|
25.6.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 155/25 |
Beroep, op 4 april 2005 ingesteld door Federico José Garcia Resusta tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak T-147/05)
(2005/C 155/48)
Procestaal: Frans
Bij het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen is op 4 april 2005 beroep ingesteld tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen door Federico José Garcia Resusta, wonende te Brussel, vertegenwoordigd door J. Van Rossum, advocaat, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg.
Verzoeker concludeert dat het het Gerecht behage:
|
— |
het besluit van de Commissie houdende afwijzing van zijn verzoek tot erkenning van de beroepsmatige oorsprong van zijn ziekte, die hem belet om een tot zijn categorie behorend ambt uit te oefenen dat met zijn rang overeenkomt, of van de verergering van deze ziekte, nietig te verklaren; |
|
— |
verweerster te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie heeft het bestreden besluit vastgesteld na het arrest van het Gerecht van 23 november 2004 in zaak T-376/02 (1), waarbij haar besluit van 14 januari 2002 tot toekenning van een invaliditeitspensioen aan verzoeker nietig werd verklaard.
Verzoeker stelt schending van de motiveringsplicht en van artikel 3 van de regeling voor de verzekering van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen tegen ongevallen en beroepsziekten, aangezien het advies van de medische commissie, die heeft beslist dat onvoldoende is aangetoond dat de verergering van de ziekte van verzoeker rechtstreeks in verband staat met de door hem uitgeoefende functies, in tegenspraak is met het advies van de invaliditeitscommissie, die heeft beslist dat de reeds bestaande ziekte van verzoeker is verergerd door de aan zijn functies verbonden stress.
(1) Perscommuniqué in PB C 44 van 22.2.2003, blz. 37, arrest gepubliceerd in PB C 45 van 19.2.2005, blz. 23.