8.5.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 113/16


Verzoek om een advies van het EVA-Hof door de Oslo tingrett in de zaak Therese Slinning v de Noorse staat, vertegenwoordigd door het Comité vrijstellingen en beroep ingeval van behandeling in het buitenland

(Zaak E-1/08)

(2008/C 113/13)

Bij schrijven van 16 januari 2008, binnengekomen bij de griffie van het Hof op 21 januari 2008, heeft de Oslo tingrett (de districtsrechtbank van Oslo) het EVA-Hof om een advies gevraagd in de zaak van Therese Slinning v de staat, vertegenwoordigd door het Comité vrijstellingen en beroep ingeval van behandeling in het buitenland, inzake de volgende vragen:

1.

Is het verenigbaar met de artikelen 36 en 37 van de EER-Overeenkomst en artikel 22 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad om dekking te weigeren van uitgaven voor een behandeling in het buitenland die overeenkomstig de internationale geneeskunde als experimenteel of als een proefbehandeling moet worden aangemerkt, wanneer de patiënt in de staat waar hij woont geen recht heeft op een dergelijke behandeling?

2.

Is het voor het antwoord op vraag 1 van belang dat de behandeling in kwestie moet worden beschouwd als uitgevoerd in de staat waar de patiënt woont of dat het land uitvoering van de behandeling in de toekomst overweegt?

3.

Is het verenigbaar met de artikelen 36 en 37 van de EER-Overeenkomst om dekking te weigeren van uitgaven voor een ziekenhuisbehandeling in het buitenland indien de patiënt in het land waar hij woont adequate medische behandeling kan krijgen overeenkomstig internationaal geaccepteerde methoden en binnen een medisch aanvaardbare termijn?

Is het voor het antwoord op deze vraag van belang dat:

a)

dekking van dit soort uitgaven kan worden geweigerd, zelfs indien de behandeling in het buitenland mogelijk als meer geavanceerd kan worden aangemerkt dan de behandeling in het land waar de patiënt woont?

b)

de patiënt die besloten heeft liever een behandeling in het buitenland te ondergaan dan een adequate behandeling te aanvaarden in het land waar hij woont, niet dezelfde mate van dekking krijgt voor de kosten van de behandeling in het buitenland als de in de thuisstaat geboden behandeling zou hebben gekost?

4.

Is het voor de antwoorden op de bovengestelde vragen van belang of:

a)

aan de patiënt de betrokken behandeling in de thuisstaat die als een adequate behandeling kan worden aangemerkt, daadwerkelijk niet is aangeboden?

b)

e behandeling in het buitenland inderdaad tot een verbetering van de gezondheidstoestand van de betreffende patiënt heeft geleid?