|
30.4.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 118/34 |
Beroep, op 14 april 2004 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Franse Republiek
(Zaak C-177/04)
(2004/C 118/65)
Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 14 april 2004 beroep ingesteld tegen Franse Republiek door Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G. Valero Jordana en B. Stromsky als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg.
De Commissie van de Europese Gemeenschappen concludeert dat het het Hof behage:
|
1. |
vast te stellen dat de Franse Republiek, door niet de maatregelen te nemen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 25 april 2002 in zaak C-52/00 betreffende de onjuiste omzetting van richtlijn 85/374/EG (1), de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 228, lid 1, EG; |
|
2. |
de Franse Republiek te gelasten, de Commissie op de rekening „eigen middelen van de Europese Gemeenschap” een dwangsom van 137 150 euro te betalen per dag die zij in gebreke blijft met het treffen van de maatregelen die noodzakelijk zijn ter uitvoering van het arrest in zaak C-52/00, vanaf de dag waarop het arrest in de onderhavige zaak zal worden gewezen tot de dag waarop het arrest in zaak C-52/00 (2) zal zijn uitgevoerd; |
|
3. |
de Franse Republiek te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter uitvoering van het arrest van het Hof van 25 april 2002 moesten de met richtlijn 85/374 onverenigbare bepalingen van de Franse code civil worden gewijzigd. Daartoe had de Franse Republiek dus onmiddellijk na de uitspraak van het arrest de wetgevingsprocedure moeten aanvangen. De wijzigingen zijn evenwel nog steeds niet vastgesteld. Een dwangsom van 137 150 euro per dag vertraging bij de uitvoering van het arrest van het Hof is aangepast aan de ernst en de duur van de inbreuk en houdt rekening met de noodzaak van een effectieve sanctie.
(1) Richtlijn 85/374/EEG van de Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken (PB L 210 van 07.08.1985, blz. 29).
(2) Jurispr. blz. I-3827.