30.9.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 237/3


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Hamburg (Duitsland) op 3 juli 2006 — Deutsche Shell GmbH/Finanzamt für Großunternehmen in Hamburg

(Zaak C-293/06)

(2006/C 237/06)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Finanzgericht Hamburg

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekster: Deutsche Shell GmbH

Verweerder: Finanzamt für Großunternehmen in Hamburg

Prejudiciële vragen

1.

Is het in strijd met artikel 52 juncto artikel 58 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 43 EG juncto artikel 48 EG) wanneer de Bondsrepubliek Duitsland als lidstaat van herkomst een wisselkoersverlies van de binnenlandse moederonderneming, dat is veroorzaakt door het terugvloeien van het aan een in Italië gevestigde vaste inrichting verschafte zogenaamde dotatiekapitaal, als deel van de winst van de vaste inrichting behandelt en op grond van de vrijstelling krachtens artikel 3, leden 1 en 3, en artikel 11, punt 1 c van het dubbelbelastingverdrag met Italië (1925) buiten beschouwing laat wat de berekeningsgrondslag voor de Duitse belastingheffing betreft, hoewel het wisselkoersverlies niet kan worden opgenomen in de voor de Italiaanse belastingheffing vast te stellen winst van de vaste inrichting, en derhalve noch in de lidstaat van herkomst, noch in de lidstaat van de vaste inrichting in aanmerking wordt genomen?

2.

Indien de eerste vraag bevestigend moet worden beantwoord: is het in strijd met artikel 52 juncto artikel 58 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 43 EG juncto artikel 48 EG) wanneer het genoemde wisselkoersverlies weliswaar bij de berekeningsgrondslag voor de Duitse belastingheffing moet worden betrokken, maar als bedrijfskosten enkel in mindering mag worden gebracht voor zover de winst die wordt behaald uit de Italiaanse vaste inrichting, niet onbelast is?