30.4.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 118/22


ARREST VAN HET HOF

(Vijfde kamer)

van 29 april 2004

in zaak C-171/02 Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Portugese Republiek (1)

(Artikelen 39 EG, 43 EG en 49 EG - Richtlijn 92/51/EEG - Algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen - Particuliere beveiligingsactiviteit - Maatregelen van lidstaat die als voorwaarden voor uitoefening particuliere beveiligingsactiviteit stellen: zetel van vennootschap of vestiging op Portugees grondgebied, rechtspersoonlijkheid, bepaald maatschappelijk kapitaal en overlegging van in lidstaat van herkomst reeds overlegde bewijsstukken en garanties - Geen erkenning beroepskwalificaties in sector particuliere beveiligingsdiensten)

(2004/C 118/39)

Procestaal: Portugees

In zaak C-171/02, Commissie van de Europese Gemeenschappen (gemachtigden: M. Patakia en A. Caeiros), domicilie gekozen hebbende te Luxemburg, tegen Portugese Republiek (gemachtigde: L. Fernandes, bijgestaan door J. M. Calheiros, advogado), domicilie gekozen hebbende te Luxemburg, betreffende een verzoek om vast te stellen dat:

1.

gelet op het feit dat buitenlandse ondernemingen, die in Portugal in de sector particuliere beveiligingsdiensten actief willen zijn op het gebied van de bewaking van personen en goederen, in het kader van de regeling inzake de door de Ministro da Administração Interna af te geven vergunning

a)

hun zetel of een vestiging op Portugees grondgebied moeten hebben,

b)

zich niet kunnen beroepen op de bewijsstukken en garanties die zij reeds in hun lidstaat van vestiging hebben verstrekt,

c)

rechtspersoonlijkheid moeten hebben,

d)

over een bepaald maatschappelijk kapitaal moeten beschikken,

2.

gelet op het feit dat het personeel van buitenlandse ondernemingen die in Portugal in de sector particuliere beveiligingsdiensten actief willen zijn op het gebied van de bewaking van personen of goederen, een door de Portugese autoriteiten afgegeven beroepskaart moet hebben,

3.

gelet op het feit dat de communautaire regeling van erkenning van beroepskwalificaties niet geldt voor de beroepen in de sector particuliere beveiligingsdiensten,

de Portugese Republiek de krachtens de artikelen 39 EG, 43 EG en 49 EG en richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van richtlijn 89/48/EEG (PB L 209, blz. 25), op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, heeft het Hof van Justitie (Vijfde kamer), samengesteld als volgt: P. Jann (rapporteur), waarnemend voor de president van de Vijfde kamer, A. Rosas en S. von Bahr, rechters, advocaat-generaal: S. Alber, griffier: R. Grass, op 29 april 2004 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:

1)

Door te eisen dat buitenlandse ondernemingen die in Portugal in de sector particuliere beveiligingsdiensten actief willen zijn op het gebied van de bewaking van personen en goederen

hun zetel of een permanente vestiging op Portugees grondgebied hebben;

rechtspersoonlijkheid hebben;

over een minimum maatschappelijk kapitaal beschikken;

een door de Portugese overheid afgegeven vergunning hebben, waarbij geen rekening wordt gehouden met bewijsstukken en garanties die zij in hun lidstaat van vestiging reeds hebben verstrekt, en dat

hun personeelsleden een door deze overheid afgegeven beroepskaart hebben, waarbij geen rekening wordt gehouden met in de lidstaat van herkomst reeds verrichte controles en verificaties, is de Portugese Republiek de krachtens de artikelen 39 EG, 43 EG en 49 EG op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.

2)

Het beroep wordt afgewezen voor het overige.

3)

De Portugese Republiek wordt verwezen in de kosten.


(1)  PB C 169 van 13.7.2002.