3.4.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 84/910


(2004/C 84 E/1005)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0907/04

van Franz Turchi (UEN) aan de Commissie

(24 maart 2004)

Betreft:   Bescherming van het beroep van optometrist

Overwegende dat de in dit vak afgestudeerde optometrist in verschillende lidstaten van de Unie een erkend beroep uitoefent,

overwegende dat optometriek een eigen beroepssfeer kent die de beroepssfeer van de oogarts niet doorkruist omdat de meting van het oog een functioneel onderzoek is en geen medische handeling,

overwegende dat Optometrie de natuurlijke evolutie is van het beroep van opticien naar een hoger beroepsniveau en dat het een bescherming is van het gezichtsvermogen van personen door preventie, rehabilitatie, correctie en versterking van het gezichtsvermogen,

luidt de vraag aan de Commissie wat er is gedaan om de Italiaanse regering zo ver te krijgen dat zij de Italiaanse optometristen de mogelijkheid biedt tot een nauwkeurig omschreven taak en een beroepsprofiel net als hun Europese collega's.

Antwoord van dhr. Bolkestein namens de Commissie

(23 april 2004)

Het geachte parlementslid vraagt wat de Commissie gedaan heeft om de Italiaanse regering aan te moedigen om het beroep van optometrist in Italië zodanig te reglementeren dat erkend kan worden dat Italiaanse optometristen specifieke vaardigheden en een eigen professionele status bezitten, net als in andere lidstaten.

Volgens het EG-Verdrag blijven eisen inzake kwalificatie en opleiding de primaire verantwoordelijkheid van de lidstaten. Enkele minimale gecoöordineerde opleidingseisen zijn op communautair niveau vastgesteld voor enkele van de voornaamste beroepen in de gezondheidszorg, bijvoorbeeld voor artsen (oogartsen), die onder Richtlijn 93/16/EEG (1) vallen, maar voor de meeste beroepen, waaronder dat van optometrist, gelden geen dergelijke eisen.

In het geval van optometristen zijn Richtlijn 89/48/EEG (2) betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's en Richtlijn 92/51/EEC (3) betreffende een tweede algemeen stelsel van toepassing, maar alleen als het beroep in de ontvangende lidstaat gereglementeerd is. Deze richtlijnen bevatten geen voorschriften inzake de uitoefening van de betreffende beroepen op nationaal niveau.

Verder is het beroep van optometrist niet in alle lidstaten gereglementeerd en de beroepsactiviteit kan voorbehouden zijn aan andere beroepen. In deze context heeft het Europese Hof van Justitie in zijn arrest van 3 oktober 1990 (C-61/89 Bouchoucha) bevestigd dat artikel 43 van het EG-Verdrag zich er niet tegen verzet dat een lidstaat een paramedische werkzaamheid voorbehoudt aan de houders van een diploma van doctor in de geneeskunde.

Aangezien het primaire belang en de hoofdverantwoordelijkheid op dit terrein bij de lidstaten liggen, die besluiten welke actie zij willen ondernemen overeenkomstig hun specifieke beleid inzake volksgezondheid en beleid op andere terreinen, kan de Commissie zich niet in deze louter interne aangelegenheid mengen.


(1)  Richtlijn 93/16/EEG van de Raad van 5 april 1993 ter vergemakkelijking van het vrije verkeer van artsen en de onderlinge erkenning van hun diploma's, certificaten en andere titels, PB L 165 van 7.7.1993.

(2)  Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten, PB L 19 van 24.1.1989.

(3)  Richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG, PB L 209 van 24.7.1992.