|
23.7.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 182/24 |
Verzoek van de Centrale Raad van Beroep van 22 april 2005 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen K. Tas-Hagen en R.A. Tas en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad
(Zaak C-192/05)
(2005/C 182/44)
Procestaal: Nederlands
De Centrale Raad van Beroep Nederland heeft bij beschikking van 22 april 2005, ingekomen ter griffie van het Hof van Justitie op 29 april 2005, in het geding tussen K. Tas-Hagen en R.A. Tas en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad. het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vraag:
Verzet het gemeenschapsrecht, in het bijzonder artikel 18 EG, zich tegen een nationale regeling volgens welke, in omstandigheden als die van het hoofdgeding, de toekenning van een uitkering ten behoeve van burgeroorlogsslachtoffers wordt geweigerd op de uitsluitende grond dat de belanghebbende, die de nationaliteit van de betrokken lidstaat heeft, bij de indiening van de aanvraag niet woonachtig is op het grondgebied van deze lidstaat, maar op het grondgebied van een andere lidstaat.