E2000J0009

Arrest van het Hof van 15 maart 2002 in zaak E-9/00: Toezichthoudende autoriteit van de EVA tegen het Koninkrijk Noorwegen (Niet-nakoming van verplichtingen door een verdragsluitende partij — staatsmonopolie op de detailverkoop van alcoholische dranken — vergunningen voor het schenken van alcoholische dranken — ongelijke behandeling)

Publicatieblad Nr. C 128 van 30/05/2002 blz. 0019 - 0019


Arrest van het Hof

van 15 maart 2002

in zaak E-9/00: Toezichthoudende autoriteit van de EVA tegen het Koninkrijk Noorwegen

Niet-nakoming van verplichtingen door een verdragsluitende partij - staatsmonopolie op de detailverkoop van alcoholische dranken - vergunningen voor het schenken van alcoholische dranken - ongelijke behandeling

(2002/C 128/08)

In zaak E-9/00: Toezichthoudende autoriteit van de EVA tegen Koninkrijk Noorwegen - Verzoek om een verklaring dat het Koninkrijk Noorwegen de volgende bepalingen van de EER-Overeenkomst niet is nagekomen: artikel 16, door de toepassing van twee vormen van detailverkoop waarbij bier met een alcoholpercentage tussen 2,5 % en 4,75 % per volume, voornamelijk binnenlandse producten, mogen worden verkocht buiten de winkels die vallen onder het staatsmonopolie voor de verkoop van alcoholische dranken ("Vinmonopolet"), terwijl andere dranken met hetzelfde alcoholpercentage, overwegend ingevoerd uit andere EER-staten, alleen mogen worden verkocht via het monopolie; artikel 11, door de toepassing van restrictievere maatregelen ten aanzien van vergunningen voor het schenken van alcoholische dranken met een alcoholpercentage tussen 2,5 % en 4,75 % per volume, overwegend ingevoerd uit andere EER-staten, dan voor het schenken van bier met hetzelfde alcoholpercentage, voornamelijk binnenlandse producten, overwegende dat deze maatregelen niet noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van, noch in verhouding staat tot de doelstelling van de bescherming van de volksgezondheid uit hoofde van artikel 13, heeft het Hof, bestaande uit: Thór Vilhjálmsson (rechter-rapporteur), President, Carl Baudenbacher en Per Tresselt, rechters, op 15 maart 2002 een arrest gewezen waarvan het dictum als volgt luidt:

Het Koninkrijk Noorwegen heeft zich niet gehouden aan:

Artikel 16 van de EER-Overeenkomst, door de toepassing van twee vormen van detailverkoop waarbij bier met een alcoholpercentage tussen 2,5 % en 4,75 % per volume, voornamelijk binnenlandse producten, mogen worden verkocht buiten de winkels die vallen onder het staatsmonopolie voor de verkoop van alcoholische dranken ("Vinmonopolet"), terwijl andere dranken met hetzelfde alcoholpercentage, overwegend ingevoerd uit andere EER-staten, alleen mogen worden verkocht via het monopolie;

Artikel 11 van de EER-Overeenkomst, door de toepassing van restrictievere maatregelen ten aanzien van vergunningen voor het schenken van alcoholische dranken met een alcoholpercentage tussen 2,5 % en 4,75 % per volume, overwegend ingevoerd uit andere EER-staten, dan voor het schenken van bier met hetzelfde alcoholpercentage, voornamelijk binnenlandse producten, aangezien deze maatregelen niet noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van, noch in verhouding staat tot de doelstelling van de bescherming van de volksgezondheid uit hoofde van artikel 13 van de EER-Overeenkomst.