|
22.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 19/4 |
ARREST VAN HET HOF
(Eerste kamer)
van 25 november 2004
in zaak C-109/03 (verzoek van het College van Beroep voor het bedrijfsleven om een prejudiciële beslissing): KPN Telecom BV tegen Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) (1)
(Telecommunicatie - Richtlijn 98/10/EG - Open Network voor spraaktelefonie - Verstrekken van abonneegegevens - Vaststelling van prijs)
(2005/C 19/06)
Procestaal: Nederlands
In zaak C-109/03, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Nederland), bij beslissing van 8 januari 2003, ingekomen bij het Hof op 10 maart 2003, in de procedure KPN Telecom BV tegen Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA), in tegenwoordigheid van: Denda Multimedia BV, Denda Directory Services BV, heeft het Hof (Eerste kamer), samengesteld als volgt: P. Jann (rapporteur), kamerpresident, A. Rosas, K. Lenaerts, S. von Bahr en K. Schiemann, rechters; advocaat-generaal: M. Poiares Maduro; griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier, op 25 november 2004 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:
|
1) |
Artikel 6, lid 3, van richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998 inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en inzake de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat, moet aldus worden uitgelegd dat de term „relevante informatie” uitsluitend betrekking heeft op de abonneegegevens van hen die zich er niet uitdrukkelijk tegen hebben uitgesproken dat zij op een gepubliceerde lijst worden opgenomen, en die volstaan om de gebruikers van een telefoongids in staat te stellen de abonnees die zij zoeken te identificeren. Tot deze gegevens behoren in beginsel naam en adres, postcode inbegrepen, van de abonnees, alsmede het (de) telefoonnummer(s) die hun door de betrokken organisatie zijn toegewezen. Het staat de lidstaten echter vrij te bepalen dat andere gegevens ter beschikking van de gebruikers zullen worden gesteld wanneer zij met het oog op de specifieke nationale omstandigheden noodzakelijk lijken voor de identificatie van de abonnees. |
|
2) |
Voorzover artikel 6, lid 3, van richtlijn 98/10 bepaalt dat de relevante informatie ter beschikking van derden moet worden gesteld op billijke, kostengeoriënteerde en niet-discriminerende voorwaarden, moet het aldus worden uitgelegd dat:
|