20.8.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 205/15


Toevoeging van de rechters aan de kamers

(2005/C 205/28)

Op 7 juli 2005 heeft het Gerecht besloten uit zijn midden vijf kamers van vijf rechters en vijf kamers van drie rechters te vormen voor de periode van 1 oktober 2005 tot en met 30 september 2006 en daaraan de volgende rechters toe te voegen:

Eerste kamer – uitgebreid, zetelend met vijf rechters:

B. Vesterdorf, president, R. García-Valdecasas, J. D. Cooke, I. Labucka en V. Trstenjak, rechters

Eerste kamer, zetelend met drie rechters:

R. García-Valdecasas, kamerpresident, J. D. Cooke, I. Labucka en V. Trstenjak, rechters

Tweede kamer – uitgebreid, zetelend met vijf rechters:

J. Pirrung, kamerpresident, A. W. H. Meij, N. J. Forwood, I. Pelikánová en S. S. Papasavvas, rechters

Tweede kamer, zetelend met drie rechters:

J. Pirrung, kamerpresident

a)

A. W. H. Meij en I. Pelikánová, rechters

b)

N. J. Forwood en S. S. Papasavvas, rechters

Derde kamer – uitgebreid, zetelend met vijf rechters:

M. Jaeger, kamerpresident, V. Tiili, J. Azizi, E. Cremona en O. Czúcz, rechters

Derde kamer, zetelend met drie rechters:

M. Jaeger, kamerpresident

a)

V. Tiili en O. Czúcz, rechters

b)

J. Azizi en E. Cremona, rechters

Vierde kamer – uitgebreid, zetelend met vijf rechters:

H. Legal, kamerpresident, P. Lindh, P. Mengozzi, I. Wiszniewska-Białecka en V. Vadapalas, rechters

Vierde kamer, zetelend met drie rechters:

H. Legal, kamerpresident

a)

P. Lindh en V. Vadapalas, rechters

b)

P. Mengozzi en I. Wiszniewska-Białecka, rechters

Vijfde kamer – uitgebreid, zetelend met vijf rechters:

M. Vilaras, kamerpresident, M. E. Martins Ribeiro, F. Dehousse, D. Šváby en K. Jürimäe, rechters

Vijfde kamer, zetelend met drie rechters:

M. Vilaras, kamerpresident

a)

M. E. Martins Ribeiro en K. Jürimäe, rechters

b)

F. Dehousse en D. Šváby, rechters

In de Eerste kamer, zetelend met drie rechters, worden de rechters die met de kamerpresident de formatie van drie rechters vormen, aangewezen volgens een toerbeurt in de rangorde in de zin van artikel 6 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, behoudens bij verknochtheid van zaken. In de Tweede tot en met de Vijfde kamer die zetelt met drie rechters, zetelt de kamerpresident met de onder a) dan wel met de onder b) vermelde rechters, naar gelang van de formatie waartoe de rechter-rapporteur behoort. Voor de zaken waarin de kamerpresident rechter-rapporteur is, zetelt de kamerpresident afwisselend met de rechters van een van deze beide formaties in de volgorde waarin de zaken zijn ingeschreven, behoudens bij verknochtheid van zaken.

In de zaken waarin vóór 1 oktober 2005 de schriftelijke behandeling is geëindigd en een terechtzitting is bepaald of heeft plaatsgehad, blijft voor de beraadslaging en het arrest de Eerste kamer zetelend met drie rechters in haar samenstelling van vóór de mondelinge behandeling bevoegd.

Samenstelling van de grote kamer

Op 7 juli 2005 heeft het Gerecht overeenkomstig artikel 10, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering besloten, dat voor de periode van 1 oktober 2005 tot en met 30 september 2006 de grote kamer is samengesteld uit de volgende dertien rechters: de president van het Gerecht, de presidenten van de Tweede, Derde, Vierde en Vijfde kamer – uitgebreid, de rechters van de uitgebreide kamer die de betrokken zaak zou hebben moeten beslechten indien deze aan een uit vijf rechters bestaande kamer zou zijn toegewezen, alsmede het aantal andere rechters dat nodig is om de grote kamer te completeren en die door de president van het Gerecht volgens een van te voren vastgestelde volgorde die geldt gedurende de periode van drie jaar waarvoor de presidenten van de uit vijf rechters bestaande kamers worden gekozen, uit de rechters van elk van de andere kamers worden aangewezen in de rangorde van deze rechters binnen hun kamer naar hun anciënniteit in de zin van artikel 6 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht.

Gerecht in volle samenstelling

Op 7 juli 2005 heeft het Gerecht overeenkomstig artikel 32, lid 1, tweede alinea, van het Reglement voor de procesvoering besloten dat, indien na de aanwijzing van een advocaat-generaal ingevolge artikel 17 van het Reglement voor de procesvoering het Gerecht in volle samenstelling uit een even aantal rechters bestaat, de vooraf vastgestelde volgorde waarin de president van het Gerecht de rechter aanwijst die niet aan de berechting van de zaak zal deelnemen, welke volgorde geldt gedurende de periode van drie jaar waarvoor de presidenten van de uit vijf rechters bestaande kamers worden gekozen, de omgekeerde van de rangorde der rechters naar hun anciënniteit in de zin van artikel 6 van het Reglement voor de procesvoering is, tenzij de aldus aangewezen rechter de rechter-rapporteur is. In dat geval wordt aangewezen de rechter die hem onmiddellijk in rang voorafgaat.

Aanwijzing van de rechter die de president van het Gerecht als rechter in kort geding vervangt

Op 7 juli 2005 heeft het Gerecht overeenkomstig artikel 106 van het Reglement voor de procesvoering besloten om in geval van afwezigheid of verhindering van de president van het Gerecht voor de periode van 1 oktober 2005 tot en met 30 september 2006 R. García-Valdecasas als rechter in kort geding aan te wijzen.

De criteria voor de toewijzing van de zaken aan de kamers

Op 7 juli 2005 heeft het Gerecht overeenkomstig artikel 12 van het Reglement voor de procesvoering de volgende criteria vastgesteld voor de toewijzing van de zaken aan de kamers in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 30 september 2006:

1.

De zaken worden onmiddellijk na de nederlegging van het verzoekschrift en behoudens latere toepassing van de artikelen 14 en 51 van het Reglement voor de procesvoering toegewezen aan de kamers bestaande uit drie rechters.

2.

De zaken worden, afhankelijk van de volgorde van inschrijving ter griffie, aan de kamers toegewezen volgens vier afzonderlijke toerbeurten:

voor de zaken betreffende de toepassing van de voor ondernemingen geldende mededingingsregels, de regels betreffende staatssteun en de regels betreffende handelspolitieke beschermingsmaatregelen;

voor de zaken bedoeld in artikel 236 EG-Verdrag en artikel 152 EGA-Verdrag;

voor de zaken betreffende de in artikel 130, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering bedoelde intellectuele-eigendomsrechten;

voor de overige zaken.

In het kader van deze toerbeurtregeling wordt de door de president van het Gerecht voorgezeten Eerste kamer bij elke vijfde toerbeurt overgeslagen.

De president van het Gerecht kan van deze toerbeurtregeling afwijken in geval van verknochtheid van zaken of ter verzekering van een gelijkmatige werkverdeling.