10.7.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 179/2


Verzoek van Länsrätten i Stockholms län van 20 april 2004 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen Ulf Öberg en Stockholms läns allmänna försäkringskassa

(Zaak C-185/04)

(2004/C 179/04)

Länsrätten i Stockholms län heeft bij beschikking van 20 april 2004, ingekomen ter griffie van het Hof van Justitie op 22 april 2004, in het geding tussen Ulf Öberg en Stockholms läns allmänna försäkringskassa, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen:

i)

Is het vereiste van nationaal recht, dat een ouder in de lidstaat woont en ten minste 240 dagen vóór de geboorte van het kind bij de ziekteverzekering is aangesloten om gerechtigd te zijn op ouderschapstoelage overeenkomstig zijn ziekteuitkering, verenigbaar met de artikelen 12, 17, lid 2, 18 en 39 EG, artikel 7, leden 1 en 2, van verordening nr. 1612/68 (1) en met richtlijn nr. 96/34 (2) betreffende de door UNICE, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof?

ii)

Indien de eerste vraag bevestigend moet worden beantwoord, vereist het gemeenschapsrecht dan dat ter bepaling of de werknemer aan de naar nationaal recht vereiste wachttijd voor de verzekering voldoet, een tijdvak wordt meegeteld, waarin de werknemer onder het gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen viel?


(1)  Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257, blz. 2)

(2)  Richtlijn van de Raad van 3 juni 1996 (PB. L 145, blz. 4).