|
15.7.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 165/16 |
Beroep ingesteld op 4 mei 2006 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Franse Republiek
(Zaak C-201/06)
(2006/C 165/29)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekster: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordiger: B. Stromsky, gemachtigde)
Verweerster: Franse Republiek
Conclusies
|
— |
vast te stellen dat de Franse Republiek, door te eisen dat het parallel ingevoerde gewasbeschermingsmiddel en het referentieproduct een gemeenschappelijke oorsprong hebben, de krachtens artikel 28 van het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen; |
|
— |
de Franse Republiek te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
De toekenning en de handhaving van een vergunning voor de parallelle invoer van gewasbeschermingsmiddelen uit een andere lidstaat waar deze legaal op de markt zijn gebracht, zijn in Frankrijk afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat het parallel ingevoerde gewasbeschermingsmiddel en het referentieproduct een gemeenschappelijke oorsprong hebben.
Dit levert een met artikel 28 van het EG-Verdrag onverenigbare beperking van het vrije verkeer van gewasbeschermingsmiddelen op die niet wordt gerechtvaardigd door de bescherming van de volksgezondheid, de gezondheid van dieren en het milieu en niet evenredig is aan het nagestreefde doel.