20.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 420/2


OPROEP TOT HET INDIENEN VAN VOORSTELLEN EACEA/21/2018

Erasmus+, Kernactie 3 — Ondersteuning van beleidshervormingen

Sociale inclusie en gemeenschappelijke waarden: de bijdrage op het gebied van onderwijs en opleiding

(2018/C 420/02)

1.   DOELSTELLINGEN

Deze oproep tot het indienen van voorstellen ondersteunt transnationale samenwerkingsprojecten op het gebied van onderwijs en opleiding.

Elke aanvraag moet gericht zijn op één algemene doelstelling en een van de specifieke doelstellingen. Zowel de algemene als de specifieke doelstellingen van deze oproep zijn limitatief: voorstellen die niet op deze doelstellingen zijn gericht, worden niet in aanmerking genomen.

Algemene doelstellingen

Voorstellen moeten gericht zijn op één van de twee onderstaande algemene doelstellingen:

1.

het onder de aandacht brengen en/of uitbreiden van goede praktijken op het gebied van inclusief onderwijs en bevordering van gemeenschappelijke waarden, met name initiatieven daartoe op lokaal niveau. In de context van de onderhavige oproep betekent uitbreiden het reproduceren van goede praktijken op een grotere schaal/het overbrengen van goede praktijken naar een andere context of het invoeren van deze praktijken op een hoger/systemisch niveau,

of

2.

het ontwikkelen en invoeren van innovatieve methoden en praktijken ter bevordering van inclusief onderwijs en gemeenschappelijke waarden.

Specifieke doelstellingen

Voorstellen moeten gericht zijn op een van de volgende specifieke doelstellingen:

het verbeteren van de verwerving van sociale en burgerlijke competenties, het bevorderen van de kennis van, het inzicht in en het verantwoordelijkheidsgevoel jegens waarden en grondrechten;

het bevorderen van inclusieve opleiding en training, en het bevorderen van de opleiding van kansarme lerenden, onder meer door het ondersteunen van onderwijspersoneel bij het omgaan met diversiteit en het versterken van de verscheidenheid van het onderwijspersoneel;

het bevorderen van kritisch denken en mediageletterdheid onder lerenden, ouders en onderwijspersoneel;

het ondersteunen van de deelname van pas gearriveerde migranten aan onderwijs van goede kwaliteit, onder meer door het beoordelen van de kennis en het valideren van reeds eerder gevolgd onderwijs;

het bevorderen van digitale vaardigheden en competenties van groepen die van de digitale samenleving zijn uitgesloten (onder wie ouderen, migranten en jongeren uit kansarme milieus) via partnerschappen tussen scholen, het bedrijfsleven en de niet-formele sector, waaronder openbare bibliotheken.

Aangemoedigd wordt in voorkomend geval rolmodellen in de projectactiviteiten op te nemen.

2.   WIE KOMEN IN AANMERKING?

2.1.   Welke aanvragers komen in aanmerking?

Publieke en particuliere organisaties die actief zijn op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken of in andere sociaaleconomische sectoren of organisaties die activiteiten in meerdere sectoren uitvoeren (bijv. culturele organisaties, maatschappelijke organisaties, sportorganisaties, erkenningscentra, kamers van koophandel, vakorganisaties enz.).

Uitsluitend rechtspersonen die zijn gevestigd in een van de volgende programmalanden komen in aanmerking:

de 28 lidstaten van de Europese Unie (1);

de EVA/EER-landen: IJsland, Liechtenstein, Noorwegen;

kandidaat-lidstaten: de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Turkije en Servië (2).

Het minimumaantal deelnemers aan een partnerschap voor deze oproep is vier in aanmerking komende organisaties uit vier verschillende programmalanden.

Indien er netwerken bij het project betrokken zijn, moet het consortium minimaal twee organisaties omvatten die geen lid van het netwerk of de netwerken zijn en moet het consortium ten minste vier in aanmerking komende landen vertegenwoordigen.

2.2.   In aanmerking komende activiteiten en projectduur

Alleen activiteiten die worden ontplooid in de programmalanden (zie rubriek 2.1) komen voor financiering in aanmerking. Alle kosten in verband met activiteiten die worden ontplooid buiten deze landen of door organisaties die niet zijn geregistreerd in de programmalanden, zijn niet subsidiabel. Bij wijze van uitzondering kunnen activiteiten waarbij andere landen dan de programmalanden betrokken zijn in aanmerking komen voor subsidie, maar voorafgaande en specifieke goedkeuring per geval door het Uitvoerend Agentschap is daarvoor vereist.

De activiteiten moeten van start gaan op 1 november 2019, 1 december 2019 of 15 januari 2020.

De duur van het project bedraagt 24 of 36 maanden.

3.   VERWACHTE RESULTATEN

Projecten moeten resultaten opleveren zoals:

vergroting van de aandacht voor, de kennis van en het inzicht in goede praktijken in de onderwijsinstellingen en gemeenschappen in kwestie;

toegenomen gebruik van geavanceerde, innovatieve benaderingen in beleid of werkwijzen;

vergroting van de bewustwording, motivatie en competenties van hoofden van onderwijsinstellingen en opleiders op het gebied van inclusieve didactische methoden en bevordering van gemeenschappelijke waarden;

actieve betrokkenheid van gezinnen en lokale gemeenschappen bij de ondersteuning van inclusieve didactische methoden en bevordering van gemeenschappelijke waarden;

meer wijdverspreide en doeltreffende instrumenten voor de ondersteuning van onderwijs- en opleidingsinstellingen en aanbieders van educatie ten behoeve van het in de praktijk brengen van inclusieve didactische methoden en bevordering van gemeenschappelijke waarden.

4.   BESCHIKBARE BEGROTINGSMIDDELEN

De totale begroting die beschikbaar is voor de medefinanciering van projecten in het kader van deze oproep bedraagt 10 000 000 EUR.

De financiële bijdrage van de EU kan niet meer bedragen dan 80 % van de totale subsidiabele projectkosten.

De maximale subsidie per project bedraagt 500 000 EUR.

Het Agentschap behoudt zich het recht voor niet alle beschikbare middelen uit te keren.

5.   TOEKENNINGSCRITERIA

In aanmerking komende voorstellen worden beoordeeld op grond van de volgende criteria:

1)

relevantie van het project (30 %);

2)

kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het project (20 %);

3)

kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen (20 %);

4)

impact, verspreiding en duurzaamheid (30 %).

6.   INDIENINGSPROCEDURE EN UITERSTE INDIENINGSDATUM

De uiterste datum voor indiening is: 26 februari 2019 — 12.00 uur (middag, Belgische tijd).

Aanvragers wordt verzocht alle informatie over de oproep tot het indienen van voorstellen EACEA/21/2018 en de indieningsprocedure zorgvuldig te lezen en de verplichte documenten te gebruiken. Deze zijn te vinden op:

https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding_en (referentie EACEA/21/2018).

De aanvraag en de verplichte bijlagen moeten online worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe bestemde e-formulier.

7.   INFORMATIE OVER DE OPROEP

Alle informatie betreffende de oproep EACEA/21/2018 is beschikbaar op de volgende website:

https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding_en (referentie EACEA/21/2018).

E-mail: EACEA-Policy-Support@ec.europa.eu


(1)  Voor aanvragers uit het Verenigd Koninkrijk: houd er rekening mee dat gedurende de gehele duur van het project aan de toelatingscriteria moet worden voldaan. Indien het Verenigd Koninkrijk tijdens de projectperiode uit de EU treedt zonder een overeenkomst te hebben gesloten met de EU waarin met name wordt vastgelegd dat Britse aanvragers in aanmerking blijven komen, wordt de EU-financiering aan u stopgezet (terwijl u indien mogelijk blijft deelnemen) of moet u het project overeenkomstig artikel II.16.3.1, onder a), van de subsidieovereenkomst verlaten.

(2)  De begrotingsaanpassingen die zijn bepaald doordat Servië een programmaland wordt van het Erasmus+-programma, gelden met ingang van 1 januari 2019, afhankelijk van de vaststelling van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de (wijzigingen van de) overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Servië betreffende deelname van de Republiek Servië aan „Erasmus+”: het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport met ingang van 1 januari 2019.