24.10.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/3


Nieuwe nationale zijden van voor circulatie bestemde euromuntstukken

2013/C 309/03

Op 9 juli 2013 heeft de Raad van de Europese Unie besloten dat de Republiek Letland aan de noodzakelijke voorwaarden voldoet voor de aanneming van de euro op 1 januari 2014 (1).

Daarom zal de Republiek Letland vanaf 1 januari 2014 euromunten uitgeven, behoudens goedkeuring van de omvang van de uitgifte door de ECB (cf. artikel 128, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).

Voor circulatie bestemde euromunten hebben in de hele eurozone de status van wettig betaalmiddel. Om zowel degenen die beroepsmatig met euromunten omgaan als het grote publiek op de hoogte te houden, publiceert de Commissie alle nieuwe ontwerpen van euromunten (2).

Image

Image

Image

Image

1 EUROCENT

2 EUROCENT

5 EUROCENT

10 EUROCENT

Image

Image

Image

Image

20 EUROCENT

50 EUROCENT

1 EURO

2 EURO

Uitgevend land: Republiek Letland

Datum van uitgifte: januari 2014

Beschrijving van de ontwerpen: Op de munten van 1, 2 en 5 eurocent is het kleine wapen van de Republiek Letland te zien. Onderaan het land van uitgifte „LATVIJA”. Links het jaartal „2014”.

Op de munten van 10, 20 en 50 eurocent is het grote wapen van de Republiek Letland afgebeeld. Onderaan het jaartal „2014” en het land van uitgifte „LATVIJA”.

Op de munten van 1 en 2 euro is een beeltenis te zien van een Letse in traditionele klederdracht, oorspronkelijk afgebeeld op de keerzijde van de zilveren munt van 5 lats in 1929. Links, in een halve cirkel, het woord „LATVIJAS” en het jaartal „2014” en rechts, in een halve cirkel, het woord „REPUBLIKA”.

In de rand rond het centrale deel van de munt zijn de 12 sterren van de Europese vlag afgebeeld.

Het randschrift van de munt van 2 euro is de eerste regel van de nationale hymne — „DIEVS SVĒTĪ LATVIJU” („GOD ZEGEN LETLAND”).


(1)  Besluit van de Raad van 9 juli 2013 betreffende de aanneming van de euro door Letland op 1 januari 2014 (PB L 195 van 18.7.2013, blz. 24).

(2)  Zie PB C 373 van 28.12.2001, blz. 1, PB C 254 van 20.10.2006, blz. 6, en PB C 248 van 23.10.2007, blz. 8, voor de andere euromunten.