|
25.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 199/32 |
Arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 11 juli 2007 — Zweden/Commissie
(Zaak T-229/04) (1)
(„Richtlijn 91/414/EEG - Gewasbeschermingsmiddelen - Werkzame stof paraquat - Vergunning voor in handel brengen - Toelatingsprocedure - Bescherming van gezondheid van mens en dier’)
(2007/C 199/60)
Procestaal: Zweeds
Partijen
Verzoekende partij: Koninkrijk Zweden (vertegenwoordiger: A. Kruse, gemachtigde)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: L. Ström van Lier en B. Doherty, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van verzoekende partij: Koninkrijk Denemarken (vertegenwoordigers: J. Molde, A. Jacobsen en J. Bering Liisberg, gemachtigden); Republiek Oostenrijk (vertegenwoordiger: E. Riedl, gemachtigde); en Republiek Finland (vertegenwoordigers: T. Pynnä en E. Bygglin, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek tot nietigverklaring van richtlijn 2003/112/EG van de Commissie van 1 december 2003 tot wijziging van richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde paraquat op te nemen als werkzame stof (PB L 321, blz. 32)
Dictum
|
1) |
Richtlijn 2003/112/EG van de Commissie van 1 december 2003 tot wijziging van richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde paraquat op te nemen als werkzame stof, wordt nietig verklaard. |
|
2) |
De Commissie zal de kosten van het Koninkrijk Zweden alsmede haar eigen kosten dragen. |
|
3) |
Het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Oostenrijk en de Republiek Finland zullen hun eigen kosten dragen. |
(1) PB C 106 van 30.4.2004 (voorheen zaak C-102/04).