|
23.6.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 140/2 |
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 10 mei 2007 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Symvoulio tis Epikrateias — Griekenland) — Ypourgos Oikonomikon, Proïstamenos DOY Amfissas/Charilaos Georgakis
(Zaak C-391/04) (1)
(Richtlijn 89/592/EEG - Transacties van ingewijden - Begrippen „voorwetenschap’ en „gebruikmaking van voorwetenschap’ - Tevoren overeengekomen beurstransacties, verricht binnen groep van personen die eventueel hoedanigheid van ingewijde hebben - Kunstmatige koersverhoging van verkochte effecten)
(2007/C 140/02)
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Symvoulio tis Epikrateias
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Ypourgos Oikonomikon, Proïstamenos DOY Amfissas
Verwerende partij: Charilaos Georgakis
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Symvoulio tis Epikrateias — Uitlegging van de artikelen 1 tot en met 4 van richtlijn 89/592//EEG van de Raad van 13 november 1989 tot coördinatie van de voorschriften inzake transacties van ingewijden (PB L 334, blz. 30) — Begrip „beschikken over en gebruikmaken van voorwetenschap”
Dictum
De artikelen 1 en 2 van richtlijn 89/592/EEG van de Raad van 13 november 1989 tot coördinatie van de voorschriften inzake transacties van ingewijden dienen aldus te worden uitgelegd dat, wanneer de hoofdaandeelhouders en de leden van de raad van bestuur van een vennootschap afspreken om onderling beurstransacties te verrichten met effecten van deze vennootschap om de koers ervan kunstmatig te ondersteunen, zij over voorwetenschap beschikken waarvan zij niet welbewust gebruikmaken wanneer zij deze transacties verrichten.