2.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 294/53


Beroep ingesteld op 22 september 2006 — DC-HADLER NETWORKS/Commissie

(Zaak T-264/06)

(2006/C 294/110)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: DC-HADLER NETWORKS SA (Brussel, België) (vertegenwoordigd door L. Muller, advocaat)

Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen

Conclusies van verzoekster

het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;

de bestreden handeling nietig te verklaren.

Middelen en voornaamste argumenten:

Verzoekster in het onderhavige beroep heeft ingeschreven op een aanbestedingsprocedure voor het project EuropeAid/122742/C/SUP/RU, getiteld „Social Integration of the Disabled in Privolzhsky Federal Okrug — Supply of social integration and rehabilitation-related equipment for the disabled and IT and office equipment for the information network” dat valt binnen het kader van het nationaal actieprogramma Tacis 2003. (1) Bij brief van 20 juni 2006 berichtte de Commissie verzoekster dat zij haar offerte voor de kavels 1, 2, en 4 niet in aanmerking had genomen. Bij brief van 14 juli deelde de Commissie verzoekster evenwel mee, dat de aanbestedende dienst had besloten om de aanbestedingsprocedure te annuleren en de overeenkomst met haar niet te ondertekenen, wegens onvoldoende concurrentie. In het onderhavige beroep vordert verzoekster nietigverklaring van de in laatstgenoemde brief vervatte beschikking.

Tot staving van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.

Het eerste middel is ontleend aan schending van wezenlijke vormvereisten, doordat, volgens verzoekster, de door de Commissie aangevoerde motivering tot staving van haar beschikking om de opdracht uiteindelijk niet aan verzoekster toe te kennen, niet als voldoende kan worden beschouwd. Verzoekster betoogt dat pas op haar verzoek, bij brief aan de Commissie van 17 juli 2006, de Commissie bij brief van 27 juli 2006 heeft gepreciseerd, dat haar beschikking was gebaseerd op artikel 101 van verordening nr. 1605/2002 van de Raad. (2) Volgens verzoekster kan op basis van de door de Commissie tot staving van de litigieuze beschikking aangevoerde motivering niet worden nagegaan waarom de Commissie op haar eerdere besluit om de opdracht aan verzoekster te gunnen is teruggekomen. Dit gebrek aan precisie bij de motivering van de zijde van de Commissie weegt des te zwaarder, nu de Commisssie op haar officiële eerdere standpunt is teruggekomen.

Het tweede middel is ontleend aan schending van artikel 253 EG. Verzoekster is van mening dat de Commissie bij het annuleren van de aanbestedingsprocedure wegens onvoldoende concurrentie, een kennelijke en ernstige vergissing heeft gemaakt, door een onnauwkeurige en onvolledige motivering te geven, aangezien verzoekster in het verleden meerdere opdrachten heeft verkregen terwijl zij de enige inschrijver was.


(1)  Programma gebaseerd op verordening (EG, Euratom) nr. 99/2000 van de Raad van 29 december 1999 betreffende bijstand aan de partnerstaten in Oost-Europa en Centraal-Azië (PB L 2000, blz. 1)

(2)  Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen