30.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 326/47


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal de grande instance de Nanterre (Frankrijk) op 21 november 2006 — Société Roquette Frères SA/Direction générale des douanes et des droits indirects en Recette principale de Gennevilliers de la direction générale des douanes et des droits indirects

(Zaak C-466/06)

(2006/C 326/96)

Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Tribunal de grande instance de Nanterre

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Société Roquette Frères SA

Verwerende partijen: Direction générale des douanes et des droits indirects en Recette principale de Gennevilliers de la direction générale des douanes et des droits indirects

Prejudiciële vragen

1)

Primair

Zijn artikel 24, lid 2, van verordening nr. 1785/81 (1), artikel 27, lid 3, van verordening nr. 2038/1999 (2), artikel 1 van verordening nr. 2073/2000 (3), artikel [1] van verordening nr. 1745/2002 (4) en artikel 1 van verordening nr. 1739/2003 (5) geldig voor zover zij maximumbasishoeveelheden voor de isoglucoseproductie in Frankrijk (moederland) vaststellen zonder rekening te houden met de isoglucose die tussen 1 november 1978 en 30 april 1979 in deze lidstaat is vervaardigd als tussenproduct voor de bereiding van andere voor de verkoop bestemde producten?

2)

Subsidiair, voor het geval dat de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:

Zijn de verordeningen nrs. 1443/82 (6) en 314/2002 (7) van de Commissie ongeldig gelet op artikel 33 van verordening nr. 2038/1999 respectievelijk artikel 15 van verordening nr. 1260/2001 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (8), en gelet op het evenredigheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel, doordat zij de hoeveelheden suiker in verwerkte producten die zonder uitvoerrestitutie worden uitgevoerd, voor de berekening van de productieheffing niet uitsluiten van de financieringsbehoefte?


(1)  Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 177, blz. 4).

(2)  Verordening (EG) nr. 2038/1999 van de Raad van 13 september 1999 houdende een gemeenschappeIijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 252, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 2073/2000 van de Commissie van 29 september 2000 houdende verlaging, voor het verkoopseizoen 2000/2001, van de gegarandeerde hoeveelheid in de sector suiker in het kader van de productiequotaregeling, en van de geraamde maximale behoeften van de raffinaderijen in het kader van de preferentiële invoerregelingen (PB L 246, blz. 28).

(4)  Verordening (EG) nr. 1745/2002 van de Commissie van 30 september 2002 houdende verlaging, voor het verkoopseizoen 2002/2003, van de in het kader van de productiequotaregeling gegarandeerde hoeveelheid in de sector suiker, en van de geraamde maximale behoeften van de raffinaderijen in het kader van de preferentiële invoerregelingen (PB L 263, blz. 31).

(5)  Verordening (EG) nr. 1739/2003 van de Commissie van 30 september 2003 houdende verlaging, voor het verkoopseizoen 2003/2004, van de in het kader van de productiequota gegarandeerde hoeveelheid in de sector suiker, en van de geraamde maximale behoeften van de raffinaderijen in het kader van de preferentiële invoer (PB L 249, blz. 38).

(6)  Verordening (EEG) nr. 1443/82 van de Commissie van 8 juni 1982 houdende uitvoeringsbepalingen voor de quotaregeling in de sector suiker (PB L 158, blz. 17).

(7)  Verordening (EG) nr. 314/2002 van de Commissie van 20 februari 2002 houdende uitvoeringsbepalingen voor de quotaregeling in de sector suiker (PB L 50, blz. 40).

(8)  Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178, blz. 1).