14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 82/14


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio (Italië) op 25 januari 2007 — Confcooperative Friuli Venezia Giulia, Luigi Soini, Azienda Agricola Vivai Pinat Mario e figlio/Ministero delle Politiche Agricole, alimentari e forestali, Regione Friuli Venezia Giulia

(Zaak C-23/07)

(2007/C 82/26)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Confcooperative Friuli Venezia Giulia, Luigi Soini, Azienda Agricola Vivai Pinat Mario e figlio

Verwerende partijen: Ministero delle Politiche Agricole, alimentari e forestali, Regione Friuli Venezia Giulia

Prejudiciële vragen

1)

Moet het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Hongarije tot de Europese Unie (PB L 236 van 23 september 2003) aldus worden uitgelegd dat, wat de aanduiding van in Hongarije en de Europese Gemeenschap geproduceerde wijnen betreft, met ingang van 1 mei 2004 uitsluitend de communautaire voorschriften gelden die zijn opgenomen in verordening nr. 1493/1999 (1) en verordening nr. 753/2002 (2), zoals gewijzigd bij verordening nr. 1429/2004 (3)?

2)

Kan de Europese Commissie op grond van artikel 52 van verordening nr. 1493/1999 een wijnbenaming (in casu: „Tocai friulano”) schrappen die is afgeleid van een wijnstokras dat naar behoren in de desbetreffende registers van de Italiaanse Staat is opgenomen en in de relevante gemeenschapsrechtelijke verordeningen is vermeld?

3)

Behelst artikel 34, lid 2, tweede alinea, EG, op grond waarvan elke discriminatie tussen producenten of verbruikers van landbouwproducten binnen de Europese Gemeenschap verboden is, een verbod om de producenten en de gebruikers van één van de 122 benamingen die in bijlage I bij verordening nr. 753/2002 (zoals gewijzigd bij verordening nr. 1429/2004) zijn vermeld, namelijk die betreffende de „Tocai friulano”-wijn, in die zin te discrimineren dat die naam na 31 maart 2007 niet meer mag worden gebruikt?

4)

Moet artikel 19, lid 2, van verordening nr. 753/2002 van de Commissie, op grond waarvan de in bijlage I bij die verordening (zoals gewijzigd bij verordening nr. 1429/2004) vermelde benamingen van wijnstokrassen rechtmatig kunnen worden gebruikt, aldus worden uitgelegd dat het bestaan van gevallen van gelijkluidendheid tussen namen van wijnstokrassen en geografische aanduidingen betreffende in de Europese Gemeenschap geproduceerde wijnen mogelijk en rechtens toelaatbaar dient te worden geacht?

5)

Bij een bevestigend antwoord op de vorige, vierde vraag: houdt artikel 34, lid 2, tweede alinea, EG, op grond waarvan elke discriminatie tussen producenten of verbruikers van landbouwproducten binnen de Europese Gemeenschap verboden is, voor de Commissie het verbod in om in haar eigen verordening (nr. 753/2002) het gelijknamigheidscriterium toe te passen op de wijze die voortvloeit uit bijlage I bij die verordening, waarbij voor tal van benamingen van wijnstokrassen waarvan de naam geheel of gedeeltelijk overeenstemt met evenveel geografische aanduidingen, wordt erkend dat zij rechtsgeldig kunnen worden gebruikt, terwijl dit wordt uitgesloten voor één enkele benaming van een wijnstokras („Tocai friulano”), die reeds eeuwenlang rechtmatig op de Europese markt wordt gebruikt?

6)

Moet artikel 50 van verordening nr. 1493/99 aldus worden uitgelegd dat de ministerraad en de lidstaten (en a fortiori de Europese Commissie) bij de toepassing van de artikelen 23 en 24 van de TRIPs-overeenkomst, en met name van artikel 24, lid 6, van die overeenkomst, betreffende de gelijknamigheid van wijnen, geen maatregelen mogen vaststellen of goedkeuren, zoals verordening nr. 753/2002 van de Commissie, waarbij, wat gelijkluidende namen betreft, wijnbenamingen die vanuit het oogpunt van de gelijknamigheid dezelfde kenmerken vertonen, verschillend worden behandeld?

7)

Heeft artikel 24, lid 6, van de TRIPs-overeenkomst, op grond waarvan de staten die bij die overeenkomst partij zijn, het recht hebben om gelijkluidende benamingen te beschermen, gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie, rechtstreekse werking in de communautaire rechtsorde ingevolge de uitdrukkelijke verwijzing naar de artikelen 23 en 24 van de TRIPs-overeenkomst in punt 56 van de considerans en artikel 50 van verordening nr. 1493/1999?


(1)  PB L 179, blz. 1.

(2)  PB L 118, blz. 1.

(3)  PB L 263, blz. 11.