|
21.3.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 106/10 |
OPROEP TOT HET INDIENEN VAN VOORSTELLEN EACEA/10/2018
in het kader van het programma Erasmus+
Kernactie 3: Ondersteuning van beleidshervormingen
Sociale inclusie en gemeenschappelijke waarden: de bijdrage op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken
(2018/C 106/08)
1. Doelstellingen
Deze oproep tot het indienen van voorstellen ondersteunt transnationale samenwerkingsprojecten op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken.
De oproep bestaat uit twee partijen: een voor onderwijs en opleiding (partij 1), en een voor jeugdzaken (partij 2).
Iedere aanvraag moet betrekking hebben op één algemene doelstelling en een van de specifieke doelstellingen, welke voor partij 1 en partij 2 afzonderlijk zijn vermeld. Zowel de algemene als de specifieke doelstellingen van deze oproep zijn limitatief: voorstellen die niet op deze doelstellingen zijn gericht, worden niet in aanmerking genomen.
Algemene doelstellingen
Voor beide partijen geldt dat projecten die naar aanleiding van deze oproep worden ingediend, gericht moeten zijn op:
|
1) |
het onder de aandacht brengen en/of uitbreiden van goede praktijken op het gebied van inclusief onderwijs/inclusieve jeugdomgevingen en/of bevordering van gemeenschappelijke waarden, met name initiatieven daartoe op lokaal niveau. In de context van de onderhavige oproep betekent uitbreiden het reproduceren van goede praktijken op een grotere schaal/het overbrengen van goede praktijken naar een andere context of het invoeren van deze praktijken op een hoger/systemisch niveau; of |
|
2) |
het ontwikkelen en invoeren van innoverende methoden en praktijken ter bevordering van inclusief onderwijs/inclusieve jeugdomgevingen en bevordering van gemeenschappelijke waarden in specifieke contexten. Bij beide partijen wordt het actief bij de projecten betrekken van rolmodellen alsook activiteiten in verband met het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018, voor zover van toepassing, gestimuleerd. |
PARTIJ 1 — ONDERWIJS EN OPLEIDING
Specifieke doelstellingen:
|
— |
het verbeteren van de verwerving van sociale en burgerlijke competenties, het bevorderen van de kennis van, het inzicht in en het verantwoordelijkheidsgevoel jegens gemeenschappelijke waarden en grondrechten; |
|
— |
het bevorderen van inclusief onderwijs en inclusieve opleiding, en van het onderwijs aan kansarme leerlingen, onder meer door ondersteuning van leerkrachten, opleiders en leiders van onderwijsinstellingen bij de omgang met diversiteit en de bekrachtiging van sociaal-economische verscheidenheid in de leeromgeving; |
|
— |
het bevorderen van kritisch denken en mediageletterdheid onder leerlingen, ouders en onderwijspersoneel; |
|
— |
het ondersteunen van de deelname van pas gearriveerde migranten aan onderwijs van goede kwaliteit, onder meer door het beoordelen van de kennis en het valideren van reeds eerder gevolgd onderwijs; |
|
— |
het bevorderen van digitale vaardigheden en competenties van groepen die van de digitale samenleving zijn uitgesloten (onder wie ouderen, migranten en jongeren uit kansarme milieus) via partnerschappen tussen scholen, het bedrijfsleven en de niet-formele sector, waaronder openbare bibliotheken; |
|
— |
het bevorderen van Europese waarden, cultureel erfgoed en met het erfgoed verband houdende vaardigheden, gezamenlijke geschiedenis, interculturele dialoog en sociale inclusie door middel van onderwijs, niet-formeel leren en een leven lang leren, in lijn met de doelstellingen van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018. |
PARTIJ 2 — JEUGDZAKEN
Specifieke doelstellingen:
|
— |
het bevorderen van burgerparticipatie onder jongeren door de rol van vrijwilligerswerk ten behoeve van sociale inclusie te ontwikkelen; |
|
— |
het voorkomen van de marginalisering en radicalisering die tot gewelddadig extremisme onder jongeren leidt. |
2. Toelatingscriteria
2.1. Subsidiabele aanvragers
Subsidiabele aanvragers zijn publieke en particuliere organisaties die actief zijn op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken of andere sociaal-economische sectoren of organisaties die sectoroverschrijdende activiteiten ontplooien (bijv. culturele organisaties, maatschappelijke organisaties, sportorganisaties, centra voor academische erkenning, kamers van koophandel, vakorganisaties enz.).
Uitsluitend rechtspersonen die zijn gevestigd in een van de volgende programmalanden, komen in aanmerking:
|
— |
de 28 lidstaten van de Europese Unie; |
|
— |
de EVA/EER-landen: IJsland, Liechtenstein, Noorwegen; |
|
— |
kandidaat-lidstaten: de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Turkije. |
Het minimumaantal deelnemers aan een partnerschap voor deze oproep is vier in aanmerking komende organisaties uit vier verschillende programmalanden.
Indien er netwerken bij het project betrokken zijn, moet het consortium minimaal twee organisaties omvatten die geen lid van het netwerk of de netwerken zijn en moet het consortium ten minste vier in aanmerking komende landen vertegenwoordigen.
2.2. Subsidiabele activiteiten en projectduur
Alleen activiteiten die worden ontplooid in de programmalanden (zie rubriek 2.1), zijn subsidiabel. Alle kosten in verband met activiteiten die worden ontplooid buiten deze landen of door organisaties die niet zijn geregistreerd in de programmalanden, zijn niet subsidiabel. Bij wijze van uitzondering kunnen op gevalsgewijze basis activiteiten waarbij andere landen dan de programmalanden betrokken zijn in aanmerking komen voor subsidie, maar voorafgaande en specifieke goedkeuring door het Uitvoerend Agentschap is daarvoor vereist.
De activiteiten moeten van start gaan op 31 december 2018 of op 15 of 31 januari 2019.
De duur van het project moet tussen de 24 en 36 maanden liggen.
3. Verwachte resultaten en voorbeelden van activiteiten
Projecten voor partij 1 — Onderwijs en opleiding zouden tot resultaten moeten leiden zoals de volgende:
|
— |
vergroten van de aandacht voor, de kennis van en het inzicht in goede praktijken in de onderwijsinstellingen en gemeenschappen in kwestie; |
|
— |
toegenomen gebruik van geavanceerde, innoverende benaderingen in beleid of werkwijzen; |
|
— |
vergroting van de bewustwording, motivatie en competenties van hoofden van onderwijsinstellingen en opleiders op het gebied van inclusieve didactische methoden en bevordering van gemeenschappelijke waarden; |
|
— |
actieve betrokkenheid van gezinnen en lokale gemeenschappen bij de ondersteuning van inclusieve didactische methoden en bevordering van gemeenschappelijke waarden; |
|
— |
meer wijdverspreide en doeltreffende instrumenten voor de ondersteuning van onderwijs- en opleidingsinstellingen en aanbieders van educatie ten behoeve van het in de praktijk brengen van inclusieve didactische methoden en bevordering van gemeenschappelijke waarden. |
Projecten voor partij 2 — Jeugdzaken zouden tot resultaten moeten leiden zoals de volgende:
|
— |
verbetering van sociale, interculturele en burgerschapsvaardigheden van jongeren, met inbegrip van actief burgerschap, media- en digitale geletterdheid, kritisch denken en intercultureel inzicht; grotere deelname van jongeren aan het maatschappelijk leven; |
|
— |
verbeterde en innoverende manieren van samenwerking of verbeterde en innoverende partnerschappen tussen de niet-formele onderwijssector en scholen (bijv. het gebruik van niet-formele methoden en informeel leren in formele onderwijsomgevingen voor burgereducatie); |
|
— |
groter bewustzijn onder jongeren van hun grondrechten en gevoel deel uit te maken van de maatschappij, sterkere onderschrijving van democratische waarden en betrokkenheid bij antiracistische, interculturele en interreligieuze dialoog en wederzijds begrip; |
|
— |
verbeterd contact met jongeren uit kansarme groepen (bijv. jongeren in een zogenoemde „NEET”-situatie (1) of jongeren met een migratieachtergrond) door synergie op te bouwen met de lokale gemeenschap en zo goed mogelijk gebruik te maken van de bestaande lokale netwerken; |
|
— |
vergrote capaciteit van jeugdwerk, jeugdorganisaties en/of jeugdnetwerken die fungeren als inclusie bevorderende kracht door jongeren te helpen betrokken te raken, vrijwilligerswerk te doen en positieve veranderingen teweeg te brengen in gemeenschappen; |
|
— |
verbeterde deskundigheid bij het leveren van basisassistentie of het uitrusten van pas gearriveerde migranten en vluchtelingen met de vaardigheden die ze nodig hebben voor integratie in een nieuwe samenleving, of die nuttig zouden kunnen zijn bij herintegratie in het land van herkomst wanneer het conflict voorbij is, evenals erkenning van culturele diversiteit binnen de gemeenschap; |
|
— |
betere integratie van pas gearriveerde migranten en vluchtelingen en een verbeterde inclusieve omgeving in de ontvangende samenlevingen, in het bijzonder door middel van planning en organisatie van culturele of sociale activiteiten op lokaal niveau waarbij waar mogelijk plaatselijke bewoners en vrijwilligers worden betrokken; |
|
— |
betere informatie op sociale media en websites, en tijdens openbare bijeenkomsten, ter ondersteuning van de vrijwilligersactiviteiten van de organisatie. |
4. Beschikbare begrotingsmiddelen
Het totale budget dat beschikbaar is voor de cofinanciering van projecten in het kader van deze oproep bedraagt 14 000 000 EUR. Het bedrag wordt als volgt verdeeld:
|
— |
Partij 1 — Onderwijs en opleiding |
12 000 000 EUR |
|
— |
Partij 2 — Jeugdzaken |
2 000 000 EUR |
De financiële bijdrage van de EU kan niet meer bedragen dan 80 % van de totale subsidiabele kosten.
De maximale subsidie per project bedraagt 500 000 EUR.
Het Agentschap behoudt zich het recht voor niet alle beschikbare middelen uit te keren.
5. Toekenningscriteria
De voorstellen worden beoordeeld op grond van de volgende criteria:
|
1) |
relevantie van het project (30 %); |
|
2) |
kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het project (20 %); |
|
3) |
kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen (20 %); |
|
4) |
impact, verspreiding en duurzaamheid (30 %). |
6. Indieningsprocedure en uiterste indieningsdatum
De uiterste datum voor indiening is: 22 mei 2018 — 13:00 uur (Brusselse tijd).
Aanvragers wordt verzocht alle informatie over de oproep tot het indienen van voorstellen EACEA/10/2018 en de indieningsprocedure zorgvuldig te lezen en de verplichte documenten te gebruiken. Deze zijn te vinden op:
https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding_en (oproepnummer EACEA/10/2018).
De aanvraag en bijbehorende bijlagen moeten online worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe bestemde e-formulier.
7. Informatie over de oproep
Alle informatie betreffende de oproep EACEA/10/2018 is beschikbaar op de volgende website:
https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/funding_en (oproepnummer EACEA/10/2018).
E-mail: EACEA-Policy-Support@ec.europa.eu
(1) Jongeren zonder baan, opleiding of werkervaringsplek.