|
3.4.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 84/673 |
(2004/C 84 E/0760)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0802/04
van Jan Mulder (ELDR) aan de Commissie
(11 maart 2004)
Betreft: Oneerlijke concurrentie door grote verschillen in destructietarieven
De Nederlandse minister van Landbouw zond onlangs een overzicht van de destructietarieven naar de Nederlandse Tweede Kamer (23 februari 2004). Uit dit overzicht blijkt dat er forse verschillen tussen de lidstaten bestaan ten aanzien van de gehanteerde tarieven voor destructie en bijbehorende kosten.
|
1. |
Is de Commissie op de hoogte van de grote verschillen tussen de lidstaten t.a.v. de tarieven voor destructie die door veehouders betaald worden? |
|
2. |
Volgen de lidstaten de richtsnoeren zoals die door de Commissie op 24 december 2002 zijn vastgesteld, ook wat betreft de daarin verwoorde veranderingen per 1 januari 2004? Zo nee, wat is de Commissie van plan te ondernemen om te zorgen dat deze richtsnoeren worden nageleefd? Zo ja, is de Commissie dan niet van mening dat, gezien de grote verschillen, het tijd is om op korte termijn te streven naar verdere harmonisatie van de tarieven? |
Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie
(22 april 2004)
De Commissie heeft geen overzicht van de tarieven voor destructie en bijgehorende kosten in de verschillende lidstaten. Als het geachte parlementslid over deze informatie beschikt, wordt hem verzocht deze aan de Commissie mede te delen.
Alle lidstaten met uitzondering van Luxemburg hebben schriftelijk aangegeven de richtsnoeren waarnaar het geachte parlementslid verwijst, te zullen naleven. Met betrekking tot Luxemburg heeft de Commissie onlangs passende maatregelen voorgesteld.
Het is niet aannemelijk dat de verschillen tussen de door destructiebedrijven in de diverse lidstaten in rekening gebrachte kosten op adequate wijze zouden kunnen worden verkleind door middel van staatssteunregelingen. De onderlinge concurrentie moet ervoor zorgen dat in vergelijkbare situaties vergelijkbare prijzen worden gehanteerd.