|
25.6.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 155/4 |
Verzoek van de Conseil d'Etat (Frankrijk), afdeling geschillen, van 15 december 2004 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen Société Denkavit International BV en Denkavit France SARL, enerzijds en Ministre de l'Économie, des Finances et de l'Industrie, anderzijds
(Zaak C-170/05)
(2005/C 155/09)
Procestaal: Frans
De Conseil d'Etat (Frankrijk), afdeling geschillen, heeft bij beschikking van 15 december 2004, ingekomen ter griffie van het Hof van Justitie op 8 februari 2005, in het geding tussen Société Denkavit International BV en Denkavit France SARL, enerzijds en Ministre de l'Économie, des Finances, en de l'Industrie, anderzijds, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen:
|
1. |
Is een regeling die een niet in Frankrijk gevestigde moedermaatschappij bij ontvangst van dividenden aan een belasting onderwerpt, doch de in Frankrijk gevestigde moedermaatschappijen daarvan vrijstelt, vatbaar voor kritiek vanuit het oogpunt van het beginsel van de vrijheid van vestiging? |
|
2. |
Is een dergelijke bronbelastingregeling als zodanig vatbaar voor kritiek vanuit het oogpunt van het beginsel van vrijheid van vestiging, of dient bij de beoordeling van de verenigbaarheid van deze regeling met het beginsel van de vrijheid van vestiging rekening te worden gehouden met een belastingverdrag tussen Frankrijk en een andere lidstaat, dat deze bronbelasting toestaat en voorziet in de mogelijkheid om krachtens deze regeling gedragen belasting af te trekken van de in de andere staat verschuldigde belasting? |
|
3. |
Ingeval het tweede onderdeel van de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord, is dan het bestaan van voormeld verdrag voldoende om deze regeling te kunnen beschouwen als een gewone methode ter verdeling van het belastingobject tussen de twee betrokken staten, die geen invloed op de ondernemingen heeft, of moet deze regeling, gelet op de omstandigheid dat het voor een niet in Frankrijk gevestigde moedermaatschappij onmogelijk kan zijn de aftrek krachtens het verdrag toe te passen, worden beschouwd als een schending van het beginsel van de vrijheid van vestiging? |