|
11.3.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 60/27 |
Hogere voorziening, op 9 januari 2006 ingesteld door Tomás Salazar Brier tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen (Eerste kamer) van 25 oktober 2005 in zaak T-83/03, Tomás Salazar Brier tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak C-9/06 P)
(2006/C 60/51)
Procestaal: Spaans
Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 9 januari 2006 hogere voorziening ingesteld door Tomás Salazar Brier, vertegenwoordigd door R. García-Gallardo Gil-Fournier, D. Dominguez Pérez en A. Sayagués Torres, abogados, tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen (Eerste kamer) van 25 oktober 2005 in zaak T-83/03, Tomás Salazar Brier tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Rekwirant concludeert dat het den Hove behage:
|
1) |
de onderhavige hogere voorziening ontvankelijk te verklaren; |
|
2) |
het arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 25 oktober 2005 te vernietigen en, subsidiair, de zaak terug te verwijzen naar het Gerecht; |
|
3) |
de Commissie van de Europese Gemeenschappen te verwijzen in de kosten van de procedures voor het Hof van Justitie en het Gerecht. |
Middelen en voornaamste argumenten
De onderhavige hogere voorziening berust op één enkel middel: schending door het Gerecht van het gemeenschapsrecht in de punten 26 tot en met 48 van het bestreden arrest. Meer in het bijzonder is rekwirant van mening dat het Gerecht het begrip „diensten, verricht voor een andere staat” in artikel 4, lid 1, sub a, tweede alinea, van Bijlage VII bij het Statuut onjuist heeft uitgelegd.