|
10.12.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 315/18 |
Beroep ingesteld op 13 oktober 2005 — Tea-Cegos en STG/Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak T-376/05)
(2005/C 315/32)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij(en): TEA-CEGOS (Madrid, Spanje) en Services Techniques Globaux (STG) (Brussel, België) [vertegenwoordiger(s): G. Vandersanden en L. Levi, advocaten]
Verwerende partij(en): Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies van verzoeker(s)/verzoekster(s)
|
— |
nietig te verklaren de beschikking van de Commissie van 12 oktober 2005 houdende afwijzing van de kandidatuur en de offerte van het consortium TEA-CEGOS, in het kader van de aanbesteding EuropeAid — 2/119860/C-Onderdeel nr. 7; |
|
— |
nietig te verklaren alle door verweerster na de beschikking van 12 oktober 2005 in het kader van deze aanbesteding genomen gunningsbesluiten en de door de Commissie ter uitvoering van deze besluiten gesloten contracten; |
|
— |
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure. |
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoeksters in het onderhavige geding zijn leden van een consortium dat is opgericht met het oog op de door verweerster bekendgemaakte aanbesteding „EuropeAid/119860/C/SV/MULTI”. Het consortium heeft zijn offerte ingediend voor onderdeel nr. 7 „Culture, Governance and Home Affairs”.
Bij brief van 20 mei 2004 werd het consortium meegedeeld dat zijn kandidatuur was geaccepteerd. Bij brief van 18 juli 2005 heeft verweerster hem meegedeeld dat zij haar beschikking om de kaderovereenkomst aan hem te gunnen wenste te herzien, en deze wijziging gemotiveerd door erop te wijzen dat het betrokken besluit was genomen op basis van onjuiste gegevens die haar tijdens de procedure waren verstrekt. Op 12 oktober 2005 heeft de Commissie een beschikking gegeven waarin werd bevestigd dat verzoeksters kandidatuur en offerte waren afgewezen op basis van artikel 13 van de aankondiging van de opdracht (1). Om haar beschikking te motiveren beroept zij zich op het feit dat een van de leden van het consortium deel uitmaakte van een andere groep, waarvan een van de leden deelnam aan een andere kandidaatstelling voor hetzelfde contract. Dit betreft de bestreden beschikking.
Tot staving van hun beroep tot nietigverklaring voeren verzoeksters verschillende middelen aan.
In de eerste plaats betogen zij dat verweerster de contractuele bepalingen heeft geschonden, doordat zij een verkeerde toepassing heeft gegeven aan artikel 13 van de aankondiging van de opdracht en aan artikel 14 van de instructies aan de inschrijvers. Verzoeksters stellen dat artikel 13 niet van toepassing is wanneer reeds een gunningsbesluit is genomen. Ook voeren zij aan dat zij niet hebben verzuimd om de door verweerster gevraagde documenten over te leggen, noch onjuiste informatie hebben verstrekt. Aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 14, die als enige rechtvaardigen dat in die fase van de procedure het gunningsbesluit wordt ingetrokken, is dus niet voldaan.
In de tweede plaats stellen verzoeksters dat verweerster is uitgegaan van een kennelijk onjuiste uitlegging van het in artikel 13 van de aankondiging van de opdracht genoemde begrip „legal group”, en enkel het structurele criterium heeft gehanteerd, zonder na te gaan of zich een belangenconflict zou kunnen voordoen tussen de kandidaten in dezelfde aanbestedingsprocedure. Verzoeksters zijn van mening dat de beoordeling van verweerster afbreuk kan doen aan de beginselen van rechtszekerheid. Bovendien voeren verzoeksters een middel aan dat is ontleend aan schending van de motiveringsplicht.
Verzoeksters derde middel is ontleend aan een schending van het beginsel van behoorlijk bestuur en aan onzorgvuldigheid. Verzoeksters betogen dat in geval van twijfel verweerster het consortium hiervan binnen een redelijke termijn op de hoogte had moeten stellen en deze twijfel in de loop van de aanbestedingsprocedure, en niet pas nadat zij het besluit tot gunning van de opdracht had genomen, nader had moeten onderzoeken. Dit zou hen de kosten van deelneming aan de rest van de procedure hebben bespaard.
Met hun laatste middel betogen verzoeksters dat hun gewettigd vertrouwen, alsmede de theorie van intrekking van administratieve handelingen zijn miskend. Zij stellen dat in casu het gunningsbesluit niet onrechtmatig was en bijgevolg niet door verweerster kon worden ingetrokken.
(1) Aankondiging van een opdracht voor een meervoudige kaderovereenkomst „Multiple framework contract recruit technical assistance for short-term expertize for exclusive benefit of third countries benefiting from European Commission's external aid” 2004/S 132-11932, PB S 132.