|
20.10.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 247/19 |
Beroep ingesteld op 23 augustus 2007 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-395/07)
(2007/C 247/24)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: W. Wils en H. Kraemer, gevolmachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland
Conclusies
|
— |
Vast te stellen dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 2004/48/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, althans door deze bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen; |
|
— |
de Bondsrepubliek Duitsland te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
De termijn voor omzetting van de richtlijn in nationaal recht is op 29 april 2006 verstreken.
(1) PB L 157, blz. 45 en PB L 195, blz. 16.