|
12.11.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 281/2 |
ARREST VAN HET HOF
(Tweede kamer)
van 2 juni 2005
in zaak C-282/02: Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Ierland (1)
(Niet-nakoming - Waterverontreiniging - Richtlijn 76/464/EEG)
(2005/C 281/04)
Procestaal: Engels
In zaak C-282/02, betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 226 EG, ingesteld op 31 juli 2002, Commissie van de Europese Gemeenschappen (gemachtigde: M. Shotter) tegen Ierland (gemachtigde: D. J. O'Hagan, bijgestaan door A. M. Collins, advocaat), heeft het Hof (Tweede kamer), samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, R. Silva de Lapuerta (rapporteur), C. Gulmann, J. Makarczyk en P. Kūris, rechters; advocaat-generaal: M. Poiares Maduro; griffier: R. Grass, op 2 juni 2005 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:
|
1) |
Door niet alle maatregelen te nemen die nodig zijn voor de juiste omzetting en toepassing van richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd, is Ierland de krachtens artikel 7 van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen. |
|
2) |
Het beroep wordt verworpen voor het overige. |
|
3) |
Ierland wordt verwezen in de kosten. |