|
20.10.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 247/2 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof (Duitsland) op 14 juni 2007 — Ernst & Young Deutsche Allgemeine Treuhand AG/Finanzamt Stuttgart-Körperschaften
(Zaak C-285/07)
(2007/C 247/02)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ernst & Young Deutsche Allgemeine Treuhand AG
Verwerende partij: Finanzamt Stuttgart-Körperschaften
Prejudiciële vragen
|
1) |
Staat artikel 8, leden 1 en 2, van richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 (1) (PB L 225, blz. 1) in de weg aan een belastingregeling van een lidstaat volgens welke bij een inbreng van aandelen van een kapitaalvennootschap uit de EU in een andere kapitaalvennootschap uit de EU de inbrenger alleen dan de boekwaarde van de ingebrachte aandelen verder mag hanteren wanneer ook de overnemende kapitaalvennootschap de boekwaarde van de ingebrachte aandelen hanteert (de zogenaamde dubbele boekwaarde-eis)? |
|
2) |
Indien deze vraag ontkennend dient te worden beantwoord: is de in het geding zijnde regeling in strijd met de artikelen 43 EG en 56 EG, hoewel de zogenaamde dubbele boekwaarde-eis ook bij een inbreng van aandelen van een kapitaalvennootschap in een onbeperkt belastingplichtige kapitaalvennootschap geldt? |
(1) PB L 225, blz. 1.