|
16.9.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 224/22 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof (Duitsland) op 28 juni 2006 — Hans-Dieter en Hedwig Jundt/Finanzamt Offenburg
(Zaak C-281/06)
(2006/C 224/41)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekers: Hans-Dieter en Hedwig Jundt
Verweerder: Finanzamt Offenburg
Prejudiciële vragen
|
1) |
Dient artikel 59 van het EG-Verdrag (thans artikel 49 EG) aldus te worden uitgelegd dat ook de bijkomende beroepsactiviteit als leraar in dienst of in opdracht van een publiekrechtelijke rechtspersoon (universiteit) onder het genoemde artikel valt, wanneer voor deze beroepsactiviteit, die eigenlijk onbezoldigd is, slechts een onkostenvergoeding wordt betaald? |
|
2) |
Zo ja: is de beperking op het vrij verrichten van diensten — die erin bestaat dat vergoedingen slechts onder een gunstig fiscaal tarief vallen wanneer zij worden betaald door binnenlandse publiekrechtelijke rechtspersonen (hier: § 3, nr. 26 van het Einkommensteuergesetz, de Duitse wet op de inkomstenbelasting) — dan gerechtvaardigd doordat het door de nationale overheid toegekende belastingvoordeel uitsluitend wordt toegekend voor een beroepsactiviteit ten gunste van een binnenlandse publiekrechtelijke rechtspersoon? |
|
3) |
Zo niet: dient artikel 126 van het EG-Verdrag (thans artikel 149 EG) aldus te worden uitgelegd dat een belastingregeling die bijdraagt tot de ontwikkeling van het onderwijsstelsel (zoals in casu § 3, nr. 26 van het Einkommensteuergesetz) toegelaten is, gelet op de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die in dit opzicht blijft bestaan? |