8.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 46/5


Verzoek van de Beschwerdekommission der Finanzmarktaufsicht van 12 oktober 2017 om een advies van het EVA-Hof in de zaak Edmund Falkenhahn AG tegen de Finanzmarktaufsicht Liechtenstein

(Zaak E-9/17)

(2018/C 46/06)

Bij schrijven van 12 oktober 2017 van de Beschwerdekommission der Finanzmarktaufsicht (de beroepsinstantie van de Finanzmarktaufsicht) is bij het EVA-Hof een verzoek ingediend dat bij de griffie van het Hof is binnengekomen op 12 oktober 2017, om een advies in de zaak Edmund Falkenhahn AG tegen de Finanzmarktaufsicht Liechtenstein, betreffende onderstaande vragen:

I/1.

Is het verenigbaar met Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld (de richtlijn elektronisch geld) dat elektronisch geld wordt uitgegeven tegen een andere waarde dan de nominale waarde in ruil voor ontvangen geld in de periode tussen de uitgifte (artikel 11, lid 1) en de terugbetaling (artikel 11, lid 2), mits de terugbetaling (artikel 11, lid 2) ten minste tegen de nominale waarde plaatsvindt?

I/2.

Indien vraag I/1 bevestigend wordt beantwoord: Kan de in vraag I/1 bedoelde verschillende waarde dan worden gerelateerd aan een variabele waarde (zoals de prijs van goud)?

I/3.

Indien vraag I/2 bevestigend wordt beantwoord: Is het, wanneer de waarde gerelateerd is aan een variabele waarde (zoals de prijs van goud), verenigbaar met artikel 12 van de richtlijn elektronisch geld dat een terugbetaling (artikel 11, lid 2) tegen een bedrag boven de nominale waarde plaatsvindt?

II/1.

Bevat artikel 7, lid 2, eerste en tweede alinea, van de richtlijn elektronisch geld een uitputtende omschrijving van wat moet worden verstaan onder veilige activa met een lage risicograad in de zin van artikel 7, lid 1, eerste zin, van de richtlijn elektronisch geld, in samenhang met artikel 9, lid 1, onder a), van Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt (richtlijn betalingsdiensten)?

II/2.

Indien vraag II/1 ontkennend wordt beantwoord: Belet artikel 9, lid 1, onder a), van de richtlijn betalingsdiensten de bevoegde autoriteit dan om veilige (liquide) activa met een lage risicograad uitsluitend te definiëren in het kader van het besluit tot verlening van een vergunning in de zin van artikel 10 van de richtlijn elektronisch geld?

II/3.

Indien vraag II/2 ontkennend wordt beantwoord: Moet de verwijzing naar artikel 9, leden 1 en 2, van de richtlijn betalingsdiensten in artikel 7, lid 1, eerste zin, van de richtlijn elektronisch geld worden uitgelegd als „veilige activa met een lage risicograad” in de zin van artikel 7, lid 2, eerste alinea, van de richtlijn elektronisch geld of als „veilige, liquide activa met een lage risicograad”?

II/4.

Afhankelijk van het antwoord op vraag II/3: Is goud een veilig, (liquide) activum met een lage risicograad?