25.9.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 334/28


Standpunt van de vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA gepresenteerd op de bijeenkomst van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en machtsposities van 3 maart 2014 betreffende een voorlopig ontwerpbesluit van de Commissie in zaak AT.39952 Elektriciteitsbeurzen

Rapporteur: Nederland

(2014/C 334/09)

1.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA delen de bezwaren die de Commissie heeft geformuleerd in haar ontwerpbesluit dat aan het Adviescomité is meegedeeld.

2.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie dat de mededingingsbeperkende gedragingen waarop het ontwerpbesluit betrekking heeft, een overeenkomst en/of onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen ondernemingen vormt in de zin van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-overeenkomst.

3.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de beoordeling die de Commissie in het ontwerpbesluit heeft gemaakt van de omvang van de productmarkt en de geografische markt waarop de overeenkomst en/of onderling afgestemde feitelijke gedragingen betrekking hebben.

4.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie dat de ondernemingen waarop het ontwerpbesluit betrekking heeft, hebben deelgenomen aan één enkele voortdurende inbreuk op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-overeenkomst.

5.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie dat de overeenkomst en/of onderling afgestemde feitelijke gedragingen ertoe strekten de mededinging te beperken in de zin van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-overeenkomst.

6.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie dat de overeenkomst en/of onderling afgestemde feitelijke gedragingen de handel tussen de EU-lidstaten merkbaar ongunstig konden beïnvloeden.

7.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de beoordeling van de Commissie met betrekking tot de duur van de inbreuk.

8.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie dat de adressaten van het ontwerpbesluit een geldboete dient te worden opgelegd.

9.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie over de waarde van de verkopen.

10.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie over de basisbedragen van de geldboeten.

11.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie dat er in deze zaak geen verzwarende of verzachtende omstandigheden spelen.

12.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie om in deze zaak de geldboeten niet te verhogen met het oog op afschrikking.

13.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie over de verlagingen van de boetebedragen op grond van de schikkingsmededeling van 2008.

14.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA zijn het eens met de Commissie over de uiteindelijke bedragen van de geldboeten.

15.

De vertegenwoordigers van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA bevelen aan dat hun advies in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt.