|
28.5.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 132/2 |
ARREST VAN HET HOF
(Derde kamer)
van 17 maart 2005
in zaak C-437/02: Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Republiek Finland (1)
(Niet-nakoming - Visserij - Verordeningen (EEG) nrs. 3760/92 en 2847/93 - Instandhouding en beheer van visbestanden - Maatregelen voor controle op visserijactiviteiten)
(2005/C 132/03)
Procestaal: Fins
In zaak C-437/02, betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 226 EG, ingesteld op 3 december 2002, Commissie van de Europese Gemeenschappen (gemachtigden: T. van Rijn en M. Huttunen) tegen Republiek Finland (gemachtigden: T. Pynnä en E. Kourula), heeft het Hof (Derde kamer), samengesteld als volgt: A. Rosas, kamerpresident, A. Borg Barthet, A. La Pergola, J.-P. Puissochet (rapporteur) en A. Ó Caoimh, rechters; advocaat-generaal: D. Ruiz-Jarabo Colomer; griffier: R. Grass, op 17 maart 2005 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:
|
1) |
Door tijdens de visseizoenen 1995 en 1996:
is de Republiek Finland de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 9, lid 2, van verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur, en de artikelen 2, 21, leden 1 en 2, en 31 van verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid. |
|
2) |
De Republiek Finland wordt verwezen in de kosten. |