|
16.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 93/22 |
Beroep, op 3 maart 2005 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Republiek Finland
(Zaak C-105/05)
(2005/C 93/41)
Procestaal: Fins
Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 3 maart 2005 beroep ingesteld tegen Republiek Finland door Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door D. Martin en I. Koskinen als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg.
De Commissie van de Europese Gemeenschappen concludeert dat het het Hof behage:
|
1. |
vast te stellen dat de Republiek Finland bij de berekening van de socialezekerheidsbijdragen de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten ingevolge artikel 33, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (1); |
|
2. |
de Republiek Finland te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Finland houdt overeenkomstig de nationale wettelijke regeling, sairausvakuutuslaki nr. 364/1963 (ziektekostenverzekeringswet), bij de vaststelling van de socialezekerheidsbijdrage van een in Finland woonachtige pensioen- of rentetrekker niet alleen rekening met de pensioen- of rente-inkomsten die door Finland worden uitgekeerd, maar ook met die welke door andere lidstaten worden uitgekeerd. Volgens de Commissie is de inaanmerkingneming van de uit een andere lidstaat ontvangen pensioen- of rente-inkomsten bij de vaststelling van de premiegrondslag voor de sociale zekerheid in strijd met artikel 33, lid 1, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad en met de rechtspraak van het Hof van Justitie (zaak C-389/99, Rundgren).
(1) PB L 149, blz. 2.