|
24.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 330/5 |
ARREST VAN HET HOF
(Vijfde kamer)
van 27 oktober 2005
in zaak C-166/04: Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Helleense Republiek (1)
(Niet-nakoming - Richtlijn 79/409/EEG - Bescherming van wilde vogels en hun habitats - Specialebeschermingszones - Lagune van Messolongi)
(2005/C 330/09)
Procestaal: Grieks
In zaak C-166/04, betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 226 EG, ingesteld op 2 april 2004, Commissie van de Europese Gemeenschappen (gemachtigden: M. Patakia en M. van Beek) tegen Helleense Republiek (gemachtigde: E. Skandalou), heeft het Hof (Vijfde kamer), samengesteld als volgt: R. Silva de Lapuerta, waarnemend voor de president van de Vijfde kamer, P. Kūris (rapporteur) en J. Klučka, rechters; advocaat-generaal: P. Léger; griffier: R. Grass, op 27 oktober 2005 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:
|
1) |
Door niet alle maatregelen te treffen die nodig zijn voor de vaststelling en toepassing van een coherente, concrete en volledige juridische regeling waarmee het duurzame beheer en de doeltreffende bescherming kan worden verzekerd van de specialebeschermingszone van de lagune van Messolongi, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, is de Helleense Republiek de krachtens artikel 4, leden 1 en 2, van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen. |
|
2) |
De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten. |