14.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 82/3


Arrest van het Hof (Derde kamer) van 15 februari 2007 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof — Duitsland) — Centro Equestre da Lezíria Grande Lda/Bundesamt für Finanzen

(Zaak C-345/04) (1)

(Vrij verrichten van diensten - Belastingwetgeving - Vennootschapsbelasting - Voorstellingen met paardendressuur en dressuurlessen in lidstaat georganiseerd door in andere lidstaat gevestigde vennootschap - Inaanmerkingneming van bedrijfskosten - Voorwaarden - Rechtstreeks economisch verband met inkomsten verworven in lidstaat waar activiteit wordt uitgeoefend)

(2007/C 82/05)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Bundesfinanzhof

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Centro Equestre da Lezíria Grande Lda

Verwerende partij: Bundesamt für Finanzen

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesfinanzhof — Verenigbaarheid met artikel 59 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 49 EG) van een nationale wettelijke regeling inzake belastingheffing over de inkomsten van niet-ingezetenen, die voorziet in een teruggaaf van belasting wanneer de bedrijfskosten die in rechtstreeks economisch verband staan met de inkomsten, meer dan de helft van de inkomsten bedragen

Dictum

Artikel 59 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 49 EG) staat niet in de weg aan een nationale wettelijke regeling zoals die aan de orde in het hoofdgeding, voor zover deze de teruggaaf van de aan de bron ingehouden vennootschapsbelasting op de door een beperkt belastingplichtige verworven inkomsten afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de bedrijfskosten om de inaanmerkingneming waarvan deze belastingplichtige met het oog daarop verzoekt, in rechtstreeks economisch verband staan met de inkomsten die zijn verworven in het kader van een op het grondgebied van de betrokken lidstaat uitgeoefende activiteit, mits alle kosten die onlosmakelijk met deze activiteit zijn verbonden, ongeacht de plaats waar of het tijdstip waarop zij zijn gemaakt, worden geacht daarmee in rechtstreeks economisch verband te staan. Dit artikel staat daarentegen in de weg aan een dergelijke nationale wettelijke regeling, voor zover zij de teruggaaf van de betrokken belasting aan die belastingplichtige afhankelijk stelt van de voorwaarde dat deze bedrijfskosten meer bedragen dan de helft van de genoemde inkomsten.


(1)  PB C 273 van 6.11.2004.