10.7.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 179/4


Beroep, op 29 april 2004 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Republiek Finland

(Zaak C-195/04)

(2004/C 179/08)

Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 29 april 2004 beroep ingesteld tegen Republiek Finland door Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door K. Wiedner en M. Huttunen, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg.

De Commissie concludeert dat het het Hof behage:

1.

vast te stellen dat de Republiek Finland de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 28 EG doordat Senaatti-kiinteistöt bij de aankoop van de uitrusting voor een industriële keuken fundamentele bepalingen van het EG-Verdrag heeft geschonden, met name het non-discriminatiebeginsel, dat de verplichting van transparantie inhoudt;

2.

de Republiek Finland te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Hoewel de richtlijnen inzake overheidsopdrachten niet van toepassing zijn op aankopen waarvan de waarde onder de drempel voor toepassing van die richtlijnen ligt, moet daarbij toch rekening worden gehouden met de fundamentele bepalingen van het EG-Verdrag, met name het non-discriminatiebeginsel, dat de verplichting van transparantie inhoudt.

Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat ofschoon bepaalde overeenkomsten inzake overheidsopdrachten buiten de werkingssfeer van de betrokken richtlijnen vallen, de aanbestedende diensten die de betrokken aankopen verrichten, toch rekening moeten houden met de fundamentele bepalingen van het Verdrag. Hoewel de gemeenschapswetgever heeft bepaald dat de gedetailleerde procedure van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten niet behoeft te worden gevolgd bij opdrachten waarvan de waarde onder de in de richtlijnen gestelde drempels ligt, betekent dat niet dat de betrokken overeenkomsten buiten de werkingssfeer van het gemeenschapsrecht vallen.

Uit de rechtspraak blijkt duidelijk dat de opdracht op adequate wijze moet worden gepubliceerd en dat deze verplichting van transparantie ook geldt voor opdrachten waarvan de geraamde waarde onder de drempel voor toepassing van de richtlijnen ligt.