|
3.9.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 217/4 |
ARREST VAN HET HOF
(Tweede kamer)
7 juli 2005
in zaak C-418/02 (verzoek van het Bundespatentgericht om een prejudiciële beslissing): Praktiker Bau- und Heimwerkermärkte AG (1)
(Merken - Richtlijn 89/104/EEG - Dienstmerken - Inschrijving - Diensten verricht in het kader van detailhandel - Specificatie van de inhoud van diensten - Soortgelijkheid van betrokken diensten en waren of andere diensten)
(2005/C 217/08)
Procestaal: Duits
In zaak C-418/02, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Bundespatentgericht (Duitsland) bij beslissing van 15 oktober 2002, ingekomen bij het Hof op 20 november 2002, in de procedure Praktiker Bau- und Heimwerkermärkte AG, heeft het Hof (Tweede kamer), samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, C. Gulmann (rapporteur), R. Schintgen, N. Colneric en J. N. Cunha Rodrigues, rechters; advocaat-generaal: P. Léger, griffier: M. Múgica Arzamendi, hoofdadministrateur, op 7 juli 2004 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:
|
1) |
Het begrip „diensten” in de zin van de Eerste Richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, met name in artikel 2 ervan, omvat de diensten die in het kader van de detailhandel in waren worden verricht. |
|
2) |
Voor de inschrijving van een merk voor deze diensten is het niet noodzakelijk de betrokken dienst(en) concreet te omschrijven. Een nadere omschrijving van de waren of soorten waren waarop deze diensten betrekking hebben, is daarentegen wel noodzakelijk. |