11.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 143/9


ARREST VAN HET HOF

(Tweede kamer)

van 21 april 2005

in zaak C-267/03 (verzoek van de Högsta domstolen om een prejudiciële beslissing): Lars Erik Staffan Lindberg (1)

(Richtlijn 83/189/EEG - Informatieprocedure op gebied van normen en technische voorschriften - Verplichting tot mededeling van ontwerpen voor technische voorschriften - Nationale regeling inzake kansspelen en loterijen - Automatenspelen - Verbod spelen te organiseren met automaten die winst niet direct uitkeren - Automaten van het type „rad van fortuin” - Begrip „technisch voorschrift”)

(2005/C 143/10)

Procestaal: Zweeds

In zaak C-267/03, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de Högsta domstol (Zweden) bij beslissing van 10 april 2003, ingekomen bij het Hof op 18 juni 2003, in de strafzaak tegen Lars Erik Staffan Lindberg, heeft het Hof (Tweede kamer), samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans (rapporteur), kamerpresident, C. Gulmann, R. Schintgen, G. Arestis en J. Klučka, rechters; advocaat-generaal: F. G. Jacobs, griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier, op 21 april 2005 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:

1)

Nationale bepalingen als die van de loterijwet (1994:1000) [lotterilagen (1994:1000)], in de versie voortvloeiend uit de wet (1996:1168) tot wijziging van de loterijwet [lag om ändring i lotterilagen (1996:1168)], kunnen, voorzover zij het organiseren van kansspelen door middel van de exploitatie van bepaalde speelautomaten verbieden, een technisch voorschrift vormen in de zin van artikel 1, punt 9, van richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften, zoals gewijzigd bij richtlijn 94/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994, wanneer vaststaat dat de reikwijdte van het betrokken verbod voor geen enkel ander gebruik ruimte laat dan een strikt marginaal gebruik dat redelijkerwijze van het betrokken product kan worden verwacht of, zo dat niet het geval is, wanneer vaststaat dat dit verbod op significante wijze de samenstelling, de aard of de verhandeling van het product kan beïnvloeden.

2)

De herdefiniëring in een nationale regeling, zoals geschied bij de wet (1996:1168) tot wijziging van de loterijwet van 1996, van een dienst die verband houdt met de bouw van een product, met name een dienst die erin bestaat bepaalde kansspelautomaten te exploiteren, kan een technisch voorschrift vormen dat krachtens richtlijn 83/189, zoals gewijzigd bij richtlijn 94/10, moet worden meegedeeld, wanneer deze nieuwe regeling niet enkel bestaande technische voorschriften die, voorzover zij na de inwerkingtreding van richtlijn 83/189 in de betrokken lidstaat zijn vastgesteld, de Commissie naar behoren zijn meegedeeld, herhaalt of vervangt, zonder daaraan technische specificaties of andere, nieuwe of aanvullende voorwaarden toe te voegen.

3)

De overgang in de nationale regeling van een vergunningvereiste naar een verbod kan een met het oog op de in richtlijn 83/189, zoals gewijzigd bij richtlijn 94/10, neergelegde mededelingsplicht relevante omstandigheid zijn.

De hogere of lagere waarde van het product of de dienst of de omvang van de markt voor het product of de dienst zijn omstandigheden die met het oog op de in deze richtlijn neergelegde mededelingsplicht irrelevant zijn.


(1)  PB C 213 van 6.9.2003.