|
19.1.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 18/25 |
ARREST VAN HET HOF
van 1 februari 2016
in zaak E-17/15
Ferskar kjötvörur ehf. tegen de IJslandse staat
(Rechtsmacht — Artikel 8 EER — Invoer van rauw vlees — Richtlijn 89/662/EEG — Harmonisatie van de regeling voor veterinaire controles)
(2017/C 18/09)
In zaak E-17/15, Ferskar kjötvörur ehf. tegen de IJslandse staat — VERZOEK aan het Hof overeenkomstig artikel 34 van de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie door Héraðsdómur Reykjavíkur (districtsrechtbank van Reykjavik) inzake de toepasselijkheid van de bepalingen van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte op de invoer in IJsland van rauwe vleesproducten, heeft het Hof, samengesteld uit Carl Baudenbacher, president, Per Christiansen (rechter-rapporteur) en Páll Hreinsson, rechters, op 1 februari 2016 een arrest gewezen, waarvan het dictum als volgt luidt:
|
1. |
Het toepassingsgebied van de EER-overeenkomst, zoals omschreven in artikel 8 daarvan, houdt niet in dat een EER-staat volledige beoordelingsvrijheid heeft met betrekking tot de vaststelling van voorschriften inzake de invoer van rauwe vleesproducten, aangezien die beoordelingsvrijheid kan worden beperkt door bepalingen in een bijlage bij de EER-overeenkomst. |
|
2. |
Het is niet verenigbaar met Richtlijn 89/662/EEG dat een EER-staat voorschriften vaststelt op grond waarvan een importeur van rauwe vleesproducten vóór de invoer van deze producten een speciale vergunning moet aanvragen en hij een certificaat moet verstrekken waarin wordt bevestigd dat het vlees gedurende een bepaalde periode vóór inklaring bevroren is opgeslagen. |