24.2.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 42/7


Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 11 januari 2007 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven — Nederland) — Vonk Dairy Products BV/Productschap Zuivel

(Zaak C-279/05) (1)

(Landbouw - Gemeenschappelijke ordening van markten - Kaas - Artikelen 16 tot en met 18 van verordening (EEG) nr. 3665/87 - Gedifferentieerde restituties bij uitvoer - Bijna onmiddellijke wederuitvoer vanuit land van invoer - Bewijs van misbruik - Terugvordering van onverschuldigd betaalde - Artikel 3, lid 1, tweede alinea, van verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 - Voortdurende of voortgezette onregelmatigheid)

(2007/C 42/11)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Vonk Dairy Products BV

Verwerende partij: Productschap Zuivel

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — College van Beroep voor het bedrijfsleven — Uitlegging van artikelen 16 tot en met 18 van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PB L 351, blz. 1), in de versie die gold ten tijde van de feiten — Uitlegging van artikel 3, lid 1, tweede alinea, van verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312, blz. 1) — Gedifferentieerde restituties, onverschuldigd betaald in geval van misleidende wederuitvoer door de exporteur — Vaststelling van criteria om in die zin te kunnen concluderen — Voortdurende of voortgezette onregelmatigheid

Dictum

1)

In het kader van een procedure tot intrekking en terugvordering van gedifferentieerde restituties bij uitvoer die op grond van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten, definitief zijn betaald, moet voor de vaststelling dat deze restituties onverschuldigd zijn, overeenkomstig de regels van het nationale recht bewezen zijn dat de exporteur misbruik heeft gemaakt.

2)

Een onregelmatigheid is voortdurend of voortgezet in de zin van artikel 3, lid 1, tweede alinea, van verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, wanneer zij is begaan door een communautaire ondernemer die economische voordelen haalt uit een geheel van soortgelijke handelingen die inbreuk maken op dezelfde bepaling van gemeenschapsrecht. Daarbij is van geen belang dat de onregelmatigheid betrekking heeft op een relatief klein deel van alle transacties in een bepaalde periode en dat de transacties waarbij de onregelmatigheid is vastgesteld, steeds verschillende partijen betreffen.


(1)  PB C 257 van 15.10.2005.