|
29.10.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 271/9 |
ARREST VAN HET HOF
(Eerste kamer)
van 8 september 2005
in zaak C-288/04 (verzoek van de Unabhängige Finanzsenat, Außenstelle Wien, om een prejudiciële beslissing): AB tegen Finanzamt für den 6., 7. und 15. Bezirk (1)
(Protocol betreffende voorrechten en immuniteiten van Europese Gemeenschappen - Ambtenarenstatuut - Regeling andere personeelsleden - Plaatselijk functionaris aangesteld bij vertegenwoordiging van Commissie in Oostenrijk - Belastingstelsel)
(2005/C 271/16)
Procestaal: Duits
In zaak C-288/04, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de Unabhängige Finanzsenat, Außenstelle Wien (Oostenrijk), bij beslissing van 28 juni 2004, ingekomen bij het Hof op 6 juli 2004, in de procedure: AB tegen Finanzamt für den 6., 7. und 15. Bezirk, heeft het Hof (Eerste kamer), samengesteld als volgt: P. Jann, kamerpresident, K. Lenaerts, K. Schiemann, E. Juhász (rapporteur) en M. Ilešič, rechters; advocaat-generaal: L. A. Geelhoed; griffier: R. Grass, op 8 september 2005 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:
Voor de toepassing van de artikelen 13 en 16 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen is het besluit van een gemeenschapsinstelling waarbij de rechtspositie van een van haar personeelsleden wordt vastgesteld en diens arbeidsvoorwaarden worden bepaald, bindend voor de nationale administratieve en rechterlijke autoriteiten, zodat deze niet zelfstandig tot kwalificatie van de arbeidsverhouding kunnen overgaan.