|
4.8.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 183/20 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (Chancery Division) (Verenigd Koninkrijk) op 29 mei 2007 — Canterbury Hockey Club/Canterbury Ladies Hockey Club
(Zaak C-253/07)
(2007/C 183/34)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Justice (Chancery Division)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Canterbury Hockey Club, Canterbury Ladies Hockey Club
Verwerende partij: Commissioners of HM Revenu and Customs
Prejudiciële vragen
|
1. |
Moeten voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 13, A, lid 1, sub m, van de Zesde richtlijn (1) onder de uitdrukking „personen”, in de context van „personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen”, niet alleen particulieren, in de zin van natuurlijke personen of menselijke wezens, maar ook rechtspersonen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid worden verstaan? |
|
2. |
Indien onder de term „personen”, in de context van „personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen”, niet alleen particulieren, maar ook rechtspersonen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid moeten worden verstaan, staat de uitdrukking „sommige diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport” dan toe dat de lidstaten de vrijstelling beperken tot uitsluitend particulieren die aan sport doen? |
(1) Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag PB L 145, blz. 1.