|
17.6.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 143/17 |
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 30 maart 2006 (verzoek van de Cour administrative om een prejudiciële beslissing) — Cynthia Mattern, Hajrudin Cikotic tegen Ministre du Travail et de l'Emploi
(Zaak C-10/05) (1)
(Vrij verkeer van personen - Werknemers - Familieleden - Recht van onderdaan van derde staat die echtgenoot is van gemeenschapsonderdaan, om arbeid in loondienst te aanvaarden - Voorwaarden)
(2006/C 143/30)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour administrative
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekers: Cynthia Mattern, Hajrudin Cikotic
Verweerder: Ministre du Travail et de l'Emploi
Voorwerp
Verzoek om prejudiciële beslissing — Cour administrative — Uitlegging van artikel 39 EG en verordening EEG nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257, blz. 2) — Onderdaan van derde staat die gehuwd is met onderdaan van lidstaat en die in deze lidstaat vrijstelling van werkvergunningsplicht wenst — Echtgenoot die gemeenschapsonderdaan is die in andere lidstaat opleiding en beroepsstage heeft doorlopen
Dictum
In omstandigheden als die van het hoofdgeding kent artikel 11 van verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2434/92 van de Raad van 27 juli 1992, een onderdaan van een derde staat niet het recht toe om arbeid in loondienst te aanvaarden in een andere lidstaat dan die waarin zijn echtgenoot, die een gemeenschapsonderdaan is die gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer, arbeid in loondienst verricht of heeft verricht.