|
2.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 417/54 |
Nieuwe nationale zijde van voor circulatie bestemde euromuntstukken
(2020/C 417/06)
Nationale zijde van de nieuwe, voor circulatie bestemde herdenkingsmunt van twee euro die door Griekenland wordt uitgegeven
Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de gehele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (1). Volgens de conclusies van de Raad van 10 februari 2009 (2) is het de lidstaten van de eurozone en de landen die met de Europese Unie een monetaire overeenkomst hebben gesloten volgens welke zij euromuntstukken mogen uitgeven, toegestaan voor circulatie bestemde euroherdenkingsmunten uit te geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, met name dat alleen het muntstuk van twee euro wordt gebruikt. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken als gewone voor circulatie bestemde munten van twee euro, maar hebben aan de nationale zijde een speciale herdenkingsafbeelding met een grote nationale of Europese symboolwaarde.
Land van uitgifte: Griekenland
Onderwerp van de herdenkingsmunt: 100 jaar sinds de vereniging van Thracië met Griekenland
Beschrijving van het ontwerp: het ontwerp is een replica van een oude munt uit de Thracische stad Abdera, waarop een griffioen wordt afgebeeld. Langs de binnenkant staat in het Grieks “100 JAAR SINDS DE VERENIGING VAN THRACIË MET GRIEKENLAND” en “HELLEENSE REPUBLIEK”, alsmede het jaar van uitgifte “2020” en een palmet (het muntmerk van de Griekse munt). Links is ook het monogram van de ontwerper (George Stamatopoulos) zichtbaar. De regio Thracië, gelegen in het uiterste noordoosten van het land, werd na het einde van de Eerste Wereldoorlog met Griekenland verenigd.
Op de buitenste ring van de munt staan de twaalf sterren van de Europese vlag afgebeeld.
Oplage: 750 000
Datum van uitgifte: mei 2020
(1) Voor een overzicht van alle nationale zijden die in 2002 zijn uitgegeven, zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1.
(2) Zie de conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken van 10 februari 2009 en de Aanbeveling van de Commissie van 19 december 2008 betreffende gemeenschappelijke richtsnoeren voor de nationale zijde en de uitgifte van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 52).