28.1.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 31/27 |
OPROEP TOT HET INDIENEN VAN VOORSTELLEN 2021
MULTIPROGRAMMA’S
Subsidies voor voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende landbouwproducten uitgevoerd op de interne markt en in derde landen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad
(2021/C 31/07)
Inhoudsopgave
0. |
Inleiding | 29 |
1. |
Achtergrond | 30 |
2. |
Doelstellingen — thema’s & prioriteiten — activiteiten die kunnen worden gefinancierd — verwachte impact | 30 |
AGRIP-MULTI-2021-IM | 30 |
Doelstellingen | 30 |
AGRIP-MULTI-2021-IM-ORGANIC | 31 |
Doelstellingen | 31 |
AGRIP-MULTI-2021-IM-SUSTAINABLE | 31 |
Doelstellingen | 31 |
AGRIP-MULTI-2021-IM-PROPER-DIET | 32 |
Doelstellingen | 32 |
AGRIP-MULTI-2021-TC-ALL | 32 |
Doelstellingen | 32 |
AGRIP-MULTI-2021-TC-ORGANIC | 32 |
Doelstellingen | 32 |
Activiteiten die kunnen worden gefinancierd | 32 |
Verwachte effecten | 32 |
3. |
Beschikbaar budget | 33 |
4. |
Tijdschema en deadlines | 34 |
5. |
Ontvankelijkheid | 34 |
6. |
Subsidiabiliteit | 35 |
In aanmerking komende deelnemers | 35 |
Samenstelling van het consortium | 37 |
Subsidiabele activiteiten | 37 |
Geografische locatie (doellanden) | 39 |
Looptijd | 39 |
7. |
Financiële draagkracht, operationele capaciteit en uitsluiting | 39 |
Financiële draagkracht | 39 |
Operationele capaciteit | 39 |
Uitsluiting | 40 |
8. |
Evaluatie- en toekenningsprocedure | 41 |
9. |
Toekenningscriteria | 41 |
10. |
Juridische en financiële opzet van de subsidieovereenkomsten | 42 |
Aanvangsdatum en duur van het project | 42 |
Resultaten | 43 |
Vormen van financiering, financieringspercentage en maximaal subsidiebedrag | 43 |
Begrotingscategorieën en regels inzake subsidiabiliteit van kosten | 43 |
Regels inzake verslaglegging en wijze van betaling | 44 |
Certificaten | 44 |
Aansprakelijkheidsregeling voor terugvorderingen | 44 |
Voorfinancieringsgaranties | 44 |
Bepalingen inzake de uitvoering van het project | 45 |
Niet-naleving en contractbreuk | 45 |
11. |
Ondersteuning | 45 |
12. |
Belangrijk | 46 |
0. Inleiding
Dit is een oproep tot het indienen van voorstellen voor actiesubsidies van de EU op het gebied van voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende Europese landbouwproducten (Agrip-programma) die via multiprogramma’s op de interne markt en in derde landen worden uitgevoerd.
Het regelgevend kader voor dit EU-financieringsprogramma wordt beschreven in:
— |
Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (1) (Financieel Reglement van de EU); |
— |
de basishandeling (Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad (2)); |
— |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1829 van de Commissie (3), en |
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1831 van de Commissie (4). |
De oproep wordt gedaan in overeenstemming met het werkprogramma voor 2021 (5) en wordt beheerd door het Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding (Chafea), dat door de Europese Commissie is belast met het beheer van het afzetbevorderingsbeleid.
De oproep omvat de volgende vier onderwerpen op de interne markt:
— |
AGRIP-MULTI-2021-IM (onderwerp 1) — interne markt |
— |
AGRIP-MULTI-2021-IM-ORGANIC (onderwerp 2) — interne markt |
— |
AGRIP-MULTI-2021-IM-SUSTAINABLE (onderwerp 3) — interne markt |
— |
AGRIP-MULTI-2021-IM-PROPER-DIET (onderwerp 4) — interne markt |
Daarnaast omvat de oproep de volgende twee onderwerpen in derde landen:
— |
AGRIP-MULTI-2021-TC-ALL (onderwerp 5) — derde landen |
— |
AGRIP-MULTI-2021-TC-ORGANIC (onderwerp 6) — derde landen |
Wij verzoeken u de documentatie van de oproep op de pagina met onderwerpen van het financierings- en aanbestedingsportaal zorgvuldig te lezen, en in het bijzonder dit oproepdocument, de modelsubsidieovereenkomst, de onlinehandleiding voor het financierings- en aanbestedingsportaal van de EU, de Agrip-programmagids en de geannoteerde subsidieovereenkomst voor EU-subsidies.
In deze documenten vindt u verduidelijkingen en antwoorden op vragen die u bij het opstellen van uw aanvraag kunt hebben:
— |
Het oproepdocument bevat een beschrijving van:
|
— |
De onlinehandleiding en de Agrip-programmagids bevatten:
|
— |
De geannoteerde subsidieovereenkomst voor subsidies bevat:
|
Ook raden wij u aan het portaal voor afzetbevordering van landbouwproducten te bezoeken om de lijst van eerder gefinancierde projecten te raadplegen.
1. Achtergrond
De algemene doelstelling van het Agrip-programma is het concurrentievermogen van de landbouwsector van de EU te verbeteren.
De specifieke doelstellingen van dit programma zijn:
a) |
meer bekendheid geven aan de voordelen van landbouwproducten uit de EU en de hoge normen die aan de productiemethoden in de Unie worden gesteld; |
b) |
het concurrentievermogen en de consumptie van landbouwproducten en bepaalde levensmiddelen uit de EU vergroten en het profiel ervan zowel binnen als buiten de EU verhogen; |
c) |
de bekendheid met en erkenning van kwaliteitsregelingen van de EU verhogen; |
d) |
het marktaandeel van landbouwproducten en bepaalde levensmiddelen uit de EU uitbreiden, met specifieke aandacht voor de markten in derde landen die het grootste groeipotentieel bieden; |
e) |
de normale marktomstandigheden herstellen in geval van ernstige marktverstoringen, verlies van vertrouwen bij de consument of andere specifieke problemen. |
2. Doelstellingen — thema’s & prioriteiten — activiteiten die kunnen worden gefinancierd — verwachte impact
AGRIP-MULTI-2021-IM
Doelstellingen
— |
Voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s die gericht zijn op het verhogen van de bekendheid met en de erkenning van kwaliteitsregelingen van de Unie als bedoeld in artikel 5, lid 4, onder a) en c), van Verordening (EU) nr. 1144/2014 hebben tot doel te zorgen voor een betere bekendheid met en erkenning van kwaliteitsregelingen van de Unie, te weten:
Een van de verwachte resultaten is dat meer Europese consumenten het bij de kwaliteitsregelingen van de Unie horende logo zullen herkennen. Volgens een speciale Eurobarometer-enquête (nr. 504) herkent slechts 14 % van de Europese consumenten het logo van producten met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB), 20 % herkent een beschermde geografische aanduiding (BGA) en 14 % het logo voor gegarandeerde traditionele specialiteit (GTS), terwijl dit de voornaamste kwaliteitsregelingen van de Unie zijn. Het verwachte eindresultaat is dat de bekendheid met de kwaliteitsregeling van de Unie wordt verhoogd, dat het concurrentievermogen en de consumptie van de in het kader van een kwaliteitsregeling van de Unie geregistreerde landbouwproducten en levensmiddelen worden vergroot, het profiel ervan wordt verhoogd en het marktaandeel ervan wordt uitgebreid, |
OF
— |
voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s om de aandacht te vestigen op de specifieke kenmerken van de landbouwmethoden in de Unie en de kenmerken van de Europese landbouwproducten en levensmiddelen en op de kwaliteitsregelingen als bedoeld in artikel 5, lid 4, onder d), van Verordening (EU) nr. 1144/2014. |
Hiermee wordt beoogd de aandacht te vestigen op ten minste een van de specifieke kenmerken van de landbouwproductiemethoden van de Unie, uit het oogpunt van met name voedselveiligheid, traceerbaarheid, authenticiteit, etikettering, aspecten betreffende voedingswaarde en gezondheid (met inbegrip van goede eetgewoonten en verantwoord gebruik van in aanmerking komende alcoholische dranken) en dierenwelzijn, en op de kenmerken van landbouwproducten en levensmiddelen, met name uit het oogpunt van hun kwaliteit, smaak, verscheidenheid of tradities.
Het verwachte resultaat is dat de kennis van de consument over de voordelen van de landbouwproducten van de Unie toeneemt en dat het concurrentievermogen en de consumptie van de betrokken landbouwproducten en levensmiddelen van de Unie worden vergroot, het profiel ervan wordt verhoogd en het marktaandeel ervan wordt uitgebreid.
AGRIP-MULTI-2021-IM-ORGANIC
Doelstellingen
Beoogd wordt de bekendheid met en de erkenning van de kwaliteitsregeling van de Unie voor biologische productie te verhogen.
Voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s met betrekking tot de kwaliteitsregeling van de Unie voor de biologische productiewijze moeten een belangrijke prioriteit op de interne markt zijn aangezien deze regeling consumenten garanties biedt inzake de duurzaamheid, kwaliteit en kenmerken van het product of het gevolgde productieproces en de milieuvoordelen die ze opleveren, meerwaarde voor de betrokken producten creëert en de marktkansen ervan vergroot.
Een van de verwachte resultaten is dat nog meer Europese consumenten het biologische EU-logo zullen herkennen. Volgens een speciale Eurobarometer-enquête (nr. 504) is de bekendheid van het EU-logo voor de biologische landbouw sinds 2017 met 29 procentpunten gestegen en wordt dit logo door 56 % van de Europese consumenten herkend.
Het verwachte eindresultaat is dat de bekendheid met de kwaliteitsregeling van de Unie voor biologische productie toeneemt en dat het concurrentievermogen en de consumptie van biologische producten worden vergroot, het profiel ervan wordt verhoogd en het marktaandeel ervan wordt uitgebreid.
AGRIP-MULTI-2021-IM-SUSTAINABLE
Doelstellingen
Acties zouden de aandacht moeten vestigen op de duurzaamheid van de landbouw in de EU en nadruk moeten leggen op de positieve rol voor klimaatactie en het milieu.
In het kader van de acties dient aandacht te worden besteed aan de wijze waarop het gepromote product/de gepromote producten en de bijbehorende productiemethode(n) een bijdrage leveren aan:
a) |
het beperken van de klimaatverandering (bijv. een vermindering van de broeikasgasemissies) en/of aan aanpassingen aan de klimaatverandering (bijv. waterbesparing, klimaatresistente gewassen en soorten gewassen), en |
b) |
minimaal een van de volgende doelstellingen:
|
AGRIP-MULTI-2021-IM-PROPER-DIET
Doelstellingen
De Europese Commissie zet zich in voor het bevorderen van goede eetgewoonten, overeenkomstig haar witboek over een strategie voor aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties (6). De acties zullen de aandacht vestigen op de voordelen van de consumptie van verse groenten en vers fruit in een evenwichtig dieet. De boodschappen zouden zich met name moeten richten op: het streven om dagelijks minstens vijf gevarieerde porties groenten en fruit in te nemen, de plaats van groenten en fruit in de voedselpiramide, de gunstige invloed op de gezondheid enzovoorts.
Beoogd wordt de consumptie van verse groenten en vers fruit in de EU te verhogen door consumenten voor te lichten over evenwichtige en goede eetgewoonten.
Het verwachte eindresultaat is dat het concurrentievermogen en de consumptie van de betrokken groenten en fruit in de Unie worden vergroot, het profiel ervan wordt verhoogd en het marktaandeel ervan wordt uitgebreid.
AGRIP-MULTI-2021-TC-ALL
Doelstellingen
De voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s zijn op een of meerdere derde landen gericht.
De doelstellingen van deze programma’s zijn in overeenstemming met de algemene en specifieke doelstellingen van artikel 2 en de in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1144/2014 vermelde doelen, waarbij in het bijzonder de aandacht wordt gevestigd op de specifieke kenmerken van de landbouwproductiemethoden in de Unie uit het oogpunt van met name voedselveiligheid, traceerbaarheid, authenticiteit, etikettering, aspecten betreffende voedingswaarde en gezondheid, dierenwelzijn, milieuzorg en duurzaamheid en de kenmerken van landbouwproducten en levensmiddelen van de EU, met name uit het oogpunt van hun kwaliteit, smaak, verscheidenheid of tradities.
Het verwachte eindresultaat is dat het concurrentievermogen en de consumptie van de landbouwproducten en levensmiddelen van de Unie worden vergroot, het profiel ervan wordt verhoogd en het marktaandeel ervan in de betrokken landen wordt uitgebreid.
AGRIP-MULTI-2021-TC-ORGANIC
Doelstellingen
Beoogd wordt de bekendheid met en de erkenning van de kwaliteitsregeling van de Unie voor biologische productie in derde landen te verhogen.
Voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s met betrekking tot de kwaliteitsregeling van de Unie voor de biologische productiewijze moeten een belangrijke prioriteit zijn aangezien deze regeling consumenten garanties biedt inzake de duurzaamheid, kwaliteit en kenmerken van het product of het gevolgde productieproces en de milieuvoordelen die ze opleveren, meerwaarde voor de betrokken producten creëert en de marktkansen ervan vergroot.
Het verwachte eindresultaat is dat de bekendheid met de kwaliteitsregeling van de Unie voor biologische productie toeneemt en dat het concurrentievermogen en de consumptie van biologische producten worden vergroot, het profiel ervan wordt verhoogd en het marktaandeel ervan wordt uitgebreid.
Activiteiten die kunnen worden gefinancierd
De activiteiten die in het kader van deze oproep kunnen worden gefinancierd, zijn voorlichtings- en promotiecampagnes die betrekking hebben op in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1144/2014 genoemde producten en regelingen. Meer informatie is te vinden in punt 6 over “Subsidiabele activiteiten”.
Verwachte effecten
Het verwachte eindresultaat van deze oproep tot het indienen van voorstellen is dat het concurrentievermogen en de consumptie van Europese landbouwproducten en levensmiddelen worden vergroot en/of dat de bekendheid met de kwaliteitsregeling van de Unie voor biologische productie toeneemt, het profiel ervan wordt verhoogd en het marktaandeel ervan in de betrokken landen wordt uitgebreid.
Ga voor meer informatie over afzetbevordering van landbouwproducten naar https://ec.europa.eu/chafea/agri/en
3. Beschikbaar budget
Het beschikbare budget voor de oproep bedraagt 82 400 000 EUR.
Dit budget kan worden verhoogd met maximaal 20 %.
Specifieke begrotingsinformatie per onderwerp is te vinden in onderstaande tabel.
Interne markt
Onderwerp |
Budget per onderwerp |
Gegevens per onderwerp |
1 — AGRIP-MULTI-2021-IM |
4 200 000 EUR |
Voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s die gericht zijn op het verhogen van de bekendheid met en de erkenning van kwaliteitsregelingen van de Unie als bedoeld in artikel 5, lid 4, onder a) en c), van Verordening (EU) nr. 1144/2014 OF Voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s om aandacht te vestigen op de specifieke kenmerken van landbouwmethoden in de Unie en de kenmerken van de Europese landbouwproducten en levensmiddelen en op de kwaliteitsregelingen als bedoeld in artikel 5, lid 4, onder d), van Verordening (EU) nr. 1144/2014 |
2 — AGRIP-MULTI-2021-IM-ORGANIC |
17 000 000 EUR |
Voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s die gericht zijn op het verhogen van de bekendheid met en de erkenning van de kwaliteitsregeling van de Unie voor de biologische productiewijze zoals bedoeld in artikel 5, lid 4, onder b), van Verordening (EU) nr. 1144/2014 |
3 — AGRIP-MULTI-2021-IM-SUSTAINABLE |
12 000 000 EUR |
Programma’s voor het vergroten van de bekendheid van duurzame landbouw in de Unie en van de rol van de agrovoedingssector voor klimaatactie en het milieu |
4 — AGRIP-MULTI-2021-IM-PROPER DIET |
10 000 000 EUR |
Voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s die gericht zijn op het verhogen van de consumptie van verse groenten en vers fruit op de interne markt in het kader van evenwichtige en goede eetgewoonten (*1). Producten die subsidiabel zijn in het kader van dit onderwerp: producten die zijn opgenomen in bijlage I, deel IX, en verse bananen in bijlage I, deel XI, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad. |
Derde landen
Onderwerp |
Budget per onderwerp |
Gegevens per onderwerp |
5 — AGRIP-MULTI-2021-TC-ALL |
25 200 000 EUR |
Voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s gericht op (een) derde land(en) (*2) |
6 — AGRIP-MULTI-2021-TC-ORGANIC |
14 000 000 EUR |
Voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s betreffende biologische producten in het kader van de kwaliteitsregeling van de Unie zoals omschreven in artikel 5, lid 4, onder b), van Verordening (EU) nr. 1144/2014 in (een) derde land(en) (*3) |
De beschikbaarheid van het budget voor de oproep hangt af van de vaststelling van de begroting 2021 door de begrotingsautoriteit van de EU.
Wij behouden ons het recht voor om, afhankelijk van de ontvangen voorstellen en de resultaten van de evaluatie, niet alle beschikbare middelen toe te wijzen of de middelen te herverdelen tussen de prioriteiten van de oproep.
Indien de ranglijst voor een bepaald onderwerp onvoldoende voorstellen bevat om het uitgetrokken bedrag in zijn geheel te gebruiken, mag het resterende bedrag aan andere onderwerpen worden toegewezen aan de hand van de volgende criteria:
(a) |
het totaal van het restant van het uitgetrokken bedrag voor de vier onderwerpen op de interne markt zal worden toegewezen aan de op de interne markt gerichte projecten met de hoogste kwaliteitsscore, ongeacht het onderwerp waarvoor zij zijn aangevraagd; |
(b) |
dezelfde aanpak wordt gehanteerd voor de twee onderwerpen voor derde landen; |
(c) |
indien het uitgetrokken bedrag nog steeds niet geheel is opgebruikt, zullen de resterende bedragen voor de interne markt en de derde landen worden samengevoegd en toegewezen aan projecten met de hoogste kwaliteitsscore, ongeacht de prioriteit en het onderwerp waarvoor zij zijn aangevraagd. |
4. Tijdschema en deadlines
Tijdschema en deadlines |
|
Bekendmaking van de oproep tot het indienen van voorstellen: |
28 januari 2021 |
Uiterste datum voor indiening: |
28 april 2021, 17.00 uur MET (Brussel) |
Evaluatie: |
april-september 2021 |
Informatie over evaluatieresultaten: |
september 2021 |
Ondertekening van de subsidieovereenkomst: |
< januari 2022 |
5. Ontvankelijkheid
De aanvragen moeten worden ingediend vóór de sluitingsdatum van de oproep (zie punt 3, tijdschema).
De aanvragen moeten elektronisch worden ingediend via het elektronische indieningssysteem van het portaal (toegankelijk via de pagina met onderwerpen van oproepen in het onderdeel Search Funding & Tenders). Het is NIET mogelijk om aanvragen op papier in te dienen.
Voorstellen (ook bijlagen en bewijsstukken) moeten worden ingediend met behulp van de formulieren die zijn verstrekt binnen het indieningssysteem ( NIET de documenten die beschikbaar zijn op de pagina met onderwerpen — deze dienen slechts ter informatie).
Aanvragen moeten volledig zijn en alle onderdelen en verplichte bijlagen en bewijsstukken bevatten.
Het aanvraagformulier bestaat uit:
— |
deel A (direct online in te vullen) — bevat administratieve informatie over de deelnemers (toekomstige coördinator en begunstigden) en het beknopte budget voor het project; |
— |
deel B (te downloaden van het indieningssysteem van het portaal, in te vullen en vervolgens samenstellen en als pdf in het systeem uploaden) — bevat de technische beschrijving van het project; |
— |
verplichte bijlagen en bewijsstukken (te uploaden als pdf-bestanden). |
Bij het indienen van een voorstel moet u bevestigen dat u een mandaat hebt om voor alle aanvragers op te treden. Bovendien moet u bevestigen dat de informatie in de aanvraag correct en volledig is en dat de deelnemers voldoen aan de voorwaarden om EU-subsidie te ontvangen (met name wat betreft subsidiabiliteit, financiële en operationele capaciteit, uitsluiting enz.). Vóór de ondertekening van de subsidieovereenkomst moet elke begunstigde dit opnieuw bevestigen door de ondertekening van een verklaring op erewoord. Voorstellen zonder volledige ondersteuning worden afgewezen.
Uw aanvraag moet leesbaar, toegankelijk en printbaar zijn.
Voorstellen moeten beperkt worden tot 70 pagina’s. Eventuele extra pagina’s worden in de evaluatie niet in aanmerking genomen.
Mogelijk wordt u in een later stadium gevraagd om aanvullende documenten (voor validering van de juridische entiteit, controle van financiële draagkracht, validering van bankrekeningen enz.).
Verplichte bijlagen en bewijsstukken
Verplichte bijlagen en bewijsstukken (rechtstreeks beschikbaar in het indieningssysteem) voor deze oproep zijn:
— |
gedetailleerde begrotingstabel; |
— |
cv’s van de projectbeheerder en eventueel van het projectteam; |
— |
activiteitenverslagen van vorig jaar; |
— |
lijst van alle door de EU gefinancierde projecten in de afgelopen drie jaar, met vermelding van de eerdere projecten waarvan het voorstel een voortzetting is overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1829; |
— |
bewijsstukken voor elke aanvrager waaruit blijkt dat de aanvragers organisaties of instanties zijn als bedoeld in artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1144/2014, documentatie waaruit blijkt dat zij voldoen aan de representativiteitscriteria van artikel 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/1829 (zie punt hieronder), samen met de documenten voor juridische entiteiten. |
Zie de onlinehandleiding voor meer informatie over de indieningsprocedure (met inbegrip van IT-aspecten).
6. Subsidiabiliteit
In aanmerking komende deelnemers
Om in aanmerking te komen moeten aanvragers tot een van de volgende categorieën behoren:
— |
juridische entiteiten (openbare of particuliere organisaties); |
— |
die gevestigd zijn in een EU-lidstaat (met inbegrip van landen en gebieden overzee (LGO)); |
— |
in aanmerking komende organisaties of instanties als bedoeld in artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1144/2014:
|
De voornoemde indienende organisaties mogen een voorstel indienen mits zij representatief zijn voor de sector of het product waarop het voorstel betrekking heeft, overeenkomstig de voorwaarden in artikel 1, lid 1, of artikel 1, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1829, namelijk:
— |
een beroeps- of brancheorganisatie die is gevestigd in een lidstaat of op Unieniveau, als bedoeld in artikel 7, lid 1, respectievelijk onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 1144/2014, wordt geacht representatief te zijn voor de sector waarop het programma betrekking heeft:
|
— |
een in artikel 7, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1144/2014 bedoelde groepering als gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (9) wordt geacht representatief te zijn voor de benaming die krachtens de laatstgenoemde verordening beschermd is en onder dat programma valt, wanneer deze groepering ten minste 50 % van het volume of de waarde van de verhandelbare productie van het (de) product(en) met de beschermde benaming vertegenwoordigt; |
— |
een producentenorganisatie of een unie van producentenorganisaties als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1144/2014 wordt geacht representatief te zijn voor het (de) product(en) of de sector waarop het programma betrekking heeft, wanneer ze erkend is door de lidstaat overeenkomstig artikel 154 of artikel 156 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 of artikel 14 van Verordening (EU) nr. 1379/2013; |
— |
een instantie van de agrovoedingssector als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 1144/2014 wordt geacht representatief te zijn voor de sector(en) waarop het programma betrekking heeft via vertegenwoordigers van dat product (die producten) of die sector bij haar leden. |
Een lagere representativiteitsdrempel dan 50 % kan worden aanvaard indien de indienende organisatie in haar voorstel aantoont dat er bijzondere omstandigheden zijn, onder meer via gegevens over de marktstructuur, die een grond zijn om haar als representatief voor het (de) betrokken product(en) of de betrokken sector te behandelen.
De begunstigden moeten zich — vóór de indiening van het voorstel — in het deelnemersregister inschrijven en moeten worden gevalideerd door de centrale valideringsdienst (REA Validation). Voor de validering zal hun worden verzocht documenten te uploaden ten bewijze van de juridische status en herkomst.
Andere entiteiten kunnen deelnemen in andere rollen in het consortium, zoals geassocieerde partners, subcontractanten, derden die bijdragen in natura leveren enz. (zie punt 12).
Specifieke gevallen
Entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid — Entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid krachtens het toepasselijke nationale recht kunnen bij wijze van uitzondering deelnemen, mits hun vertegenwoordigers bevoegd zijn om in naam van de entiteit juridische verbintenissen aan te gaan en zij, wat de bescherming van de financiële belangen van de EU betreft, gelijkwaardige garanties bieden als rechtspersonen (10).
Verenigingen en belangengroepen — Uit leden bestaande entiteiten mogen deelnemen als “enige begunstigden” of als “begunstigden zonder rechtspersoonlijkheid” (11).
Indien de actie door de leden wordt uitgevoerd, moeten zij echter ook deelnemen (hetzij als begunstigden of als ontvangers van financiële steun aan derden, anders zijn hun kosten niet subsidiabel).
Beperkende maatregelen van de EU — Bijzondere regels gelden voor bepaalde entiteiten (bijv. entiteiten die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen van de EU op grond van artikel 29 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) (12) , en entiteiten die vallen onder Richtsnoeren 2013/C 205/05 van de Commissie (13)). Dergelijke entiteiten komen niet in aanmerking voor deelname in enige hoedanigheid, ook niet als begunstigden, geassocieerde partners, derden die bijdragen in natura leveren, subcontractanten of ontvangers van financiële steun aan derden (indien van toepassing).
Zie voor meer informatie de regels betreffende validering juridische entiteit, AVE-aanstelling en beoordeling financiële draagkracht.
Samenstelling van het consortium
De voorstellen moeten worden ingediend door een consortium van twee of meer in artikel 7, lid 1, onder a), c) en d), van Verordening (EU) nr. 1144/2014 bedoelde organisaties uit ten minste twee lidstaten en moeten voldoen aan de voorwaarden inzake representativiteit voor het product van de gepromote sector.
Voorstellen van individuele aanvragers zijn NIET toegestaan, behalve in het geval van beroeps- of brancheorganisaties van de Unie die op Unieniveau representatief zijn voor het betrokken product of de betrokken sector (artikel 7, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1144/2014). In dat geval zijn aanvragen met één begunstigde toegestaan.
Subsidiabele activiteiten
De subsidiabele activiteiten zijn die welke in punt 2 hierboven zijn vermeld.
De voorlichtings- en afzetbevorderingscampagnes kunnen de volgende activiteiten omvatten:
1. |
Projectbeheer |
2. |
Public relations
|
3. |
Website, sociale media
|
4. |
Reclame
|
5. |
Communicatie-instrumenten
|
6. |
Evenementen
|
7. |
Promotie op verkooppunten
|
Proeverijen en uitdelingen van monsters zijn niet toegestaan in het kader van campagnes over verantwoorde drinkpatronen die op de interne markt worden uitgevoerd; deze activiteiten zijn echter acceptabel wanneer ze dienen ter aanvulling en ondersteuning van de voorlichting over kwaliteitsregelingen en biologische productiemethoden.
De activiteiten moeten complementair zijn aan en niet overlappen met activiteiten die worden gefinancierd uit hoofde van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en/of via de financiële middelen of instrumenten van de verschillende lidstaten ter ondersteuning van de afzetbevordering van landbouwproducten op nationaal niveau. De projecten moeten zo worden ingericht dat ze andere particuliere of openbare activiteiten aanvullen die door de indienende organisatie(s) in de doelmarkten wordt/worden uitgevoerd; er moeten synergieën worden gecreëerd met deze activiteiten.
Bij de projecten moet rekening worden gehouden met de resultaten van eerdere medegefinancierde campagnes, waarbij de impact ervan en de redenen voor herindiening duidelijk worden beschreven.
De complementariteit moet worden beschreven in het projectvoorstel (deel B van het aanvraagformulier).
De projecten moeten in overeenstemming zijn met de belangen en prioriteiten van het EU-beleid (zoals milieu-, klimaat-, sociaal, ontwikkelings- en handelsbeleid enz.).
De voorstellen moeten:
a) |
in overeenstemming zijn met de regelgeving van de Unie die van toepassing is op de betrokken producten en de afzet daarvan, en moeten een Uniedimensie hebben; |
b) |
voorstellen voor de interne markt die betrekking hebben op een of meer regelingen als bedoeld in artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1144/2014 moeten in hun hoofdboodschap van de Unie op die regeling(en) zijn toegespitst. Wanneer een of meerdere producten de regeling(en) binnen dit programma illustreren, moet dit product/moeten deze producten qua boodschap ondergeschikt zijn aan de hoofdboodschap van de Unie; |
c) |
door een multiprogramma uitgedragen boodschappen die informatie bevatten over de effecten op de gezondheid, moeten:
|
d) |
voorstellen die worden voorgesteld om oorsprongen of handelsmerken te vermelden, moeten voldoen aan de regels als bedoeld in punt II van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1831. |
Ten behoeve van de beoordeling van de subsidiabiliteit van de activiteiten moet de volgende informatie worden verstrekt:
— |
voor voorstellen die betrekking hebben op nationale kwaliteitsregelingen: documentatie of een verwijzing naar openbaar toegankelijke bronnen waarmee wordt aangetoond dat de kwaliteitsregeling door de lidstaat officieel is erkend; |
— |
voor voorstellen die zich richten op de interne markt en een boodschap uitdragen betreffende goede eetgewoonten of verantwoord alcoholgebruik: een beschrijving hoe het voorgestelde programma en zijn boodschap(pen) aansluiten bij de nationale voorschriften op het gebied van volksgezondheid in de lidstaat waar het programma zal worden uitgevoerd (met inbegrip van verwijzingen of documentatie ter staving van deze bewering). |
— |
voor voorstellen ter bevordering van duurzame producten of productiemethoden: documentatie of een verwijzing naar openbaar toegankelijke bronnen waaruit blijkt dat het product/de methode als duurzaam is gecertificeerd. |
Financiële steun aan derden is toegestaan voor subsidies onder de volgende voorwaarden:
— |
de financiële steun wordt alleen verleend aan entiteiten die met de begunstigde verbonden zijn (15) en die reeds in het projectvoorstel zijn vermeld; |
— |
in het project zijn het maximumbedrag vermeld van de financiële steun aan elke derde en de criteria en procedures voor het verlenen van de financiële steun; |
— |
de begunstigden zorgen ervoor dat de kosten die voor de actie in rekening worden gebracht beperkt blijven tot de daadwerkelijk door die derden gemaakte kosten en dat de entiteiten het beginsel van goed financieel beheer naleven en hun kosten bijhouden. |
Geografische locatie (doellanden)
Aanvragen moeten betrekking hebben op activiteiten die gericht zijn op een of meer landen die onder het gekozen onderwerp van de oproep vallen.
Looptijd
De projecten moeten een looptijd van minimaal 12 en maximaal 36 maanden hebben.
In de voorstellen moet de looptijd van de actie worden gespecificeerd.
7. Financiële draagkracht, operationele capaciteit en uitsluiting
Financiële draagkracht
Aanvragers moeten over stabiele en toereikende middelen beschikken om de projecten met succes te kunnen uitvoeren en hun bijdrage te kunnen leveren. Organisaties die aan verschillende projecten deelnemen, moeten over voldoende capaciteit beschikken om al deze projecten te kunnen uitvoeren.
De financiële draagkracht zal worden gecontroleerd aan de hand van de documenten die u tijdens de voorbereiding van de subsidie wordt verzocht te uploaden naar het deelnemersregister (bijv. winst-en-verliesrekening en balans, bedrijfsplan, controleverslag van een erkende externe accountant waarin de rekeningen voor het laatste afgesloten boekjaar worden goedgekeurd enz.). De analyse zal gebaseerd zijn op neutrale financiële indicatoren, maar er wordt ook rekening gehouden met elementen zoals de afhankelijkheid van EU-financiering en het tekort en de inkomsten tijdens de afgelopen jaren.
De controle wordt normaal gesproken uitgevoerd voor alle begunstigden, behalve:
— |
publiekrechtelijke lichamen (entiteiten die als publiekrechtelijk lichaam naar nationaal recht zijn opgericht, met inbegrip van lokale, regionale of nationale instanties) of internationale organisaties; |
— |
indien het individuele aangevraagde subsidiebedrag niet meer dan 60 000 EUR bedraagt. |
Indien wij van mening zijn dat uw financiële draagkracht onvoldoende is, kunnen wij verzoeken om:
— |
meer informatie; |
— |
aanscherping van de financiële verantwoordelijkheid, d.w.z. hoofdelijke aansprakelijkheid van alle begunstigden (zie punt 10 hieronder); |
— |
een of meer voorfinancieringsgaranties (zie punt 10 hieronder), |
of
— |
wij kunnen verzoeken u te vervangen of, indien nodig, het gehele voorstel afwijzen. |
Zie voor meer informatie de regels betreffende validering juridische entiteit, AVE-aanstelling en beoordeling financiële draagkracht.
Operationele capaciteit
Aanvragers moeten over de nodige kennis, kwalificaties en middelen beschikken om het project met succes te kunnen uitvoeren (zij moeten onder meer voldoende ervaring hebben met projecten van vergelijkbare omvang en aard).
Aanvragers moeten aantonen dat minstens één natuurlijke persoon die werkzaam is ingevolge een arbeidsovereenkomst met de aanvrager of is toegewezen aan de actie op grond van een soortgelijke aanstelling, detachering tegen betaling of een ander soort rechtstreekse overeenkomst (bijv. met betrekking tot de verlening van diensten), zal worden aangesteld als projectbeheerder. De projectbeheerder moet minstens drie jaar ervaring in projectbeheer hebben.
De operationele capaciteit wordt beoordeeld als onderdeel van het toekenningscriterium “kwaliteit” op basis van de competentie en ervaring van de aanvragers en hun projectteam, met inbegrip van operationele (personele, technische en overige) middelen of bij wijze van uitzondering de voorgestelde maatregelen om deze capaciteit te verkrijgen op het moment dat met de tenuitvoerlegging wordt begonnen.
Bij een positieve beoordeling van het toekenningscriterium worden de aanvragers geacht over voldoende operationele capaciteit te beschikken.
De aanvragers moeten hun capaciteit aantonen aan de hand van de volgende informatie in het aanvraagformulier (deel B):
— |
algemene profielen (kwalificaties en ervaring) van het personeel dat verantwoordelijk is voor het beheer en de uitvoering van het project (bijv. cv’s van projectbeheerder, kernprojectteam enz.); |
— |
de activiteitenverslagen van de aanvragers van het voorgaande jaar; |
— |
een lijst van door de EU gefinancierde projecten in de afgelopen drie jaar. |
Er kan om aanvullende bewijsstukken worden verzocht indien zulks noodzakelijk is om de operationele capaciteit van een aanvrager te bevestigen.
Uitsluiting
Aanvragers aan wie een bestuursrechtelijke sanctie van de EU is opgelegd (d.w.z. een uitsluitingsbesluit of een beslissing houdende een geldelijke sanctie) (16), of die zich in een of meer van de volgende uitsluitingssituaties bevinden, zijn van EU-subsidies uitgesloten en kunnen derhalve NIET deelnemen:
— |
in staat van faillissement of van liquidatie, onder curatele staan, surseance van betaling, regeling met schuldeisers, werkzaamheden gestaakt of andere soortgelijke procedures (met inbegrip van procedures voor personen die onbeperkt aansprakelijk zijn voor de schulden van de aanvrager); |
— |
niet voldaan aan belasting- en socialezekerheidsverplichtingen (ook als dit geldt voor personen die onbeperkt aansprakelijk zijn voor de schulden van de aanvrager); |
— |
schuldig aan een ernstige beroepsfout (17) (ook als dit geldt voor personen met vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid, uiteindelijke begunstigden of personen die essentieel zijn voor de toekenning/uitvoering van de subsidie); |
— |
zich schuldig hebben gemaakt aan fraude, corruptie, banden met een criminele organisatie, witwassen van geld, terroristische misdrijven (met inbegrip van terrorismefinanciering), kinderarbeid of mensenhandel (ook als dit geldt voor personen met vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid, uiteindelijke begunstigden of personen die essentieel zijn voor de toekenning/uitvoering van de subsidie); |
— |
aanzienlijk tekortgeschoten zijn in de nakoming van belangrijke verplichtingen uit hoofde van een EU-overeenkomst op het gebied van aanbesteding, subsidie, prijs, deskundigen en dergelijke (ook als dit geldt voor personen met vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid, uiteindelijke begunstigden of personen die essentieel zijn voor de toekenning/uitvoering van de subsidie); |
— |
schuldig aan onregelmatigheden in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad (ook als dit geldt voor personen met vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid, uiteindelijke begunstigden of personen die essentieel zijn voor de toekenning/uitvoering van de subsidie); |
— |
in een ander rechtsgebied opgericht zijn met de bedoeling fiscale, sociale of andere wettelijke verplichtingen in het land van herkomst te omzeilen of met dit doel een andere entiteit opgericht hebben (ook als dit geldt voor personen met vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid, uiteindelijke begunstigden of personen die essentieel zijn voor de toekenning/uitvoering van de subsidie). |
Aanvragers zullen ook worden ook geweigerd als blijkt dat zij (18):
— |
tijdens de toekenningsprocedure valse verklaringen hebben afgelegd in de informatie die wordt verlangd als voorwaarde voor deelname of die informatie niet hebben verstrekt; |
— |
voorheen waren betrokken bij het opstellen van de oproep, indien zulks leidt tot vervalsing van de mededinging die niet op een andere wijze kan worden verholpen (belangenconflict). |
8. Evaluatie- en toekenningsprocedure
Voor de voorstellen wordt de normale indienings- en evaluatieprocedure gevolgd (eenfasige indiening + evaluatie in één stap).
De voorstellen worden getoetst op vormvereisten (ontvankelijkheid en subsidiabiliteit) en vervolgens (per onderwerp) door een evaluatiecommissie (bijgestaan door onafhankelijke externe deskundigen) geëvalueerd op basis van de operationele capaciteit en de toekenningscriteria (zie de punten 7 en 9), waarna zij volgens hun kwaliteitsscore in een ranglijst worden opgenomen.
Voor voorstellen met dezelfde score (binnen hetzelfde onderwerp) wordt een prioriteitsvolgorde bepaald volgens de volgende benadering:
Voor elke groep voorstellen met dezelfde score wordt, in aflopende volgorde vanaf de groep met de meeste punten, prioriteit verleend aan de voorstellen die de grootste diversiteit aan producten of doelmarkten in aanmerking nemen.
Dit betekent dat in het geval van twee of meer aanvragen met dezelfde score binnen hetzelfde onderwerp prioriteit wordt verleend aan aanvragen die, in de eerste plaats qua producten en in de tweede plaats qua doelmarkt nog niet in de hoger gerangschikte voorstellen zijn vertegenwoordigd.
Indien deze criteria niet kunnen worden toegepast, worden projecten met de hoogste score voor afzonderlijke toekenningscriteria geselecteerd.
De commissie zal eerst de projectscores op het toekenningscriterium “relevantie” vergelijken. Bij een gelijke score wordt de prioriteit bepaald op basis van de score op het criterium “impact”. Bij wederom een gelijke score wordt de prioriteit bepaald op basis van de score op het criterium “kwaliteit”.
De volgorde van de ranglijsten moet strikt worden gevolgd.
Alle aanvragers worden op de hoogte gebracht van hun evaluatieresultaat (brief met evaluatieresultaten). Succesvolle aanvragers worden uitgenodigd voor een subsidievoorbereiding; de anderen worden op de reservelijst geplaatst of afgewezen.
Geen financieringsverbintenis — Uitnodiging voor een subsidievoorbereiding houdt GEEN formele financieringsverbintenis in. Er moeten immers nog diverse juridische controles worden uitgevoerd voordat de subsidie wordt toegekend: validering van de juridische entiteit, financiële draagkracht, uitsluitingscontrole enz.
Als u van mening bent dat de evaluatieprocedure onjuist was, kunt u een klacht indienen (overeenkomstig de in de brief met evaluatieresultaten vermelde termijnen en procedures). Kennisgevingen die niet binnen tien dagen na verzending zijn geopend, worden geacht te zijn geraadpleegd en termijnen gelden vanaf de opening/inzage (zie ook de voorwaarden van het financierings- en aanbestedingsportaal).
De subsidievoorbereiding omvat een dialoog om de technische of financiële aspecten van het project verder uit te werken en kan tevens de verschaffing van aanvullende informatie van uw kant vereisen. In het kader van de voorbereiding kan ook worden gevraagd het voorstel aan te passen om met aanbevelingen van de evaluatiecommissie of met andere punten van zorg rekening te houden. Voldoen aan alle eisen is een basisvoorwaarde om de subsidie te ontvangen.
9. Toekenningscriteria
De toekenningscriteria voor deze oproep zijn als volgt:
— |
relevantie (25 punten):
|
— |
kwaliteit (50 punten):
|
— |
impact (25 punten):
|
Maximaal aantal punten: 100 punten.
Afzonderlijke drempels per criterium: 15/25 en 30/50 punten.
Totale drempel: 60 punten.
Voorstellen die de afzonderlijke drempels EN de totale drempel halen, komen voor financiering in aanmerking — binnen de limieten van het voor de oproep beschikbare budget. Andere voorstellen worden niet in aanmerking genomen.
10. Juridische en financiële opzet van de subsidieovereenkomsten
Bij een succesvolle evaluatie volgt er een uitnodiging voor uw project ter voorbereiding van de subsidie en wordt u gevraagd om samen met de EU-projectmedewerker de subsidieovereenkomst op te stellen.
In deze subsidieovereenkomst zijn het kader voor de toekenning van uw subsidie en de bijbehorende voorwaarden vastgelegd, met name wat betreft te behalen resultaten, verslaglegging en betalingen.
De modelsubsidieovereenkomst die zal worden gebruikt (en alle andere relevante templates en richtsnoeren) is te vinden in de referentiedocumenten van het portaal.
Aanvangsdatum en duur van het project
De aanvangsdatum en duur van het project worden vastgesteld in de subsidieovereenkomst (informatieblad, punt 1). De aanvangsdatum valt gewoonlijk na de ondertekening van de subsidieovereenkomst, doch uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van de subsidieovereenkomst. In uitzonderlijke gevallen kan op naar behoren gemotiveerde gronden toepassing met terugwerkende kracht worden toegestaan, maar nooit verder terug dan tot de indieningsdatum van het voorstel.
Projectduur: minimaal 12 en maximaal 36 maanden.
Resultaten
De projectspecifieke resultaten worden beheerd via het subsidiebeheersysteem in het portaal en worden opgenomen in bijlage 1 bij de subsidieovereenkomst.
Vormen van financiering, financieringspercentage en maximaal subsidiebedrag
De subsidieparameters (maximaal subsidiebedrag, financieringspercentage, totale subsidiabele kosten enz.) worden vastgesteld in de subsidieovereenkomst (informatieblad, punt 3 en artikel 5).
Projectbudget: onbeperkt. De toegekende subsidie kan lager zijn dan het aangevraagde bedrag.
Uitgekeerd wordt een subsidie op basis van de werkelijk gemaakte kosten waaronder ook andere soorten kosten en/of bijdragen kunnen vallen. Dit betekent dat ENKEL bepaalde soorten kosten (subsidiabele kosten) en ENKEL de werkelijk voor uw project gemaakte kosten worden vergoed (NIET de begrote kosten).
De kosten worden vergoed tegen het in de subsidieovereenkomst vastgestelde financieringspercentage (85 % voor begunstigden die gevestigd zijn in EU-lidstaten die financiële bijstand ontvangen en 80 % voor begunstigden uit andere landen).
Het winstverbod is van toepassing op organisaties met winstoogmerk die in het kader van deze oproep een aanvraag indienen. De subsidie mag GEEN winst opleveren. Als er toch sprake is van winst (d.w.z. ontvangsten + EU-subsidie overtreffen kosten), dan wordt deze in mindering gebracht op uw definitieve subsidiebedrag.
Bovendien kan het definitieve subsidiebedrag worden verlaagd in geval van niet-naleving van de subsidieovereenkomst (bijv. onjuiste uitvoering, niet-nakoming van verplichtingen enz.).
Begrotingscategorieën en regels inzake subsidiabiliteit van kosten
De begrotingscategorieën en de regels inzake subsidiabiliteit van kosten zijn vastgesteld in de subsidieovereenkomst (informatieblad, punt 3 en artikel 6).
— |
A. Personeelskosten
|
— |
B. Uitbestedingskosten |
— |
C.Aankoopkosten
|
— |
D. Andere kostencategorieën
|
— |
E. Indirecte kosten |
— |
personeelskosten:
|
— |
reis- & verblijfkosten: werkelijke kosten |
— |
kosten van uitrusting: afschrijving |
— |
andere kostencategorieën:
|
— |
btw: niet-aftrekbare btw is subsidiabel (NB: sinds 2013 is btw die is betaald door begunstigden die als overheidsinstantie handelende publiekrechtelijke lichamen zijn, NIET subsidiabel) |
— |
diversen:
|
Regels inzake verslaglegging en wijze van betaling
De regels inzake verslaglegging en wijze van betaling worden vastgelegd in de subsidieovereenkomst (informatieblad, punt 4 en de artikelen 21 en 22).
Na de ondertekening van de subsidieovereenkomst ontvangt u normaal gesproken voorfinanciering om aan het project te kunnen beginnen (kasmiddelen gelijk aan normaal gesproken 20 % van het maximale subsidiebedrag).
De voorfinanciering wordt uitbetaald binnen 30 dagen na inwerkingtreding/10 dagen vóór de aanvangsdatum/financiële garantie (indien nodig), naar gelang welke datum de laatste is.
Aan het einde van elk jaar van voltooide uitvoering van de actie wordt een tussentijdse betaling uitgevoerd (met gedetailleerde kostenopgave).
Aan het einde van het project wordt uw definitieve subsidiebedrag berekend. Indien het totaal van eerdere betalingen hoger is dan het definitieve subsidiebedrag vragen wij de coördinator het verschil terug te betalen (terugvordering).
Alle betalingen worden gedaan aan de coördinator.
Certificaten
Afhankelijk van het soort actie, de omvang van het subsidiebedrag en het soort begunstigden kan u worden verzocht verschillende certificaten over te leggen. Voor elk certificaat worden de types, schema’s en drempelwaarden vastgesteld in de subsidieovereenkomst (informatieblad, punt 4 en artikel 24).
Aansprakelijkheidsregeling voor terugvorderingen
De aansprakelijkheidsregeling voor terugvorderingen wordt vastgelegd in de subsidieovereenkomst (informatieblad, punt 4.4 en artikel 22).
Voor begunstigden is dit een van de volgende:
— |
beperkte hoofdelijke aansprakelijkheid met afzonderlijke maxima — elke begunstigde tot zijn/haar maximale subsidiebedrag; |
— |
onvoorwaardelijke hoofdelijke aansprakelijkheid — elke begunstigde tot het maximale subsidiebedrag voor de actie; |
of
— |
individuele financiële aansprakelijkheid — elke begunstigde alleen voor zijn/haar eigen schulden. |
Voorfinancieringsgaranties
Indien er een voorfinancieringsgarantie wordt verlangd, wordt deze in de subsidieovereenkomst vastgesteld (informatieblad, punt 4). Het bedrag wordt tijdens de subsidievoorbereiding vastgesteld en is normaal gesproken gelijk aan of lager dan de voorfinanciering voor uw subsidie.
De garantie, uitgedrukt in euro, moet worden gesteld door een erkende bank of financiële instelling die in een EU-lidstaat is gevestigd.
Op bankrekeningen geblokkeerde bedragen worden NIET als financiële garantie aanvaard.
Voorfinancieringsgaranties zijn formeel NIET gekoppeld aan de afzonderlijke leden van het consortium, wat betekent dat u vrij bent in hoe u de voorziening van het garantiebedrag organiseert (door een of meer begunstigden, voor het totale bedrag of meerdere garanties voor gedeeltelijke bedragen, door de betrokken begunstigde of door een andere begunstigde enz.). Het is evenwel belangrijk dat het aangevraagde bedrag wordt gedekt door garantie(s) en dat deze tijdig naar ons gestuurd wordt/worden om de voorfinanciering te kunnen verrichten (gescande kopie via het portaal EN origineel per post).
Indien dit met ons is overeengekomen, kan de bankgarantie worden vervangen door een garantie van een derde.
De garantie wordt vrijgegeven aan het einde van de subsidie, overeenkomstig de bepalingen van de subsidieovereenkomst.
Bepalingen inzake de uitvoering van het project
Veiligheidsvoorschriften: zie modelsubsidieovereenkomst (artikel 13)
Ethische regels: zie modelsubsidieovereenkomst (artikel 14)
Regels inzake intellectuele-eigendomsrechten: zie modelsubsidieovereenkomst (artikel 16 en bijlage 5)
— |
achtergrondinformatie: ja |
— |
gebruiksrecht voor resultaten: ja |
Communicatie, verspreiding en zichtbaarheid van de financiering: zie modelsubsidieovereenkomst (artikel 17 en bijlage 5)
— |
aanvullende communicatie- en verspreidingsactiviteiten: ja |
— |
speciaal logo: ja |
Specifieke regels voor de uitvoering van de actie: zie modelsubsidieovereenkomst (artikel 18 en bijlage 5)
— |
specifieke regels voor voorlichtings- en afzetbevorderingscampagnes voor landbouwproducten |
— |
specifieke regels voor financiële steun aan derden |
Niet-naleving en contractbreuk
De subsidieovereenkomst (hoofdstuk 5) voorziet in de maatregelen die kunnen worden genomen in geval van contractbreuk (en andere gevallen van niet-naleving).
Ga voor meer informatie naar de geannoteerde subsidieovereenkomst voor subsidies.
11. Ondersteuning
Probeer zoveel mogelijk zelf de antwoorden te vinden die u nodig hebt in dit document of andere documentatie (wij hebben slechts beperkte middelen om rechtstreekse vragen te behandelen):
— |
Onlinehandboek |
— |
Veelgestelde vragen op de pagina met onderwerpen (voor specifieke vragen over de oproep) |
— |
Portaal veelgestelde vragen (algemene vragen) |
— |
Specifieke veelgestelde vragen over het afzetbevorderingsbeleid (https://ec.europa.eu/chafea/agri/faq.html) |
Raadpleeg ook de pagina met onderwerpen regelmatig; deze wordt gebruikt om updates van oproepen te publiceren.
Contact
Voor individuele vragen over het systeem voor het indienen van aanvragen kunt u contact opnemen met de IT-helpdesk.
Vragen die niet over IT gaan, moeten naar het volgende e-mailadres worden gestuurd: CHAFEA-AGRI-CALLS@ec.europa.eu
Gelieve duidelijk aan te geven op welke oproep en op welk onderwerp uw vraag betrekking heeft (zie voorblad).
12. Belangrijk
BELANGRIJK
|
(1) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).
(2) Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende landbouwproducten uitgevoerd op de interne markt en in derde landen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 56).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1829 van de Commissie van 23 april 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende landbouwproducten uitgevoerd op de interne markt en in derde landen (PB L 266 van 13.10.2015, blz. 3).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1831 van de Commissie van 7 oktober 2015 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende landbouwproducten uitgevoerd op de interne markt en in derde landen (PB L 266 van 13.10.2015, blz. 14).
(5) (Uitvoeringsbesluit C(2020) 8835 final van de Commissie van 16 december 2020 betreffende de vaststelling van het werkprogramma voor 2021 en het financieringsbesluit voor de uitvoering van de afzetbevordering van landbouwproducten).
(6) COM(2007) 279 definitief van 30.5.2007.
(*1) Voorstellen voor multiprogramma’s over “groenten en fruit” voor de interne markt zijn ook subsidiabel in het kader van AGRIP-MULTI-2021-IM. In dat geval zal voor campagnes over groenten en fruit in het kader van AGRIP-MULTI-2021-IM een andere boodschap worden gebruikt in plaats van dat de aandacht wordt gevestigd op de voordelen van de consumptie van groenten en fruit in een evenwichtig en degelijk dieet (behalve wanneer groenten en fruit in verband worden gebracht met (een) ander(e) product(en)).
(*2) Programma’s gericht op de minst ontwikkelde landen (MOL’s) volgens de VN-lijst die beschikbaar is op https://www.un.org/development/desa/dpad/wp-content/uploads/sites/45/publication/ldc_list.pdf moeten stroken met de ontwikkelingsdoelstellingen van de EU. Aanvragers wordt verzocht hun eigen beoordeling in te dienen waarin wordt uitgelegd waarom het voorgestelde afzetbevorderingsprogramma geen nadelige gevolgen zal hebben voor de doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid van de EU in het minst ontwikkelde land waarop het afzetbevorderingsprogramma is gericht.
(*3) Multiprogramma’s ter bevordering van biologische producten in derde landen zijn van toepassing in het kader van AGRIP-MULTI-2021-TC-ORGANIC. Ze zijn niet van toepassing in het kader van AGRIP-MULTI-2021-TC-ALL, behalve wanneer biologische producten worden gecombineerd met andere producten.
(7) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(8) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1.
(9) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(10) Zie artikel 197, lid 2, onder c), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (“het Financieel Reglement”).
(11) Zie voor de definities artikel 187, lid 2, en artikel 197, lid 2, onder c), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (“het Financieel Reglement”).
(12) Hou er rekening mee dat het Publicatieblad van de Europese Unie de officiële lijst bevat en dat de inhoud daarvan in geval van conflict voorrang heeft boven die van de EU-sanctiekaart.
(13) Richtsnoeren 2013/C 205/05 van de Commissie betreffende de mogelijkheid van Israëlische entiteiten en hun activiteiten in de door Israël sinds juni 1967 bezette gebieden om in aanmerking te komen voor subsidies, prijzen en financieringsinstrumenten die na 2014 met EU-middelen worden gefinancierd (PB C 205 van 19.7.2013, blz. 9).
(14) Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9).
(15) “Verbonden entiteiten” zijn entiteiten die een band, met name een juridische of financiële band, met de begunstigde hebben die niet beperkt is tot de actie en ook niet is gelegd met als enig doel de uitvoering ervan.
(16) Zie artikel 136 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (“het Financieel Reglement”).
(17) Beroepsfouten zijn onder meer: overtreden van de ethische beroepsnormen, vertonen van onrechtmatig gedrag dat de professionele geloofwaardigheid aantast, afleggen van valse verklaringen/onjuist weergeven van informatie, deelnemen aan een kartel of een andere overeenkomst met als doel de mededinging te vervalsen, schenden van intellectuele-eigendomsrechten en pogen de besluitvorming te beïnvloeden of van overheidsinstanties vertrouwelijke informatie te verkrijgen die onrechtmatige voordelen kan opleveren.
(18) Zie artikel 141 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (“het Financieel Reglement”).