|
16.4.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 93/17 |
Beroep, op 17 februari 2005 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Helleense Republiek
(Zaak C-82/05)
(2005/C 93/31)
Procestaal: Grieks
Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 17 februari 2005 beroep ingesteld tegen Helleense Republiek door Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur M. Patakia, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg.
Verzoekster concludeert dat het het Hof behage:
|
1. |
vast te stellen dat de Helleense Republiek, door het procédé van het afbakken of opwarmen van „bake-off” producten gelijk te stellen met het procédé van het volledig bakken en het te onderwerpen aan de voorwaarden van de wetgeving inzake bakkerijen, de invoer in Griekenland van „bake-off” producten uit andere lidstaten aan belemmeringen onderwerpt en de krachtens artikel 28 EG op haar rustende verplichtingen niet nakomt; |
|
2. |
de Helleense Republiek in de kosten te verwijzen. |
Middelen en voornaamste argumenten
|
1. |
Naar aanleiding van een klacht heeft de Commissie vernomen dat, wegens het ontbreken van bijzondere wetgeving met betrekking tot brood en bakkerijproducten die hetzij half gebakken hetzij volledig gebakken en diepgevroren zijn, de „bake-off” methode door de Griekse autoriteiten wordt beschouwd als een volledig procédé voor het bereiden en bakken van brood. Om deze reden staan de Griekse autoriteiten het kort afbakken of het opwarmen van de betrokken producten op het verkooppunt enkel toe, indien dit voldoet aan alle voor bakkerijen geldende vereisten, ondanks het feit dat de „bake-off” methode enkel bestaat in het kort afbakken van half gebakken brood of in het opwarmen van diepgevroren en volledig gebakken brood, en geen enkel van de voorafgaande stadia van het bereiden en bakken omvat. Bijgevolg kunnen de „bake-off” producten op de Griekse markt enkel worden afgezet hetzij door verkooppunten die aan de voor bakkerijen geldende voorschriften voldoen, aangezien zij afbakken of opwarmen, hetzij door algemene levensmiddelenzaken, als half gebakken of diepgevroren bakkerijproducten die de consument later kan bakken of opwarmen. In beide gevallen zijn de „bake-off” producten vergeleken met andere bakkerijproducten naar de mening van de Commissie minder aantrekkelijk voor de consument. |
|
2. |
De Commissie is van mening dat de wijze waarop de Griekse autoriteiten de geldende wetgeving uitleggen en toepassen, in wezen leidt tot een verbod op de handel in afgebakken of opgewarmde „bake-off” producten in algemene levensmiddelenzaken (supermarkten), aangezien de „bake-off” producten door de Griekse autoriteiten – ten onrechte – worden beschouwd als onderworpen aan de strengere vereisten die in het algemeen gelden voor het bereiden en bakken van volledig gebakken brood en bakkerijproducten. |
|
3. |
Aangezien het kort afbakken of het opwarmen buiten de bakkerij het voornaamste kenmerk is dat de „bake-off” producten van de andere bakkerijproducten onderscheidt, kan de toepassing van de Griekse wetgeving inzake bakkerijen op de „bake-off” producten niet worden beschouwd als een probleem dat de voorwaarden voor de verkoop in de zin van het arrest Keck en Mithouard betreft, en valt zij dus binnen het toepassingsgebied van artikel 28 EG. |
|
4. |
De Commissie is ook van mening dat de meeste aan de „bake-off” methode opgelegde voorwaarden kennelijk ongerechtvaardigd en onevenredig zijn, aangezien die methode enkel bestaat in het kort afbakken of opwarmen van half gebakken of volledig gebakken diepgevroren brood of bakkerijproducten. Bovendien is de Commissie van oordeel dat die voorwaarden uitzonderlijk lastig zijn voor alle algemene levensmiddelenzaken, die aan de voorschriften voor bakkerijen moeten voldoen. |
|
5. |
De Commissie is bijgevolg van mening dat de Helleense Republiek de krachtens artikel 28 EG op haar rustende verplichtingen niet nakomt. |