|
12.11.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/2 |
ARREST VAN HET HOF
(Tweede kamer)
van 8 september 2005
in zaak C-191/03 (verzoek van de Labour Court om een prejudiciële beslissing): North Western Health Board tegen Margaret McKenna (1)
(Gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers - Ziekte die optreedt vóór zwangerschapsverlof - Zwangerschapsgebonden ziekte - Onderwerping aan algemene ziekteverlofregeling - Gevolg voor beloning - In mindering brengen van afwezigheid op maximumaantal betaalde ziekteverlofdagen gedurende bepaalde periode)
(2005/C 281/05)
Procestaal: Engels
In zaak C-191/03, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de Labour Court (Ierland) bij beslissing van 14 april 2003, ingekomen bij het Hof op 12 mei 2003, in de procedure North Western Health Board tegen Margaret McKenna, heeft het Hof (Tweede kamer), samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, C. Gulmann (rapporteur) en R. Schintgen, rechters; advocaat-generaal: P. Léger; griffier: L. Hewlett, hoofdadministrateur, op 8 september 2005 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:
|
1) |
Een ziekteverlofregeling die vrouwelijke werknemers met een zwangerschapsgebonden ziekte op dezelfde wijze behandelt als andere werknemers met een ziekte die geen verband houdt met een zwangerschap, valt binnen de werkingssfeer van artikel 141 EG en richtlijn 75/117/EEG van de Raad van 10 februari 1975 betreffende het nader tot elkaar brengen van de wetgevingen der lidstaten inzake de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers. |
|
2) |
Artikel 141 EG en richtlijn 75/117 moeten aldus worden uitgelegd dat geen discriminatie op grond van geslacht vormen:
|