, blz. 10, en 1054298, blz. 5.
(90) Document nr. 1085422, blz. 5.
(91) Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun”, punt 98.
(92) Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun”, punt 99.
(93) De Noorse autoriteiten hebben verklaard dat niet alle uren overdag evenveel kosten.
(94) Zie bijvoorbeeld Besluit nr. 305/09/COL van de Autoriteit van 8 juli 2009 betreffende de stroomverkoopovereenkomst aangegaan door de gemeente Notodden en Becromal Norway AS, blz. 11.
(95) De Noorse autoriteiten hebben een verslag van adviesbureau Norion (document nr. 1085426) ingediend waarin wordt gepoogd de huurprijs per uur vast te stellen in het geval TS een redelijk rendement op zijn investeringen zou eisen. In de raming wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten dienstverlening. Er wordt wel een algemene schatting gegeven op basis van een replicatie van de kostenstructuur van andere faciliteiten. Een dergelijke benadering verschaft niet de nodige informatie om te kunnen vaststellen of de huurprijs per uur die door de gemeente aan TS werd betaald, de kosten weergeeft voor het verlenen van de diensten die in de huurovereenkomsten zijn opgenomen.
(96) Zie artikel 55 AGVV in verband met steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur.
(97) Document nr. 859501, punt 3.8.2.
(98) De Noorse autoriteiten verwijzen bijvoorbeeld naar Vestlandshallen en Haukelandshallen in Bergen, en Tromsøhallen in Tromsø, evenals naar andere faciliteiten ter vergelijking van de prijs die TS aan derden aanrekent. Zie verder punt 1.2.1.2.
(99) Het aantal uren dat bij deze faciliteiten wordt gehuurd, schommelt van 6 tot 1 344 uur (er werd informatie verstrekt over de gehuurde uren in 2015).
(100) Document nr. 1085422, blz. 28 en 29.
(101) Deze faciliteiten zijn Heimdal en Utleira, met een prijs die volgens de opgave 2 046 NOK en 1 302 NOK per uur bedraagt.
(102) Document nr. 1096774.
(103) Het uurtarief dat in het kader van de oude huurovereenkomst werd betaald bedroeg 1 200 NOK en het uurtarief volgens de nieuwe huurovereenkomst bedraagt 1 700 NOK, in vergelijking met het uurtarief van de andere faciliteiten dat schommelt tussen 350 tot 677 NOK.
(104) Dit zijn Autronicahallen (472 NOK), KVT-hallen (677 NOK), Utleirahallen (600 NOK) en Charlottenlund (425 NOK).
(105) Zie voor deze manier van redeneren bijvoorbeeld Besluit 2013/452/EU van de Commissie van 2 mei 2013 betreffende steunmaatregel SA.33618 (12/C) die Zweden voornemens is ten uitvoer te leggen ten gunste van een arena in Uppsala (PB L 243 van 12.9.2013, blz. 19).
(106) Document nr. 1085422, blz. 10.
(107) Lov om aksjeselskaper (aksjeloven), LOV-1997-06-13-44.
(108) Document nr. 1085422, blz. 10 tot en met 15.
(109) Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun”, punt 79. Zie het arrest in zaak C‐124/10 P, Commissie/EDF, EU:C:2012:318, punten 82‐85. Zie ook het arrest in Deelstaat Burgenland/Commissie, C‐214/12 P, C‐215/12 P en C‐223/12 P, EU:C:2013:682, punt 61.
(110) Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun”, punt 74.
(111) Zie bijvoorbeeld de arresten in Commissie/EDF, C‐124/10 P, EU:C:2012:318, punten 83‐85 en 105, Frankrijk/Commissie (Stardust Marine), C‐482/99, EU:C:2002:294, punten 70‐72, en Cityflyer Express/Commissie, T‐16/96, EU:T:1998:78, punt 76. Zie ook het besluit in de zaak Shetland Shellfish (Beschikking 2006/226/EG van de Commissie, PB L 81 van 18.3.2006, blz. 36), waarin de Commissie twee rapporten van overheidsinstanties van de Shetlandeilanden weigerde die een geraamde resultatenrekening, een geraamde balans en een geraamd kasstroomoverzicht voor 2000, 2001 en 2002 bevatten. Het Verenigd Koninkrijk deed opmerken dat het om studies vooraf ging en dat de gehanteerde hypothesen “als bedachtzaam en voorzichtig” moesten worden beschouwd; de Commissie concludeerde evenwel dat deze, ondanks de betrekkelijk geringe bedragen die in het geding waren, door een particuliere investeerder handelend in een markteconomie als ontoereikend zouden zijn beschouwd.
(112) Zie bijvoorbeeld het arrest in Commissie/EDF, C‐124/10 P, EU:C:2012:318, punten 82‐86 en 105, en Besluit 2014/274/EU van de Commissie van 20 maart 2013 betreffende steunmaatregel SA.23420 (11/C, ex NN40/10) door België ten uitvoer gelegd ten gunste van Delcredere NV (PB L 144 van 15.5.2014, blz. 29), punten 150 en 151.
(113) Zie de arresten in Italië/Commissie, C‐303/88EU:C:1991:136, en Westdeutsche Landesbank Girozentrale/Commissie, T‐228/99 en T‐233/99, EU:T:2003:57.
(114) Zie het arrest in Westdeutsche Landesbank Girozentrale/Commissie, T‐228/99 en T‐233/99, EU:T:2003:57, punten 314 en 315.
(115) Document nr. 1096774.
(116) Document nr. 1085422, blz. 10 tot en met 15.
(117) Zie bijvoorbeeld het arrest in Westdeutsche Landesbank Girozentrale/Commissie, T‐228/99 en T‐233/99, EU:T:2003:57, punt 255, en Besluit 2014/274/EU, punt 153.
(118) Besluit 2014/274/EU, punten 150 en 151.
(119) Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun”, punt 68.
(120) Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun”, punt 68.
(121) Zie bijvoorbeeld het besluit van de Commissie van 8 januari 2016 betreffende steunmaatregel SA.36019, punt 36, en de “Infrastructure analytical grid for roads, bridges, tunnels and inland waterways” van de Commissie, beschikbaar op: https://ec.europa.eu/competition/state_aid/modernisation/grid_roads_en.pdf
(122) Zie bijvoorbeeld het besluit van de Commissie van 8 januari 2016 betreffende steunmaatregel SA.36019, punten 38 en 46, en de daar geciteerde rechtspraak.
(123) Document nr. 874440, blz. 24.
(124) Document nr. 1085422, blz. 15 en document nr. 1059170.
(125) Zie bijvoorbeeld Beschikking 2003/227/EG van de Commissie van 2 augustus 2002 betreffende Terra Mítica SA, een themapark in Benidorm (PB L 91 van 8.4.2003, blz. 23), punten 62‐67, en Besluit (EU) 2015/508 van de Commissie van 1 oktober 2014 betreffende de vermoedelijke infrastructuursteun van Duitsland ten gunste van Propapier PM2 GmbH — SA.36147 (C 30/10) (ex NN 45/10; ex CP 327/08) (PB L 89 van 1.4.2015, blz. 72).
(126) Document nr. 1059846.
(127) Document nr. 874440, blz. 23.
(128) Zie bijvoorbeeld Beschikking 2003/227/EG, punten 62‐67.
(129) Document nr. 1059848.
(130) Arrest van de rechtbank van eerste aanleg in Oslo, 18-132587TVI-OTIR/07, blz. 8. “Bakgrunnen var blant annet et behov for å sette begrensinger for hva kommunene kunne inngå avtale om, da kommunen i kraft av sin myndighet til å gi eller ikke tillatelser har en sterk maktposisjon i forhandlingene. Bestemmelsen oppstiller derfor både et krav om nødvendighet, og krav om rimelighet og forholdsmessighet.” Tegen dit arrest werd beroep aangetekend. De Noorse autoriteiten verwijzen voorts naar twee nieuwe arresten van de rechtbank van eerste aanleg in Oslo: 18‐104016 (Mortensrud) en 18‐132587 (universitetet).
(131) De Noorse autoriteiten hebben uiteengezet dat de eerder gerapporteerde kosten van 2 081 NOK per m2 BRA gewijzigd werden in de definitieve versie van de ontwikkelingsovereenkomst. Het definitieve, correcte bedrag is 2 226 NOK per m2 BRA.
(132) Deel 17‐3 van de planning- en bouwwet, en het arrest van de rechtbank van eerste aanleg in Oslo, 18‐132587TVI-OTIR/07.
(133) Document nr. 1085422, blz. 15 tot en met 20.
(134) Zaak E‐6/98 Noorwegen/ESA [1999] EFTA Ct. Rep. 76, punt 59, en het arrest in Philip Morris/Commissie, 730/79, EU:C:1980:209, punt 11.
(135) Arrest in Eventech, C‐518/13, EU:C:2015:9, punt 66.
(136) Document nr. 859501, blz. 22.
(137) Zie bijvoorbeeld het arrest in AITEC e.a./Commissie, T‐447/93, T‐448/93 en T‐449/93, EU:T:1995:130, punt 141.
(138) Zie bijv. het besluit van de Commissie in de zaken N 258/2000 — Duitsland — Recreatiezwembad Dorsten (PB C 172 van 16.6.2001, blz. 16); Beschikking 2004/114/EG van de Commissie van 29 oktober 2003 betreffende de door Nederland ten uitvoer gelegde steunmaatregelen ten gunste van jachthavens zonder winstoogmerk in Nederland (PB L 34 van 6.2.2004, blz. 63); besluit van de Commissie van 29 april 2015 betreffende steunmaatregel SA.37963 — Verenigd Koninkrijk — Sportscotland — Glenmore Lodge (PB C 277 van 21.8.2015, blz. 3); besluit van de Commissie van 29 april 2015 betreffende steunmaatregel SA.38208 — Verenigd Koninkrijk — Vermeende staatssteun betreffende Community Amateur Sports Clubs (PB C 277 van 21.8.2015, blz. 4), evenals Besluit nr. 459/12/COL van de Autoriteit van 5 december 2012 betreffende steun aan Bømlabadet Bygg AS voor de bouw van het waterpark Bømlabadet in de gemeente Bømlo, en Besluit nr. 20/19/COL van 2 april 2019 Leangbukten Båtforenings Andelslag.
(139) Zie in dat verband Beschikking nr. 496/13/COL van de Autoriteit van 11 december 2013 betreffende de financiering van concerthal en congrescentrum Harpa, punt 75.
(140) Artikel 12 van de nieuwe huurovereenkomst van 2019 luidt als volgt (in het Noors): “Denne avtalen forutsettes å være inngått på markedsmessige vilkår. Det tas forbehold om at avtalen vil — forut for og i avtaleperioden — justeres for å tilfredsstille eventuelle føringer/krav fra EFTAs overvåkningsorgan (ESA), og/eller andre offentlige myndigheter. Dette for at avtalen til enhver tid skal tilfredsstille markedsinvestorprinsippet.”
(141) Document nr. 1085422, blz. 10 tot en met 15.
(142) Arresten in Dilly’s Wellnesshotel, C‐493/14, EU:C:2016:577, Dilly’s Wellnesshotel (II) C‐585/17 EU:C:2019:969, Eesti Pagar, C‐349/17, EU:C:2019:172, en Bayerische Motoren Werke/Commissie en Freistaat Sachen, C‐654/17 P, EU:C:2019:634.
(143) Zie Besluit nr. 225/15/COL van de Autoriteit van 10 juni 2015 om geen bezwaar te maken tegen de overdracht van gronden aan Vålerenga Fotball AS; Besluit nr. 357/15/COL van de Autoriteit van 23 september 2015 inzake staatssteun ten faveure van Sandefjord Fotball AS; Besluit nr. 178/15/COL van de Autoriteit van 7 mei 2015 inzake steun aan de gemeente Tromsø voor de bouw van een zwembad en badhuis, genoemd Templarheimen, in de gemeente Tromsø, en Besluit nr. 13/18/COL van de Autoriteit van 29 januari 2018 inzake steun voor de bouw en exploitatie van de sportfaciliteit Templarheimen.
(144) Zie Beschikking nr. 496/13/COL van de Autoriteit van 11 december 2013 betreffende de financiering van concerthal en congrescentrum Harpa, en de richtsnoeren inzake staatssteun voor films en andere audiovisuele werken van de Autoriteit, punt 10.
(145) Zie Besluit 2013/452/EU en besluit van de Commissie van 15 mei 2013 betreffende steunmaatregel SA.33728, Multiarena in Kopenhagen.
(146) Document nr. 1040641, blz. 3.
(147) Document nr. 859501, blz. 12.
(148) Document nr. 1054298.
(149) Document nr. 859501, blz. 24.
(150) Zie Besluit nr. 13/18/COL van de Autoriteit van 29 januari 2018 inzake steun voor de bouw en exploitatie van de sportfaciliteit Templarheimen, en Besluit nr. 145/17/COL van de Autoriteit van 25 juli 2017 om geen bezwaar aan te tekenen tegen een steunregeling voor waterstoftankstations in Akershus.
(151) Document nr. 1040641, blz. 11.
(152) Zie deze redenering in het arrest in de zaak Oostenrijk/Commissie (eenheid C van de kerncentrale Hinkley Point), T‐356/15, EU:T:2018:439, punten 577 tot en met 586 en punten 610 tot en met 614 en 617. Het Gerecht heeft in punt 583 van het arrest ook vermeld dat “niets […] zich ertegen verzet dat een steunmaatregel die een doel van algemeen belang nastreeft, die geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken, die de voorwaarden waaronder het handelsverkeer tussen de lidstaten plaatsvindt, niet wijzigt in een met het gemeenschappelijk belang strijdige mate en die voldoet aan de vereisten van artikel 107, lid 3, onder c), VWEU, verenigbaar met de interne markt wordt verklaard krachtens deze bepaling, ongeacht of de maatregel als investeringssteun dan wel als exploitatiesteun moet worden aangemerkt. Bovendien zij opgemerkt dat ook exploitatiesteun verenigbaar met de interne markt kan worden verklaard wanneer aan deze voorwaarden is voldaan”. Zie ook de arresten in Magic Mountain Kletterhallen/Commissie (sportinfrastructuur, overdekte klimhal) T‐162/13, EU:T:2016:341, punten 116 en 117, en Scor SE/Commissie T‐135/17, ECLI:EU:T-2019:287, punt 115.
(153) Document nr. 1040641, blz. 14, en document nr. 1085422, blz. 26 en 27.
(154) Arrest in HGA e.a./Commissie, C‐630/11 P tot en met C‐633/11 P, EU:C:2013:387, punten 106 e.v.
(155) Zie Besluit nr. 178/15/COL van de Autoriteit van 7 mei 2015 inzake steun aan de gemeente Tromsø voor de bouw van een zwembad en badhuis, genoemd Templarheimen, in de gemeente Tromsø, en het daaropvolgende Besluit nr. 13/18/COL van de Autoriteit van 29 januari 2018 inzake steun voor de bouw en exploitatie van de sportfaciliteit Templarheimen. In die zaak verleende de Autoriteit haar goedkeuring aan de overheidsfinanciering van 179 miljoen NOK in de vorm van subsidies om kosten te dekken die in het vorige besluit (nr. 178/15/COL) niet in aanmerking waren genomen. Het ging daarbij om onverwachte hogere kosten voor de afwerking van het zwem- en badgedeelte van de sportfaciliteit en om nieuwe kosten in verband met een cafetaria en de bouw van een klimzaal als onderdeel van de sportfaciliteit. De Autoriteit concludeerde dat de bouw van de sportfaciliteit zonder de steun niet voltooid had kunnen worden.
(156) Zie in dit verband het arrest in Kronoply/Commissie, T‐162/06, EU:T:2009:2, punt 85, in beroep bevestigd in Kronoply/Commissie, C‐117/09 P, EU:C:2010:370. Zie ook Besluit nr. 110/15/COL van de Autoriteit van 8 april 2015 Finnjord AS, punten 67 en 68; Besluit nr. 178/15/COL van de Autoriteit van 7 mei 2015 inzake steun aan de gemeente Tromsø voor de bouw van een zwembad en badhuis, genoemd Templarheimen, in de gemeente Tromsø; Besluit nr. 13/18/COL van de Autoriteit van 29 januari 2018 inzake steun voor de bouw en exploitatie van de sportfaciliteit Templarheimen, en Besluit nr. 344/09/COL van de Autoriteit van 23 juli 2009 inzake de aluminiumsmelterij van Helguvík.
(157) Document nr. 1040641, blz. 14, en document nr. 1085422, blz. 26 en 27.
(158) Document nr. 930813.
(159) Document nr. 1040641, blz. 14 en 15, en document nr. 1085422, blz. 27 tot en met 31.
(160) Dit strookt met de aanpak van de Autoriteit in bijv. Besluit nr. 225/15/COL van de Autoriteit van 10 juni 2015 om geen bezwaar te maken tegen de overdracht van gronden aan Vålerenga Fotball AS, punt 75.
(161) De Noorse autoriteiten hebben beklemtoond dat de uurtarieven die de gemeente in het kader van een groot aantal van deze afzonderlijke contracten betaalt, inderdaad onder de marktprijs liggen aangezien een aantal van deze faciliteiten deels zijn gefinancierd door de staat en contractueel verplicht zijn enige capaciteit te verstrekken tegen vaste tarieven.
(162) Zoals vermeld in punt 120 van het inleidingsbesluit, is de beoordeling van de Autoriteit in het besluit beperkt tot de potentiële steun die verleend werd aan de hand van de huurovereenkomsten van 2007 tot en met 2017.
(163) Document nr. 1040641, blz. 14 en 15, en document nr. 1085422, blz. 27 tot en met 31.
(164) Zoals vermeld in de punten 90 en 91 van het inleidingsbesluit, is de Autoriteit van oordeel dat de middelen die aan TS zijn toegekend in het kader van het kansspelfonds, bestaande steun zijn. De Autoriteit zal echter rekening houden met de bijdrage van het kansspelfonds tijdens een beoordeling van de verenigbaarheid die zij kan uitvoeren in verband met de maatregelen die zijn opgenomen in het toepassingsgebied van het inleidingsbesluit.
(165) Mits de totale kostprijs van het project niet hoger is dan 100 miljoen EUR per project overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder b ter), AGVV.
(166) Volgens de Noorse autoriteiten bedragen de exploitatiekosten van TS ongeveer 25 miljoen NOK.
(167) Document nr. 1040641, blz. 15 en 16, en document nr. 1085422, blz. 31.
(168) Document nr. 859501, blz. 22.
(169) De huurovereenkomst neemt ongeveer 57 % van het gebruik van de beschikbare capaciteit van TS voor zijn rekening. Document nr. 1040641, blz. 7.