Aanbeveling van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA nr. 154/99/COL van 2 juli 1999 betreffende een gecoördineerd programma voor 1999 inzake de officiële controle op levensmiddelen
Publicatieblad Nr. L 068 van 06/03/2000 blz. 0067 - 0079
AANBEVELING VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA Nr. 154/99/COL van 2 juli 1999 betreffende een gecoördineerd programma voor 1999 inzake de officiële controle op levensmiddelen DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA, Gelet op de EER-Overeenkomst, en met name op artikel 109 en Protocol nr. 1 daarvan, Gelet op de Overeenkomst betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, en met name op artikel 5, lid 2, onder b) en op Protocol nr. 1 daarvan, Gelet op het in punt 50 van hoofdstuk XII van bijlage II van de EER-Overeenkomst bedoelde besluit betreffende de officiële controle op levensmiddelen (Richtlijn 89/397/EEG van de Raad), en met name op artikel 14, lid 3 daarvan, Na raadpleging van het levensmiddelencomité van de EVA, dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA bijstaat, Overwegende dat het met het oog op de goede werking van de Europese Economische Ruimte nodig is om tot gecoördineerde programma's voor de keuring van levensmiddelen op EER-niveau te komen; Overwegende dat in dergelijke programma's het accent wordt gelegd op de naleving van de krachtens de EER-Overeenkomst geldende wetgeving inzake levensmiddelen, de bescherming van de volksgezondheid, de belangen van de consument en eerlijke handelspraktijken; Overwegende dat de gelijktijdige uitvoering van nationale programma's en gecoördineerde programma's informatie en ervaring kan opleveren, die als grondslag voor toekomstige controlewerkzaamheden kunnen dienen; Overwegende dat Liechtenstein per 1 januari 2000 de bepalingen moet naleven van de besluiten waarnaar in hoofdstuk XII van bijlage II van de EER-Overeenkomst wordt verwezen; dat Liechtenstein alles in het werk zou stellen om per 1 januari 1997 de bepalingen van de in dat hoofdstuk bedoelde besluiten na te leven en dat deze aanbeveling voor 1999 daarom ook voor Liechtenstein geldt; Overwegende dat de Europese Commissie, in haar aanbeveling van 22 december 1998 betreffende een gecoördineerd programma voor 1999 inzake de officiële controle op levensmiddelen de lidstaten van de Europese Unie heeft aanbevolen zo'n programma ten uitvoer te leggen, HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING GEDAAN: In 1999 worden door IJsland, Liechtenstein en Noorwegen monsters genomen en/of inspecties uitgevoerd, indien nodig in combinatie met laboratoriumanalyses, met betrekking tot: a) ochratoxine A in koffie, b) additieven in levensmiddelen. 1. Hoewel geen bemonsteringsfrequenties zijn vastgesteld, zorgen IJsland, Liechtenstein en Noorwegen ervoor dat voldoende monsters genomen worden om in elke staat een beeld van de problematiek te verkrijgen. Er zullen voorstellen worden gedaan voor de te gebruiken analysemethoden. 2. Om de vergelijkbaarheid van de resultaten te bevorderen verstrekken IJsland, Liechtenstein en Noorwegen de gevraagde informatie aan de hand van de in de bijlage opgenomen formulieren. 3. Ochratoxine A in koffie Dit onderdeel van het programma is bedoeld om na te gaan welke maatregelen IJsland, Liechtenstein en Noorwegen nemen als er onaanvaardbaar hoge concentraties worden geconstateerd van toxische stoffen waarvoor geen specifieke grenswaarde geldt. Zowel de EER- als de nationale levensmiddelenwetgeving bepaalt immers dat voedsel bestemd voor menselijke consumptie veilig moet zijn, en in het bijzonder artikel 2 van het besluit waarnaar wordt verwezen in punt 54f van hoofdstuk XII van bijlage II van de EER-Overeenkomst (Verordening (EG) nr. 315/93 van de Raad), verbiedt het in de handel brengen van levensmiddelen met een gehalte aan een verontreiniging dat vanuit het standpunt van de volksgezondheid en met name toxicologisch, onaanvaardbaar is. Ochratoxine A wordt beschouwd als een sterk nefrotoxisch, carcinogeen agens met genotoxische eigenschappen. Er is geen specifieke grenswaarde voor ochratoxine A in koffie in de EER-Overeenkomst vastgesteld, noch voor de meeste EER-staten op nationaal niveau. De beschikbare wetenschappelijke gegevens geven geen uitsluitsel over de gevolgen van verschillende processen, zoals branden, voor de vermindering van het ochratoxinegehalte. Bovendien wordt ruwe koffie op beperkte schaal rechtstreeks aan de consument verkocht. Derhalve moeten alle soorten koffie (ruw, gebrand, gemalen, instantkoffie, enz.) worden gecontroleerd op orchratoxine A-verontreiniging. De bemonstering moet gebeuren volgens de voorschriften voor de officiële controle op de aflatoxinegehalten van aardnoten en afgeleide producten, die zijn vastgelegd in Richtlijn 98/53/EG van de Commissie(1). 4. Additieven in levensmiddelen Het gebruik van additieven in levensmiddelen is geregeld bij vescheidene richtlijnen (Richtlijn 94/35/EG(2), zoals gewijzigd bij Richtlijn 96/83/EG(3) inzake zoetstoffen; Richtlijn 94/36/EG(4) inzake kleurstoffen; Richtlijn 95/2/EG(5) zoals gewijzigd bij Richtlijn 96/85/EG(6) betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen). Dit onderdeel van het programma is bedoeld om te meten in hoeverre in IJsland, Liechtenstein en Noorwegen de met de hierboven genoemde richtlijnen overeenkomende nationale wetgeving wordt nageleefd; verder moet worden nagegaan welke maatregelen deze staten treffen bij niet-naleving van deze wetgeving. De controle moet bestaan uit inspecties bij voedselverwerkende bedrijven (met een controle van de bereidingswijze) en analyses van monsters die zijn genomen op de markt of bij voedselverwerkende bedrijven. De resultaten van de inspecties en analyses moeten worden vastgelegd met gebruikmaking van de formulieren in de bijlage. Deze formulieren hebben dezelfde opzet als alle andere statistische rapportageformulieren voor de jaarlijkse inspectieprogramma's van IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Het onderzoek moet om praktische redenen worden gericht op een beperkt aantal additieven. IJsland, Liechtenstein en Noorwegen moeten additieven selecteren waarvoor blootstellingsevaluaties in deze landen in het kader van de wetenschappelijke samenwerking het risico van een overschrijding van de dagelijks toelaatbare dosis hebben aangetoond. De onderstaande lijsten kunnen worden gebruikt als richtsnoer voor de selectie van de prioriteiten van dit onderzoek. Desondanks kunnen ook andere additieven, die wellicht voor IJsland, Liechtenstein en Noorwegen relevant zijn, aan het verslag worden toegevoegd. Bij de selectie van productcategorieën die op het gebruik van additieven moeten worden gecontroleerd, dienen de in de bijlagen genoemde categorieën te worden gekozen, aangezien deze de grootste bijdrage leveren aan de opname van de betrokken additieven. Andere producten zijn echter niet uitgesloten. Gedaan te Brussel, 2 juli 1999. Voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA Hannes HAFSTEIN Lid van het college (1) PB L 201 van 17.7.1998, blz. 93. (2) PB L 237 van 10.9.1994, blz. 3. (3) PB L 48 van 19.2.1997, blz. 16. (4) PB L 237 van 10.9.1994, blz. 13. (5) PB L 61 van 18.3.1995, blz. 1. (6) PB L 86 van 28.3.1997, blz. 4. BIJLAGE >PIC FILE= "L_2000068NL.007002.EPS"> >PIC FILE= "L_2000068NL.007101.EPS"> >PIC FILE= "L_2000068NL.007201.EPS"> >PIC FILE= "L_2000068NL.007301.EPS"> >PIC FILE= "L_2000068NL.007401.EPS"> >PIC FILE= "L_2000068NL.007501.EPS"> >PIC FILE= "L_2000068NL.007601.EPS"> >PIC FILE= "L_2000068NL.007701.EPS"> >PIC FILE= "L_2000068NL.007801.EPS"> >PIC FILE= "L_2000068NL.007901.EPS">